RSV-ENQUÊTE

Op 19 februari 1983 verleende de rechtbank in Rotterdam het scheepsbouwconcern Rijn Schelde-Verolme (RSV) surseance van betaling. De bewindvoerders hadden daarna zeven jaar nodig om de wirwar van bedrijven te ontknopen. In de loop der jaren had de overheid RSV 2,7 miljard financiële steun verleend. Door terugbetalingen van RSV en het vasthouden van nog niet uitgekeerde subsidies resteerde een verlies van 2,25 miljard gulden.

De RSV-enquête, die werd gehouden in 1983 en 1984, gaf een onthullend beeld over de teloorgang van de scheepsbouw en gemiste kansen, inschattingsfouten en gekwetste ego's.

Bij de oprichting in 1971 leek het RSV-concern wel levensvatvaar. Maar toen in 1973 door de oliecrisis de markt voor grote tankers stagneerde, besloot RSV schepen voor eigen rekening te bouwen in de hoop ze later alsnog te verkopen. Het bedrijf trachtte annuleringen van orders te voorkomen door nafinanciering aan te bieden. Allemaal kostbare vergissingen, bleek later.

In de jaren zestig waren de bouwer van supertankers Cornelis Verolme en de overheid door de uitgebreide subsidieregelingen al elkaars gevangene geworden. Een situatie die in de jaren daarna alleen maar verergerde. Verolme, die helemaal niet met zijn concurrenten wilde samenwerken, werd daar bij het ontstaan van RSV wel toe gedwongen. Uiteindelijk moest Verolme weg, maar ook zijn opvolger Stikker kreeg het logge conglomeraat nooit op gang.

Na de afsplitsing van de grote scheepsbouw in 1979 stortte RSV zich in een aantal diversificatieprojecten, zoals de bouw van energiecentrales in Algerije en de ontwikkeling van een kolengraafmachine voor de Amerikaanse markt. Beide projecten mislukten en kostten het concern opnieuw honderden miljoenen guldens. In 1982 sprong EZ-minister Terlouw nog bij, maar een jaar later wees zijn opvolger Van Aardenne een nieuwe aanvraag voor financiële steun af. Hij tekende daarmee in feite het doodvonnis van het concern.

,,Ik had niet in de gaten dat die subsidieverlening in de scheepsbouw in die tijd zo opportunistisch gaten dichten was'', spreekt Arie van der Hek, indertijd Tweede-Kamerlid voor de PvdA en lid van de Kamercommissie voor EZ, nu het mea culpa uit over de subsidierol van de overheid in de scheepsbouw. Van der Hek was hiervan indertijd een warm pleitbezorger, maar constateert achteraf: ,,Het cement tussen de stenen waarmee we iets probeerden op te bouwen in de scheepsbouw ontbrak volledig.''