Patijn bekent schuld in taxizaak

Burgemeester Patijn heeft gisteren mede de schuld op zich genomen voor de slepende taxikwestie in Amsterdam. De gemeenteraad had kritiek geuit op de ,,krokodillentranen'' die Patijn had gehuild in een interview in Het Parool. Daar hekelde hij het beleid van wethouder Kohler inzake de ,,taxi-oorlog''. ,,Maar waar was Patijn?'', wilde raadslid De Vries (PvdA) weten.

Patijn doceerde de raad gisteren in begrijpend lezen. ,,In het interview stond: `Dat hebben we gewoon laten liggen'. En ik zeg met grote letters: WE.'' Dat was dat. Patijn moest nog iets rechtzetten. Wethouder Krikke (Economische Zaken), die zich in het buitenland de blaren op de tong praat om bedrijven voor Nederland te werven, kon in het vraaggesprek lezen dat Amsterdam ,,voor de komst van Philips, bijvoorbeeld, nauwelijks iets hoeft te doen. Cisco idem dito''. Correctie van Patijn: de komst van Cisco was natuurlijk de grote verdienste van Krikke.

Het interview had voor veel opwinding gezorgd in de Amsterdamse gemeenteraad. Het was al eerder opgevallen dat de burgemeester na het overwinnen van zijn kanker opmerkelijk onbevreesd te werk ging. Maar nu was hij echt op de tenen van bijna alle wethouders gaan staan. Op die van wethouder Van der Aa omdat die als plaatsvervangend burgemeester blijkbaar verantwoordelijk was voor ,,een vrij ijzige sfeer'' die Patijn na zijn ziekte in het college aantrof. De inmiddels afgetreden wethouder Groen (Financiën) kreeg nog een trap na: ,,De verzuurde sfeer richtte zich op één wethouder, laten we dat wel vaststellen.'' Wethouder Bruines (D66) en wethouder Grondel (GroenLinks) werden – even erg – niet genoemd.Voorafgaand aan de raadsvergadering hadden de fractievoorzitters van de collegepartijen (PvdA, VVD, D66 en GroenLinks) de koppen bij elkaar gestoken: wat te doen met deze oncollegiale uitingen? Maar het ligt niet in de aard van de raad het debat te zoeken. Beter laten rusten, was de conclusie. Anders zou Patijn in een underdog-positie komen en de raad de rol krijgen van kwade genius die openhartigheid afstraft.