De bewakers van het spoor

De spoorwegpolitie beschermt stationsbezoekers tegen opdringerige vagebonden en vingervlugge zakkenrollers. De expositie in Apeldoorn over de Spoorwegpolitie toont de geschiedenis van deze dienst. Van antidiefstalbrigade tot begeleiders van voetbalsupporters.

Het stinkt naar geschroeid leder in het Politie Museum in Apeldoorn. Een pop, gekleed in het tenue van een hondenbegeleider van de spoorwegpolitie, ligt op een bank. Eén naakte voet steekt uit zijn blauwe ballonbroek. De conservator vertelt dat hij een rijlaars moest verwisselen. Omdat het schoeisel niet van de pop afwilde, moest hij naar een slijptol grijpen.

De hondenbegeleider is onderdeel van de tentoonstelling Agent op het Spoor. De spoorwegpolitie is begin dit jaar opgegaan in het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) en die verdwijning is aanleiding voor een terugblik. Aan de vooravond van de opening is het museumpersoneel druk in de weer. Met de nauwgezetheid een militaire actie waardig, worden insignes, onderscheidingstekens en kledingstukken op elkaar afgestemd. Elk onderdeel van de uitrusting verwijst naar de geschiedenis van de `spopo`s', zoals ze vaak onwelwillend door de `gewone', gemeentelijke politie werden aangeduid.

De tentoonstelling brengt ook in herinnering dat de spoorwegpolitie is begonnen als een particuliere bedrijfsbeveiligingsdienst. In 1919 werd de spoorwegrecherche door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij in het leven geroepen om de golf van diefstallen in te dammen. Voedingsmiddelen, kleding, steenkolen, alles was kort na de Eerste Wereldoorlog zo schaars, dat het voor sommigen waard was er gevangenisstraf voor te riskeren. Zelfs het koper van de armleuningen werd gestolen. Vaak, zo vertelt de conservator, werden de diefstallen gepleegd door het eigen personeel. Spoorwegrecherche reisde soms mee in een grote kist met kijk- en luchtgaten om de onverlaten op heterdaad te kunnen betrappen.

Later verschoof het werk van de spoorwegpolitie meer naar publieksbegeleiding, zoals tijdens de roeiwedstrijden in Jutphaas waar het de heren studenten behaagde na de Varsity stomlazerus de trein terug te zoeken. Nu ligt de nadruk op agressiebestrijding en begeleiding van voetbalsupporters. Waartoe laatstgenoemd volkje in staat is, toont de foto van een inbeslaggenomen, zelfgemaakte `bom': een cartouche campinggas waaraan een strijker met verhuistape is vastgeplakt.

Vijf spoorwegpolitiemannen in ogenschouw nemend, tussen de rails bij het nagebootste emplacement op de expositie, besef je hoe makkelijk je eeuwigheidswaarde toekent aan zoiets tijdelijks als een uniform. De politieman van nu past zo in het straatbeeld dat je geneigd bent te denken dat hij er altijd zo heeft uitgezien. Maar betrekkelijk kort geleden zag hij er uit als een Duitse Feldwebel. Vroeger moest de politie gezag uitstralen met een geklede, halflange jas en veel koperen knopen. Nu dragen ze een eigentijdse blouson die vooral gebruiksgemak suggereert en tot tutoyeren verleidt.

De mannen tonen ook de hilarische ontwikkelingen op het gebied van de `staatsmode'. De leden van de spoorwegpolitie waren vanaf 1953 geüniformeerd, Ze moesten in dat uniform wel op andere gezagsdragers lijken, maar mochten daarmee niet worden verwisseld. Dat leidde ertoe dat bij de invoering van een nieuw uniform voor de spoorwegpolitie in 1967 problemen ontstonden. Pas het derde proefmodel vond in de ogen van de minister genade. De goedgekeurde tuniek is in NS-donkerblauw, overhemd en broek in het grijs van Van Gend & Loos, het bedrijf waarmee de NS toen nog was gelieerd. Wie de mannen in deze outfit ziet, denkt onmiddellijk: politie in grauw gewassen shirtjes.

Bewapend waren de spopo's ook. Het kader had zelfs, onbewust vooruitlopend op latere bewapeningsontwikkelingen, een Walther PPK pistool. Een fraai exemplaar uit 1931 staat in een vitrine. De spoorwegpolitie moest rond 1975 van dit vuurwapen afstand doen ten gunste van het FN pistool waarmee de gempo was bewapend. Nu is de gehele politiemacht uitgerust met de Walther P5. Ook twee FN's – ook wel knijpkat genoemd – staan (onklaar gemaakt) in de vitrine, naast een knevelketting en een kort knuppeltje.

De spoorweg-poppen in Apeldoorn zijn ongewapend. Hun holsters hangen er leeg bij. De conservator had er liever replica's van pistolen in gehad, maar van de Walther P5 was geen imitatie voorhanden. Zijn zucht naar perfectie uit zich in een binnensmondse verontschuldiging: ,,De hondenbegeleider heeft een zomertenue aan en winter rijlaarzen''. Het is niet te verwachten dat veel bezoekers daarover zullen vallen.

Agent op het Spoor. Politiewerk rondom treinen en stations. Nederlands Politie Museum, Arnhemseweg 346, Apeldoorn. T/m 7 jan 2001. Inl 055-5430691. Open di t/m vr 10-17u, za/zo 13-17u. Volw ƒ6, 4-18 ƒ4, MJK gratis.

    • Hans Moll