Publieke-armoedebeleid

De afslanking van de overheid, een proces dat in 1983 begon, gaat onverdroten voort. Het vorige week gepubliceerde Centraal Economisch Plan 2000 laat zien dat de overheidsuitgaven in de afgelopen zeventien jaar al stapsgewijs zijn gedaald van 63 tot 48 procent van het bruto binnenlands product. Deze `uitgavenquote' zakte het meest nadat de PvdA in 1989 ging meeregeren. Een stukje van de quotedaling wordt overigens verklaard door de herziening van de nationale boekhouding in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw.

Dit jaar en volgend jaar brokkelt de collectieve sector verder af. Hoewel het kabinet inmiddels heeft besloten in 2001 vier miljard gulden extra uit te geven, legt de overheid het komende jaar beslag op niet meer dan 45 procent van het bruto product, dat is drie procentpunt minder dan in 1999. Globaal in overeenstemming met de zogeheten Zalm-norm geeft het kabinet dit jaar en volgend jaar niet meer uit dan bij het opstellen van het regeerakkoord is afgesproken. Er is echter veel minder geld nodig voor uitkeringen aan werklozen, als gevolg van de gunstige economische ontwikkeling. Die meevaller mag worden gebruikt om meer geld uit te geven voor andere zaken, zoals zorg en onderwijs.

De daling van de overheidsuitgaven als aandeel van het bruto product valt voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het `noemereffect'. De uitgavenquote is een breuk, met de uitgaven boven de streep (`teller') en het bruto binnenlands product beneden de streep (`noemer'). Terwijl de budgetdiscipline inzake het in het regeerakkoord verankerde uitgavenplafond blijft gehandhaafd, groeit het bruto product veel sterker dan de opstellers van het regeerakkoord voorzichtigheidshalve hebben aangenomen. Daardoor daalt de uitkomst van de deelsom rap.

Het noemereffect speelt ook een rol bij de spectaculaire daling van de collectieve lasten. Van 1999 op 2001 keldert de opbrengst van belastingen en sociale premies van 42 tot minder dan 40 procent van het bruto binnenlands product.

De in verhouding tot het bruto product lagere uitgaven en ontvangsten van de overheid zijn – afgezien van het noemereffect – voor een belangrijk deel gerealiseerd door soms ingrijpende bezuinigingsmaatregelen. Uitkeringen zijn verlaagd en in veel subsidies is het mes gezet. Bij veel door de overheid geproduceerde of gefinancierde voorzieningen is schraalhans al jaren keukenmeester. Steeds meer burgers krijgen te maken met manifestaties van `publieke armoede', met achterstanden bij overheidsvoorzieningen. De krant bericht er regelmatig over: rijen wachtenden in het ziekenhuis, files op de autowegen, personeelstekorten in het onderwijs, tekortschietende politiebescherming.

Die publieke armoede steekt steeds schriller af tegen de particuliere bestedingen die zich uitbundig ontplooien. Hoewel de inkomens van werkenden zich tot nu toe gematigd ontwikkelen – de koopkracht van iemand met een cao-loon steeg de afgelopen vier jaar in totaal met drie tot vier procent – neemt het aantal tweeverdieners toe. Gaat de partner die tot nu toe geen betaalde arbeid verrichtte aan de slag, dan stijgt het huishoudensinkomen tamelijk fors, zelfs wanneer de andere partner op hetzelfde moment korter gaat werken. Het extra inkomen van tweeverdieners wordt voor een groot deel besteed aan kinderopvang en wonen. De huizenprijzen zijn mede opgedreven door de grote vraag van tweeverdienersgezinnen. De stijging van de huizenprijzen en aandelenkoersen deed het vermogen van gezinnen sinds 1993 met in totaal 750 miljard toenemen. Huishoudens zijn geneigd een deel van hun nieuwe rijkdom te verteren.

Door dit `vermogenseffect' nam de particuliere consumptie in het recente verleden met enkele tientallen miljarden extra toe. Particuliere welvaart steekt af tegen publieke armoede. Het gaat straks nog veel harder. Als gevolg van de Belastingherziening 2001 stijgt de koopkracht van het cao-loon op 1 januari aanstaande in één klap met gemiddeld 5 procent. Hierbij is al rekening gehouden met de stijging van de kosten van levensonderhoud door de verhoging van btw en milieuheffingen die onderdeel van de belastinghervorming uitmaakt.

Verdient het geen aanbeveling volgend jaar de belastingen wat minder te verlagen? Een deel van de op handen zijnde 7 miljard lastenverlichting zou kunnen worden gebruikt om publieke armoede te bestrijden en de particuliere consumptie wat in te tomen. Méér geld lost de problemen echter niet op, zoals blijkt uit ervaringen in de zorgsector. Mede door personeelsschaarste gaat het extra geld vooral op aan loon- en prijsverhogingen. Wordt de geldkraan wijder opengezet, dan verdwijnt ook de prikkel om de productie efficiënter te organiseren en zuiniger te werken. Dat in de publieke sector nog veel doelmatigheidswinst valt te behalen, blijkt uit onderzoek dat het Sociaal en Cultureel Planbureau de laatste tien jaar heeft gedaan en waarvan verslag wordt gedaan in de zojuist verschenen studie Public provision and performance onder redactie van SCP-medewerker Jos Blank.

Politici zouden die publicatie op hun nachtkastje moeten hebben om er dagelijks voor het slapen gaan wat in te bladeren. Zolang nog veel doelmatigheidswinst valt te behalen, is het niet zinvol de uitgaven voor de meeste overheidsvoorzieningen omhoog te schroeven, bovenop de extra vier miljard die het kabinet voor volgend jaar toch al beschikbaar stelt. Om publieke armoede in de toekomst tegen te gaan, is het verstandiger de schuld van de overheid zo snel mogelijk te verminderen. Is minder geld nodig voor rentebetalingen, dan komt meer beschikbaar voor zorg en AOW in tijden van vergrijzing.