STAATSSTEUN

De Europese scheepsbouw moet er bijna aan geloven. Nog drie jaar mogen nationale overheden de eigen scheepsbouw met subsidies ondersteunen – daarna zal de industrie op eigen kracht verder moeten. Nederland is een groot voorstander van het afschaffen van steunoperaties; zowel de werven zelf als de overheid zijn ervan overtuigd dat uiteindelijk iedereen daar beter van wordt. Voorwaarde is wel, zo stellen de Nederlandse werven, dat dan ook in alle andere landen van concurrentievervalsende subsidies wordt afgezien.

En daar zit nu het probleem: op de markt voor grote zeeschepen woedt al jarenlang een prijzenslag, waar in Europa vooral de scheepsbouwers in Spanje, Portugal, Griekenland en Duitsland onder lijden. Deze werven voeren dan ook een felle lobby in Brussel en bij hun nationale overheden om de subsidieregelingen in stand te houden. Daarbij verwijzen de ondernemers vooral naar Zuid-Korea, dat sinds de Azië-crisis in 1997 grote schepen op de markt dumpt tegen prijzen die 15 tot 40 procent onder de kostprijs liggen.

Sinds 1 januari geldt binnen de Europese Unie een nieuwe richtlijn voor scheepsbouwsubsidies. Kern van die regeling is dat het bestaande beleid tot en met dit jaar wordt gecontinueerd. Voor schepen met een contractwaarde tot tien miljoen euro (22 miljoen gulden) is de maximale subsidie 4,5 procent, voor duurdere schepen kunnen werven maximaal 9 procent subsidie krijgen. Tot en met het jaar 2003 mogen nog schepen worden opgeleverd met subsidie, mits daarvoor de contracten uiterlijk in 2000 zijn afgesloten. De Nederlandse scheepsbouwers zijn bang dat de grote scheepsbouwlanden in Europa nu massaal orders naar voren gaan halen.

In Nederland is een einde gekomen aan massale staatssteun voor de scheepsbouw na het debacle met het RSV-concern. Hoewel die steun de Nederlandse overheid miljarden heeft gekost, konden de Nederlandse werven het op de markt voor grote schepen niet langer redden. Een ingrijpende sanering was het gevolg. Dat scenario staat veel Europese werven die gespecialiseerd zijn in grote nieuwbouw nog te wachten. Vorige week bleek dat Zuid-Korea in de eerste maand van dit jaar 72 procent van alle scheepsbouworders in de wacht heeft gesleept, tegenover 7 procent door werven in de Europese Unie. Tegelijkertijd maakte Brussel bekend dat er een akkoord is met Zuid-Korea over het bestrijden van overcapaciteit op de werven, wat moet leiden tot hogere verkoopprijzen.