Een pantalon

Ik moest wat spullen naar de stomerij brengen, of liever de sigarenwinkel bij ons in de buurt, die een depot van een stomerij heeft. Je legt je vuile kleren op de toonbank tussen de krasloten en de kauwgom, terwijl de Playboydames toekijken. Ik haalde de kleren uit mijn tas. `Twee truien', zei ik. Twee jumpers, streepte de sigarenboer aan op een bonnenboekje met carbonpapier.

`Een pak', zei ik vervolgens. Een kostuum, noteerde hij.

`Dat is dus een jasje', legde ik uit. `Ja, een colbert', beaamde hij.

`En een...' Ik wou broek zeggen, maar bedacht me. `Een pantalon', zeiden we samen.

Het bonnetje dat ik mee naar huis kreeg, geeft nog meer artikelen aan: windjack, stropdas, mantel, japon of kamerjas. En heel modern: broekrok. Alleen de pullover ontbreekt. Ik waande me even in de jaren vijftig, toen ik in mijn windjack en terlenka plooirok op mijn Locomotief naar school ging.