FISCALE STEUN

Na de ondergang van het RSV-concern is de Nederlandse overheid zeer terughoudend geworden met het verlenen van staatssteun aan de scheepsbouw. Toch is de Nederlandse fiscus wel heel vriendelijk voor deze industrie.

De scheeps-cv In de Gouden Eeuw gebeurde het al. Reders die een schip naar de Oost wilden sturen, vroegen rijke particulieren een investering te doen. In ruil daarvoor kregen zij een deel van de winst die op de lading werd gemaakt. Sindsdien gebruiken rederijen nog steeds deze constructie om geld aan te trekken. Een jaar of drie geleden werden beleggingen in schepen ook populair bij vermogende Nederlanders die voorheen geen enkel contact hadden met de scheepsbouw. Banken als ABN Amro, ING en MeesPierson komen op gezette tijden met chique folders waarin de voordelen van het scheepsbeleggen uit de doeken wordt gedaan. Het animo is groot. Volgens de brancheorganisatie VNSI worden jaarlijks circa 25 schepen gebouwd via deze financieringsconstructie. Dat levert een omzet op van 350 à 400 miljoen gulden per jaar.

Beleggende ondernemer Waar draait de regeling om? Beleggen in schepen loopt via een commanditaire vennootschap (cv). Wie investeert via een cv, wordt door de fiscus als ondernemer beschouwd. Voordeel daarvan voor de belegger is onder meer dat hij kan profiteren van de investeringsaftrek en van de vermogensvrijstelling voor ondernemers. Als de `scheeps-cv' na zeven jaar wordt opgeheven, heeft de belegger/ondernemer ook nog recht op een fiscaal vrijgestelde `stakingswinst'. Voor ondernemers boven de 55 jaar geldt die vrijstelling voor maximaal 45.000 gulden, voor jongeren ligt het maximum op 20.000 gulden. Omdat van de commanditaire vennoten een behoorlijk bedrag wordt gevraagd meestal ten minste een halve ton is de regeling vooral geschikt voor mensen met een hoog inkomen. Het te behalen rendement ligt volgens de meeste banken zo tussen de 10 en 15 procent. Hierbij gaan de banken er wel vanuit dat de beleggers in het toptarief voor de inkomstenbelasting vallen (nu 60 procent).

Belastingherziening De Nederlandse scheepsbouwindustrie kan opgelucht ademhalen: het belastingvoordeel voor beleggingen in schepen via een commanditaire vennootschap blijft voorlopig gehandhaafd.

In het nieuwe belastingplan, dat in 2001 moet ingaan, was oorspronkelijk geen ruimte meer voor de fiscale bevoordeling van scheepsbeleggers. Het voorstel was investeringen in een cv aan te merken als belegging en die te belasten met 30 procent over een verondersteld jaarlijks rendement van 4 procent. Na hevige protesten van de scheepsbouwindustrie is dit aangepast: voor beleggingen in scheepvaart (en de filmindustrie) geldt voor zeven jaar een overgangsregeling, waardoor de eerste 45.000 gulden winst is vrijgesteld van belastingen. Het ministerie van Financiën moet de regeling nog wel aanmelden in Brussel, waar wordt beoordeeld of de vrijstelling te verenigen valt met het verbod op fiscale steun aan nationale industrieën.

Omvlaggen De fiscale steun aan de scheepsbouw verloopt ook via een omweg. Zo heeft het kabinet in 1996 besloten om het voor reders (de eigenaren van de schepen) weer aantrekkelijk te maken om hun schepen onder Nederlandse vlag te laten varen, onder andere door 40 procent korting te geven op de werkgeverslasten voor Nederlands personeel. Dat heeft er niet alleen toe geleid dat er weer veel meer schepen onder Nederlandse vlag varen, maar ook dat er meer orders bij de Nederlandse werven worden geplaatst.

Subsidies Behalve een soepele fiscale behandeling voor beleggers in schepen geeft de Nederlandse overheid ook rechtstreeks hulp aan de werven. Deels gaat dat via subsidies voor te bouwen schepen, deels loopt de steun via zogeheten exportkredietsubsidies. Dit jaar trekt de Nederlandse regering 130 miljoen gulden uit voor subsidies op nieuwbouw, en is er 40 miljoen gulden beschikbaar voor steun aan exporterende werven. Volgens een medewerker van het ministerie van Economische Zaken verstrekt Nederland veel minder subsidies dan op grond van Europese regelgeving is toegestaan.