Laat je niet opeten, Bobbie!

Bij geen enkele strip bereidde Hergé zich zo goed voor als bij De Blauwe Lotus. De Chinees Chang wijdde hem niet alleen in in de Chinese cultuur, maar leerde hem ook calligraferen. De wordingsgeschiedenis van De Blauwe Lotus is te zien op een expositie in de Haarlemse Vleeshal.

Kuifje-liefhebbers die nieuwsgierig zijn hoe tekenaar Hergé te werk ging bij zijn beroemdste strip, De Blauwe Lotus (1939), moeten naar de Vleeshal in Haarlem. Op de expositie Kuifje in het Verre Oosten is niet alleen te zien dat Hergé zijn tekeningen nauwelijks corrigeerde en dus feilloos tekende, maar de bezoeker krijgt ook een indruk van de periode waarin De Blauwe Lotus tot stand kwam en waar de tekenaar zijn informatie vandaan haalde.

Voor De Blauwe Lotus (Les aventures de Tintin en Extrême-Orient) wilde Hergé Kuifje naar China sturen, dat in de jaren dertig veelvuldig in het nieuws was. In een interview vertelde hij eens dat hij met zijn boek twee thema's voor ogen had: laten zien hoe de Japanners China overheersten en zorgen dat zijn lezers de Chinezen beter leerden kennen.

Voor zijn eerdere boeken had Hergé (omgekeerde initialen van Georges Remi) zich redelijk gedocumenteerd, maar er waren desondanks veel onjuistheden in de verhalen geslopen. Dat wilde hij dit keer voorkomen en hij zocht contact met de Chinese student Chang Chong-Jen. Die maakte Hergé in lange sessies bekend met Chinese verhalen en culturele details en wees hem op misvattingen die Europeanen over Chinezen hadden. Dit laatste wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door de detectives Jansen en Janssen `incognito' over straat te laten lopen. Ze zijn verkleed als mandarijnen met vlechten en worden door iedereen uitgelachen.

Chang, waarmee Hergé zijn hele leven bevriend zou blijven, (hij komt ook weer voor als personage in Kuifje in Tibet 1960), vertelde niet alleen over China, maar leerde hem ook kalligraferen en werken met oost-indische inkt. Die twee elementen zorgden er voor dat De blauwe Lotus het meest uitgebalanceerde en `realistische' verhaal tot dan toe was.

Uit de archieven van Fanny Hergé (berucht om de strenge manier waarop ze Hergés personage beschermd) is prachtig materiaal tevoorschijn gekomen voor de expositie. Er zijn originele platen te zien, vergeelde jeugdbijlages, documentatie-foto's en schetsen. Met name de oude jeugdbijlages zijn interessant. Daarin staat bijvoorbeeld een interview met Kuifje voordat hij naar China vertrekt. Bobbie, of Milou zoals hij in het Frans heet, krijgt het advies zich niet te laten opeten! Veel bijlagen tonen de oorspronkelijke kleurenomslag. Die kleuren zijn minder verfijnd dan in de latere boeken. Ze laten zien dat Hergé de inkleuring nog niet helemaal in de vingers had; de Japanners zijn bijvoorbeeld knalgeel. Dit soort gegevens maakt de expositie de moeite waard.

Met Kuifje in de Soviet-Unie (1930), Afrika (1931), Amerika (1932) en De Sigaren van de Farao (1934) had Hergé zich ontwikkeld tot een van de succesvolste striptekenaars van het vooroorlogse Europa. De exotische avonturen van de jonge, naar een padvinder gemodelleerde journalist en zijn hondje Bobbie, werden wekelijks gepubliceerd in de jeugdbijlage van de conservatieve, Belgische krant Le Vingtième Siècle: Le Petit Vingtième. Kuifje was zo populair dat elke keer als een avontuur was beëindigd, een als Kuifje verklede jongen met de trein aankwam in Brussel en werd gehuldigd door honderden enthousiaste lezertjes.

De eerste boeken van Hergé werden in de Tweede Wereldoorlog heruitgegeven in een aangepaste versie, wegens de papierschaarste. In plaats van de 132 platen van de oorspronkelijke versie telde de oorlogsuitgave 62 pagina's. Ook zijn de boeken ingekleurd. Sinds een paar jaar zijn er facsimilie-versies in de handel, zodat iedereen zelf kan zien hoezeer de nieuwe en de oude uitgaves van elkaar verschillen.

Eerder waren de avonturen van Kuifje in Tibet (1958) te bewonderen in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden. Die tentoonstelling trok duizenden bezoekers. De expositie over De Blauwe Lotus is zeker zo interessant.

Expositie `Kuifje in het verre oosten', De Vleeshal, Grote Markt, Haarlem. T/m 12 juni. Ma t/m za 11-17u, zon- en beide paasdagen 12-17u. Volw ƒ10. Inl 023-5115775