Zonen van Fujian zoeken hun geluk overal

Jaarlijks trekken tienduizenden Chinezen naar het buitenland, legaal maar ook illegaal. De provincie Fujian is de bakermat van China's illegale exodus.

In de laatste bocht van de Min-rivier voordat zij uitmondt in zee ligt Houyu. Met de witbetegelde gevels van de opeengepakte huizen die hoog uittorenen boven het omliggende boerenland lijkt Houyu op een vestingstadje tussen de rijstvelden. De huizen zijn het symbool van Houyu's succes. Hoe hoger ze zijn, hoe groter de rijkdom. In de volksmond heet Houyu het dorp der `weduwen', omdat de mannen van de vrouwen die er wonen bijna allemaal in het buitenland verblijven. In Amerika, Canada of Australië.

In Houyu wordt veel gefluisterd en gesprekken verstommen bij het zien van een vreemdeling. Gezichten wenden zich abrupt af. Er zijn een hoop geheimen in dit dorp. Houyu en een handjevol dorpen in het Changle-district van de kustprovincie Fujian behoren tot de belangrijkste plaatsen van herkomst van illegale Chinese migranten. Ze gaan per boot of met het vliegtuig, met behulp van onderwereldfiguren en tegen fikse betalingen. Onbelemmerd en ongezien, al vele decennia lang.

Maar sinds het begin van dit jaar zijn de straffen tegen de bemiddelaars, hun bazen en de migranten die tegen de lamp lopen, aanzienlijk verzwaard. Wat jarenlang vrijwel ongestraft door de vingers werd gezien, domweg omdat er geen lokale overheidsfunctionaris was die er aandacht aan wenste te besteden, wordt steeds harder aangepakt. Omdat de Chinese mafia er bij betrokken is en er veel zwart geld omgaat. Omdat steeds meer landen China kritiseren om de onverschilligheid waarmee de lokale overheden het probleem benaderen. En ten slotte omdat de mensensmokkel China's reputatie natuurlijk geen goed doet.

Wie in het Changle-district wil praten over mensensmokkel, moet naar de tempels – daar waar houten boeddhabeelden en stoffen banieren het geluid dempen en donkere hoeken en nissen anonimiteit bieden. In Houyu is dat de tempel van het geslacht Zhang. Alle Zhangs uit Houyu, de achterblijvers en zij die in het buitenland wonen, zijn er op keramieke tegels in kleur vereeuwigd. Het is een grote familie en met z'n allen bedekken ze een flink deel van de tempelmuren. Onder hun portretten staan de bedragen die de Zhangs hebben gestuurd. Giften in Amerikaanse dollars – en het liegt er niet om. Geen wonder dat de kostbare steensculpturen zijn afgeschermd met gestaald glas.

Het is een oude Zhang die de stilte van Houyu doorbreekt. ,,How do you do?'', zegt hij. Hij heeft er meteen spijt van. Wanneer hem wordt gevraagd hoe het komt dat hij Engels spreekt, antwoordt hij: ,,Never mind.''. De poging om zijn versleten Engels op te poetsen, moet niet uitmonden in een gesprek over gevoelige onderwerpen. Maar dan zegt hij, ,,America, many years.'' Hij kan het toch niet laten. Zhang blijkt een gepensioneerde zeeman te zijn die jaren als kok werkte in een Chinees restaurant in New York. Hij haalt een beduimeld boekje uit zijn binnenzak te voorschijn. Het is zijn Amerikaanse werkvergunning uit 1977 en een verblijfsvergunning uit Hongkong. Hoe hij er aan komt? ,,Never mind.''

Na herhaald aandringen wil Zhang kwijt dat het schip waarop hij destijds voer halverwege de jaren zeventig de Verenigde Staten aandeed. Mao Zedong was net gestorven, de boerencommunes in verval en Zhang wilde weg uit China – om zijn familie een toekomst te bieden. Eenmaal in de haven van San Francisco zette Zhang het op een lopen. Hij dook onder, maakte vierduizend dollar schuld bij een Triade-lid die een green card voor hem regelde en kwam drie jaar later, na lange dagen zwoegen in de keuken van een restaurant in New Yorks China Town, schuldenloos en legaal weer boven water. Alle vijf kinderen van Zhang hebben inmiddels op aanmoediging van hun vader de grote oversteek gemaakt. ,,America is good'', zegt hij glunderend.

