Monarchie 5

In een brochure van 1965 noemt de hoogleraar in de criminologie mr. W.H. Nagel het koningschap een wreed anachronisme, hetgeen tot dusverre werd veronachtzaamd bij de discussie over modernisering van de monarchie. Zijn zienswijze berust op het feit dat democratie pretendeert gelijke rechten voor alle inwoners te verzekeren, terwijl dat niet geldt voor de leden van de koninklijke familie, die grondwettelijk beperkingen zijn opgelegd. Handhaving van de monarchie met een louter ceremoniële functie is vernederend voor vorstelijke personen met maatschappelijke betrokkenheid. Dergelijke overwegingen plegen terzijde te worden gelegd met het argument dat de leden van het vorstenhuis kunnen bedanken voor hun eervolle positie. Hiermee wordt onderschat dat slechts een uitzonderlijk onafhankelijke geest zich vrij kan voelen van de bestemming waarmee hij/zij vanaf de geboorte door familie en volk werd geïndoctrineerd.