`Nog kansen genoeg voor ECT'

Carel van den Driest, sinds enkele maanden topman van het Rotterdamse containeroverslagbedrijf ECT, presenteerde gisteren ,,een jaarverslag met een rouwrandje''. Toch ziet hij ,,grote kansen'' voor het bedrijf.

Pas vier maanden is Carel van den Driest (52) topman van ECT. Maar de veranderingen bij het grootste overslagbedrijf voor containers in West-Europa zijn nu al zichtbaar.

Terwijl zijn voorganger Wouter den Dulk steeds meer speelbal dreigde te worden van de interne en externe problemen bij ECT, heeft Van den Driest voor dit jaar ingrijpende reorganisaties aangekondigd om de winstgevendheid van de onderneming en de dienstverlening aan de klanten drastisch te verbeteren.

Van den Driest, gisteren tijdens de toelichting op de ECT-resultaten over het voorbije jaar: ,,Gelukkig zit ik met een aantal aandeelhouders aan tafel die precies weten waar ze naar toe willen met deze onderneming.''

Die eigenaren zijn Hutchison Ports Netherlands (35 procent), het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam (GHR, ook 35 procent), de bank ABN Amro (28) en het ECT-personeel (2). Zij kochten het bedrijf vorig jaar van de havenbedrijven Nedlloyd, Pakhoed, Internatio-Müller en de Nederlandse Spoorwegen, die de overslag van containers niet langer als een kernactiviteit beschouwen.

Niet alleen Van den Driest is kennelijk tevreden met zijn aandeelhouders. Grootaandeelhouders Hutchison Ports Netherlands en het gemeentelijk havenbedrijf tonen zich omgekeerd ook ingenomen met deze ervaren havenman. Van den Driest leidde jarenlang het Rotterdamse havenbedrijf Van Ommeren, waar hij vertrok toen zijn onderneming met de Rotterdamse concurrent Pakhoed fuseerde tot Vopak.

Het management van ECT is dit jaar verder versterkt met Steven Lak (tweede man bij het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam) en Jan Gelderland (rederij SeaLand). Aan hen de taak ECT uit de problemen te halen.

Van den Driest presenteerde gisteren over 1999 ,,een jaarverslag met een rouwrandje''. Zo liet de grote klant, containerrederij P&O Nedlloyd, vorig jaar een deel van zijn schepen tijdelijk in Antwerpen laden en lossen. De rederij vond de service op de Maasvlakte-terminal van ECT onder de maat. Ook kampte ECT met ontregelde computers, waardoor lange wachttijden voor vrachtwagenchauffeurs ontstonden. Verder had het bedrijf problemen met het personeel. Van den Driest constateerde gisteren dat het ziekteverzuim onder de zeshonderd medewerkers van de ECT-terminal in de Eemhaven 15 procent hoger lag dan gemiddeld in de haven.

De effecten ervan bleven niet uit. Waar de gemiddelde groei van de containeroverslag in de Europese havens waarmee Rotterdam concurreert – tussen Hamburg en Le Havre – vorig jaar uitkwam op 8,4 procent, kon de Maasstad slechts 5 procent groei boeken. En de groei bij ECT, het belangrijkste overslagbedrijf, bedroeg slechts 2,1 procent.

,,Er zijn wel eens dagen dat ik denk: wat een problemen hier. Maar er zijn gelukig ook dagen dat ik denk: wat een kansen hier'', aldus Van den Driest.

Hij vertelde gelukkig te zijn met de komst van Hutchison Ports, onderdeel van het Hongkongse handelshuis Hutchison Whampoa, als grootaandeelhouder. ,,Je zit daardoor met experts aan tafel'', aldus Van den Driest. ,,Als je 100.000 containerbewegingen per jaar per kraan wilt maken, is het handig als je een insider als Hutchison aan tafel hebt zitten die over het materiaal beschikt om een vergelijking te maken met andere terminals in de wereld.''

Hutchison Ports is een van de grootste containeroverslagbedrijven ter wereld. Op allerlei vitale locaties heeft het terminals; naast Hongkong en Rotterdam bijvoorbeeld aan beide uiteinden van het Panama-kanaal.

Hoewel het bedrijf in Rotterdam genoegen moest nemen met een minderheidsbelang in ECT, op last van de Europese autoriteiten, is deze locatie onmisbaar in de strategie van Hutchison. De Chinezen willen zo goed mogelijk vertegenwoordigd zijn in de weinige wereldhavens die in staat zijn de megaschepen te ontvangen die straks meer dan 10.000 containers per schip vervoeren.

ECT werkt inmiddels aan een netwerk met eigen terminals in het achterland, onder meer in Venlo, Duisburg en Willebroek. Van den Driest ziet ook daarin mogelijkheden de winstgevendheid bij ECT te verbeteren. ,,Ik kom van een havenbedrijf waar we naast onze kernactiviteiten ook aan een aantal kleinere zaken goed verdienden. Als een klant eenmaal bij Van Ommeren zijn zaken volledig had afgehandeld, was hij geknipt en geschoren. Dat moet ECT ook kunnen.''