Na Twentestad

DE BEKRONING van een daadkrachtig programma van gemeentelijke herindeling had het moeten worden: Twentestad. Maar het zat van meet af aan tegen. De vorige minister van Binnenlandse Zaken, Peper, sleepte de nieuwe metropool in het oosten met moeite door de Tweede Kamer, alleen om hem te zien vastlopen in de senaat. Daar was geen tweede Nacht van Wiegel nodig. Deze week zag de nieuwe minister De Vries Twentestad ten ondergaan in senaatsbrede kritiek.

Alweer was het de Eerste Kamer die een knoop doorhakt die de Tweede Kamer laat liggen. Het plan-Twentestad had een hoog tekentafelgehalte. De Haagse tekentafel, welteverstaan, want het draagvlak in de regio was klaarblijkelijk niet de eerste prioriteit van de regering. Hengelo moest meedoen, maar wilde niet, Almelo wilde toetreden, maar mocht niet, want dan zou de ,,bandstad' volgens de Haagse plannenmakers weer té groot worden. Wat was het nu: groot of niet?

Ook in afgeslankte vorm was Twentestad al opvallend door haar omvang, een veelvoud van de gebruikelijke herindeling. Is het wettelijk instrumentarium daarvoor wel bedoeld? De weigering van de Eerste Kamer akkoord te gaan met Twentestad vormt een schot voor de boeg wat betreft de beleidsvoornemens ten aanzien van Haaglanden en Eindhoven. Vooreerst valt er overigens in het oosten nog een ander klusje te klaren, de ,,Hof van Twente': de samenvoeging van een aantal gemeenten zoals Goor en Markelo.

HET HERINDELINGPROGRAMMA waar Twentestad het boegbeeld van had moeten worden, staat niet op zichzelf. Het maakt deel uit van een serie maatregelen die Peper had aangekondigd om wat hij betitelde als de toenemende ,,kwetsbaarheid van het openbaar bestuur' aan te pakken. Daartoe behoort ook versterking van de regiefunctie van de provincies, men weet wel de ,,integrerende en arbitrerende rol' die het regionale gat moet vullen.

Insiders spreken veeleer van een ,,emmenthalisering' van het provinciale bestuur, een toename van het gatenkaasgehalte. Ook andere middelen vermogen tot dusver niet de verbeelding aan de macht te helpen. Zo is daar het bestuursakkoord-nieuwe-stijl. ,,Daarin staat niet het bestuursakkoord maar het overhedenoverleg centraal', meldde Peper vorig voorjaar in een van zijn talrijke beleidsnotities.

Dit bestuursakkoord-nieuwe-stijl zal inderdaad wel enig verschil maken – voor de bestuurders, welteverstaan. Maar wat schiet de burger er mee op? Het probleem is nu net dat de burger zich zo slecht weet te herkennen in de constructies die van de bestuurlijke tekentafels komen. Twentestad is wat dit betreft een goed voorbeeld. Het gewest: opgedoekt. Het ,,kaderwetgebied' als opstap tot een stadsprovincie: op niets uitgelopen. En nu de grote herindeling: gestrand.

DE BESTUURLIJKE PROBLEMEN waarop deze constructies een antwoord moesten bieden zijn er intussen niet minder reëel om. Peper somde ze vorig voorjaar helder op: onheldere verantwoordelijkheden, onvoldoende samenwerking, onvoldoende samenhang in de besluitvorming. ,,De tijd van mechanische blauwdrukken is voorbij', verklaarde hij. Dat laat nog een mooie taak voor zijn opvolger De Vries. Diens specialisatie was ooit het staats- en bestuursrecht.