Staartjes

Als ik varkensboer was, zou ik dan mijn nering nog in de volle openbaarheid durven verdedigen? Liever niet. Steeds weer die confrontaties met de morele verontwaardiging van de buitenwereld dat kan geen pretje zijn.

De varkensboer als underpig, wie had dat ooit verwacht? Toch betrapte ik me gistermiddag op dergelijke gevoelens, terwijl ik in Paradiso in Amsterdam zat te kijken naar het optreden van twee jonge varkenshouders: Annechien ten Have-Mellema uit Beerta en Arnold Kuepers uit Nederweert. Zij hadden zich laten uitnodigen door de Stichting Varkens in Nood.

De stichting had een discussiemiddag georganiseerd waarop het kind een centrale rol vervulde. Kinderen van groep 7 van de basisschool Halverwege uit Halfweg hadden een week eerder samen met Yvonne Kroonenberg, `ambassadeur' van de stichting een bezoek gebracht aan een biologische en een gewone varkensboerderij. Daarvan kregen we een filmpje te zien waarop een gewone varkensboer tegen de kinderen zei: ,,De varkens leggen hier schoon, droog en warm.''

Drie kinderen mochten samen met de twee voornoemde varkenshouders en een ethologe aan de forumdiscussie deelnemen. Een aardig idee want kinderen vragen altijd dingen waar een volwassene in zijn superieure bezorgdheid over de wereld niet aan denkt. Zo zei een meisje nadat al allerlei gruwelijke feiten over nauwe hokken-zonder-stro de revue waren gepasseerd: ,,Zielig dat die biggetjes zo snel bij hun moeder worden weggehaald.''

Het maakte meteen een relevante discussie los. ,,Ach'', zei de blonde (zelfs struise) Annechien, ,,na vier weken kan zo'n big zich al goed redden.'' ,,Nee'', reageerde de ethologe, Francien de Jonge, ,,ze worden allemaal ziek als ze zo vroeg wegmoeten. Ze kunnen wel zestien tot twintig weken bij de moeder blijven.''

De verrassendste vraag van de kinderen betrof de staartjes. Ze worden vaak afgeknipt omdat de gestresste varkens er bij elkaar in plegen te bijten. ,,Er wordt maar een klein puntje afgeknipt'', zei iemand van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland. ,,Nee'', riep een biologische boer, ,,het gaat vaak wel degelijk tot de kont eraf.'' Toen vroeg een kind droogjes: ,,Wat gebeurt er eigenlijk met die staartjes?'' Ze bleken in de afvalemmer te verdwijnen en samen met de dode varkens door een bedrijf opgehaald en vernietigd te worden ,,om de verspreiding van ziektes te voorkomen''.

Boer Arnold en boerin Annechien verdedigden intussen met blakende eenvoud hun impopulaire beroep. Natuurlijk, ze vonden het ook erg vervelend voor de varkens, maar ze zagen geen alternatief. ,,Als ik al die maatregelen moet nemen, wordt de gehaktbal een stuk duurder, zó duur, dat ik hem zelf niet meer kan kopen'', zei Kuepers.

Wil de samenleving dat een dure gehaktbal? Naast me zat een biologische varkensboer. Hij had een gezin met vier kinderen. Kon hij ervan leven, vroeg ik. ,,Nauwelijks'', zei hij.