Scheepsromantiek en realisme

Wie scheepsbouwer wil worden, kan kiezen uit een keur van opleidingen. Van student Maritieme Techniek tot pijpfitter op de bedrijfsschool.

VRAAG KEES KORNAAT, die zich bij de Vereniging Nederlandse Scheepsbouw Industrie (VNSI) bezighoudt met de scholing van scheepsbouwers, waarom iemand scheepsbouwer wordt en hij zal zeggen dat het een speciaal type is. Als belangenbehartiger van vrijwel alle honderd werven in Nederland, die de laatste jaren continu personeel tekortkomen, bemoeit de VNSI zich intensief met de opleiding. ,,Als mensen zich aanmelden bij het Scheepvaartcollege, vragen we wel eens waarom iemand voor het vak kiest'', zegt hij. ,,Het antwoord is altijd hetzelfde: ze houden van water en van schepen en willen iets met die twee. De emotionele betrokkenheid is ongelofelijk. Je bouwt met z'n allen iets wat langzaam, onder je handen, tot leven komt. Als een nieuw schip te water gaat, zie je de rillingen over de schouders lopen. Wel even anders dan in de autobranche.''

Voor wie scheepsbouwer wil worden, geldt dat vele wegen naar Rome leiden. Van hoog tot laag opgeleid: je kunt Maritieme Techniek studeren op de TU Delft, naar een van de twee hbo-scheepsbouwopleidingen gaan of naar het Scheepvaart & Transportcollege in Rotterdam, een middelbare beroepsopleiding, waar slechts een mavo-diploma nodig is. Verreweg de grootste groep scheepsbouwers komt echter uit een andere hoek: die van de laagopgeleiden, die hoogstens een voorbereidende beroepsopleiding (type oude LTS) hebben gedaan. Zij stromen de scheepsbouw in via een van de dertien bedrijfsscholen, zeventig jaar geleden door de werven zelf opgezet.

,,Vroeger ging je als jongetje van dertien met pa mee het schip op. Niks onderwijs, je werkte op het dok, ook als je van toeten noch blazen wist'', zegt Philip van Enthoven, chef opleidingen bij Rotterdam United in Schiedam. Te veel ongelukken en gemor over kinderarbeid leidden tot oprichting van de bedrijfsschool. Rotterdam United, het vroegere Wilton-Fijenoord, leidt mensen op voor een aantal werven en verwante bedrijven uit de regio. Van Enthoven: ,,In totaal zitten er tweehonderd man op de bedrijfsschool. Die kunnen we echt niet allemaal op onze werf kwijt.'' Werkten er in de glorietijd zesduizend man bij Wilton-Fijenoord, nu zijn het er ongeveer vierhonderd.

Afhankelijk van het specialisme worden leerlingen op de bedrijfsschool na de tweejarige opleiding bijvoorbeeld scheepsmetaalbewerker, pijpfitter, lasser, frezer of draaier. Ofwel: scheepsbouwer. Een woord dat niet naar één, maar naar wel dertig beroepen op een werf verwijst. De TU-man die een schip ontwerpt, heet scheepsbouwer, maar de scheepsmetaalbewerker die metaal ombuigt evengoed. Past dat allemaal in het VNSI-profiel van de `ongelofelijk emotioneel betrokken scheepsbouwer'?

,,Die glamourverhalen over scheepsbouwers zijn wel aardig, maar als je daar hier op school mee aankomt, prikken de jongens er zo doorheen'', zegt Van Enthoven. ,,Ik snap wel dat de VNSI ze houdt, maar ze zijn toch meer bedoeld voor degenen met, laten we zeggen, de hogere geestelijke vermogens en de mooie banen met stropdas. Als je werft voor het Scheepvaartcollege, moet je concurreren met de IT-sector. Dan krijg je zo'n verhaal over emotionele betrokkenheid. Wij houden het liever nuchter. Tegen jongens die hier komen, zeg ik dat je van zwaar werk moet houden en van vieze handen.'' De bedrijfsschool heeft elk jaar genoeg aanmeldingen; het Scheepsvaartcollege heeft er met veel moeite 27.

De meeste jongens op de bedrijfsschool van Rotterdam United weten nog niet of ze later scheepsbouwer willen worden. Volgens Van Enthoven kunnen ze net zo goed de metaalindustrie ingaan. Alleen de mannen van het `werklozenklasje', de verkorte opleiding tot scheepsbouwer die dit jaar als pilot op de bedrijfsschool loopt, hebben een scherper toekomstbeeld. Ze hebben voldoende gezien: Melkertbanen, werk in de particuliere beveiligingssector of in de metaalsector, dat tegenviel of domweg afliep. Voet op een schip hebben ze nog nooit gezet, maar toch willen ze, zeker weten, een baan in de scheepsbouw. ,,Omdat je hier meer vrijheid hebt dan in een gewone fabriek, waar je met dit opleidingsniveau al snel terechtkomt'', zegt Van Enthoven. ,,Zelfs als draaier is het werk elke dag anders. Computergestuurd machinewerk kennen we hier nauwelijks.''

De bedrijfsschool is een afspiegeling van de Rotterdamse bevolking. Dat wil zeggen: jongens uit arbeidersgezinnen, ongeveer de helft van allochtone afkomst. En, oh ja, twee meisjes op tweehonderd leerlingen. Bij Rotterdam United zeggen ze dat met havo- of vwo-ouders, die een kantoorbaan hebben, de kans klein is dat je scheepsbouwer wordt in de categorie vieze-handenwerk. Dat word je als je vader net zoiets deed. Van Enthovens vader was metselaar; die van Lenie Jeup (17), een van de twee meisjes, lasser. Net als zij straks, als de opleiding komende zomer klaar is. Of ze scheepsbouwer wordt, weet ze nog niet. Iets bij de Luchtmacht zou ook leuk zijn, of werken op een booreiland.

Voor klasgenoot Durmaz Ufuk (20) ligt het anders. Het contract is al getekend: hij wordt constructiebankwerker bij Rotterdam United.

Eerst wist hij niet of hij de scheepsbouw in wilde, maar hij ging het vak leuk vinden. Zeker de nieuwbouw. Daar bouw je nog schepen, in plaats van het oplappen van oudjes, zoals op een reparatiewerf als Rotterdam United. ,,Scheepsbouwer zijn is gewoon leuker'', zegt Ufuk. ,,Eigenlijk was ik automonteur, maar dan lig je steeds op of onder een auto hetzelfde te doen. Met een schip kan je meer.''