Geen schoenendozen uit het schap

Tien werven in het noorden van Nederland werken al bijna vijftig jaar samen op het gebied van ontwerp, verkoop en marketing. Een succesverhaal.

EEN DUITSE scheepsbouwer wilde vorig jaar het ontwerp van de `Conofeeder' kopen, bedacht op de tekentafel van Conoship International. Het negentig meter lange en snelle containerschip viel in de smaak bij acht van diens klanten. Maar directeur Philippe Swolfs van Conoship wees het verzoek beslist af: ,,We ontwerpen alleen voor onze tien werven.''

Swolfs staat nu drie jaar aan het roer van Conoship, een samenwerkingsverband van tien noordelijke werven dat bijna vijftig jaar geleden werd opgericht. Conoship (een afkorting van Combination of Northern Shipyards) ontwerpt nieuwe types schepen en verzorgt de acquisitie, verkoop en marketing voor de tien scheepsbouwers. De Duitse belangstelling illustreert volgens Swolfs, afkomstig uit België, dat de ontwerpen van Conoship ,,gekend'' zijn. ,,We ontwerpen de Mercedessen en BMW's onder de multi purpose schepen. En geen schoenendozen, die zomaar van het schap worden gehaald, zoals we in Antwerpen zeggen.''

Conoship beschouwt zichzelf als het verlengde van de aangesloten scheepswerven. Dat zijn er tien, met in totaal 1.250 werknemers: Scheepswerf Harlingen, Frisian Shipyard Welgelegen, eveneens in Harlingen, Scheepswerf Bijlsma met locaties in Warten en Lemmer, Tille Shipyards in Kootstertille, Bodewes Volharding Groep (Bodewes Volharding in Foxhol, Pattje Assemblage in Eemshaven en Pattje Shipyard in Waterhuizen), Barkmeijer in Stroobos, Niestern Sander in Delfzijl, Shipyard Metz op Urk en Bodewes Scheepswerven Maartenshoek in Hoogezand.

Dat tien scheepsbouwers samenwerken op het gebied van acquisitie en ontwerp is uniek. De ontwerpers van Conoship nemen 95 procent van de ontwerpen van de werven voor hun rekening. ,,Dankzij de in de loop der jaren opgebouwde knowhow gebeurt dit optimaler en dus goedkoper'', stelt Swolfs. De vier medewerkers marketing en sales benaderen en bezoeken bestaande en potentiële klanten over de hele wereld. Van de schepen wordt 90 procent verkocht aan Europese rederijen. De website trekt 30.000 bezoekers per maand, een record in de maritieme sector, zegt Swolfs trots.

Dankzij de noordelijke scheepswerven is Nederland wereldmarktleider voor de bouw van moderne multipurpose schepen (MPP) met een laadcapaciteit van tussen de 3.000 en 15.000 tdw (tons deadweight). Deze MPP-schepen maken 60 procent van de totale nieuwbouw uit op de `Conoship-werven'. Daarnaast worden er chemicaliëntankers gebouwd (circa 20 procent van de omzet), kleine baggervaartuigen, vissersschepen, ferry's en car-carriers (vrachtschepen voor nieuwe auto's). De omzet van de Conoship-werven verdubbelde in zes jaar tijds tot 700 à 800 miljoen gulden. Ook het aantal schepen dat van de helling loopt, stijgt: van veertien in 1994 tot ongeveer veertig dit jaar.

Hoewel de omzet stijgt, heeft de sector het niet eenvoudig, beklemtoont Swolfs. ,,De prijs staat zwaar onder druk.'' Door het bieden van toegevoegde waarde en gedeeltelijke verplaatsing van cascobouw naar lagelonenlanden kan Nederland zijn concurrentiepositie handhaven, denkt hij. Een voordeel is dat 80 procent van de omzet van het schip in het noorden door onderaannemers wordt gerealiseerd. ,,Daardoor kunnen we efficiënter produceren. Elke onderaannemer heeft zijn eigen specialiteit. De meeste werven kunnen daardoor drie à vier schepen per jaar bouwen, tegen de concurrentie in Europa hooguit een tot twee.''

Het prijsverschil met landen als China en Zuid-Korea blijft voor opdrachtgevers een argument. Ook de noordelijke werven ontkomen er om die reden niet aan een deel van de casco's in lagelonenlanden als Roemenië te laten vervaardigen. De toegevoegde waarde zit volgens Swolfs in ,,vindingrijke'' ontwerpen. Zo ontwerpt men nu samen met de TU Delft een nieuw type `supplier', een grote sleepboot voor de off shore. ,,We leveren kwaliteit. En ja, een BMW kost iets meer dan een Skoda. Maar dat heb je er voor over.''