Geldmarktpartij in het schip

De cijfers van de weekstaat vertoonden deze week een vertrouwd beeld. De turbulentie waarvan op de internationale aandelenmarkten zoveel sprake was ging aan de Europese geldmarkt volledig voorbij. Theoretisch mocht worden gerekend op een daling van de lange geldmarkttarieven, wegens een kapitaalvlucht naar veilige staatsobligaties. In de praktijk was echter sprake van een lichte stijging van het jaarstarief tot 4,33 procent. De overige tarieven lagen eveneens licht hoger dan een week geleden.

Opmerkelijk was een mutatie op de depositofaciliteit. Omdat deze op maandag plaatshad zal het niet zichtbaar zijn in de weekstaat die vrijdag als peildatum heeft. Eén (of meer) geldmarktpartij(en) stortte(n) afgelopen maandag maar liefst 5,3 miljard euro op de depositofaciliteit.

Zelfs voor het einde van een reserveperiode is dat vrij veel. Kennelijk hebben één of meer banken een verkeerde inschatting gemaakt van hun inkomende en uitgaande geldstromen. Bij het signaleren van het probleem, tegen het einde van de dag, was er echter geen andere optie meer dan gebruik te maken van de depositofaciliteit.

Daarmee is de betrokken partij omgerekend naar dagbasis voor circa 180.000 euro het schip ingegaan. Op de geldmarkt kon immers een vergoeding van circa 3,75 procent worden gekregen, terwijl op de depositofaciliteit slechts een magere 2,5 procent wordt vergoed. Daarmee werd op een bedrag van 5,3 miljard euro dus 1,25 procent aan rente-inkomsten misgelopen.

Voor het overige kende de weekstaat geen spectaculaire veranderingen. De herfinanciering kwam vorige week 6,9 miljard euro lager uit, terwijl ook de toename van de schatkistsaldi (4,3 miljard euro) voor een verkrapping zorgde.

In de bankbiljettencirculatie was nauwelijks een mutatie op te tekenen, terwijl de veranderingen in de overige posten elkaar vrijwel in evenwicht hielden. Per saldo daalde het tegoed op de reserverekening als gevolg van de genoemde verkrappingen met 11,1 miljard euro.

Bron: ING Economisch Bureau