In de tempel van Zhanggang, op een steenworp afstand van het vliegveld van de provinciehoofdstad Fuzhou, is het middelste van drie altaren bestemd voor `reizen naar het buitenland'. Het altaar is behangen met gulle giften en het kussen ervoor is versleten van het vele knielen. ,,Iedereen wil weg'', zegt een oude man die tegen betaling orakelstokjes leest die de bezoekers uit een bus van `voorspoed en rijkdom' kunnen schudden. Zijn eigen zoon zit al in het buitenland. In Nederland om precies te zijn. ,,Niet omdat hij het hier zo slecht had, maar omdat hij het daar beter heeft'', zegt de man.

In Zhanggang is de sfeer minder gespannen dan in Houyu. ,,Houyu is verdacht'', zegt de man van de orakelstokjes. ,,Er zijn daar zo veel mensen vertrokken dat het de speciale aandacht van de politie heeft. Dat valt hier nog mee.'' Maar dat neemt niet weg dat al zijn collega's in de tempel kunnen meepraten over de prijzen, de methoden, de risico's, en de `slangenkoppen' – de adjudanten van de triadebazen die voor veel geld een illegale oversteek regelen. ,,Wij hebben met z'n allen 35.000 gulden bijeengelegd. Daarvoor heeft mijn jongen een paspoort en een toeristenvisum gekregen en is hij via Moskou en Irak naar Nederland gereisd. Nu moet hij ons dat geld nog terug betalen. Hij werkt in een restaurant en verdient tweeduizend Nederlandse yuans per maand. Dat zijn achtduizend Chinese yuans. Over een paar jaar is hij een vrij man en kan hij gaan en staan waar hij wil.''

De zoon schrijft nooit met zijn vader, en de vader weet amper waar zijn zoon woont. ,,In A-mu-si-te-fan?'' zegt hij twijfelend, in een verkeerde Chinese vertaling van de naam van de Nederlandse hoofdstad. ,,We bellen elkaar twee keer per jaar. Dat is veiliger. Als je schrijft, weten ze je zo te vinden.'' Niemand in de tempel van Zhanggang geeft blijk van schaamte. Wetten mogen overtreden worden, want de jonge mannen in het Changle-district willen op zoek naar betere kansen.

,,In Fujian bestaat een migrantencultuur'', zegt Susan Gregson, immigratie-attaché van de Canadese ambassade in Peking. ,,Iedereen wenst zijn kinderen in het buitenland. Dat is daar een eeuwenoude traditie.'' Het is dan ook niet verwonderlijk dat de mensensmokkel in de regio met de dag professioneler is geworden. ,,Steeds meer mensen zijn in het bezit van papieren, vervalst of onrechtmatig toegeëigend. Daarmee verlaten ze China per vliegtuig, want boottochten zijn riskant'', aldus Gregson. Canada liet vorig jaar 29.000 Chinezen toe. Over het aantal illegalen doet Gregson geen uitspraak. Maar het probleem is zo omvangrijk, dat de Canadese minister voor Immigrantenzaken volgende week Peking en Fujian aandoet in een poging potentiële migranten te weerhouden van hun illegale onderneming. ,,Mensensmokkel is gevaarlijk en immigreren is zinloos'', zegt Gregson. De reis in de geheime ruimen en containers van de Chinese vrachtschepen heeft al meermaals geleid tot de dood van migranten. En eenmaal in het buitenland leiden veel illegale Chinezen een waar slavenbestaan – overgeleverd als ze zijn aan de willekeur van lokale bendeleiders, net zo lang totdat zij iedere cent die hun overtocht heeft moeten kosten, hebben terugbetaald.

Terug in China zijn de risico's er niet minder om. Victoria Xu uit Fuzhou is enkele maanden geleden opgepakt in Japan en op het vliegtuig naar China gezet. ,,Ik ben tijdens het telefoneren opgepakt door een Japanse informant die in een cel naast mij stond. Binnen tien dagen was ik weer in Fuzhou.'' Xu zat twee weken in een Chinees heropvoedingskamp en betaalde tweeduizend gulden boete. Maar dat was slechts een fractie van de vijftigduizend gulden die zij voor haar overtocht aan een slangenkop had betaald. ,,Mijn papieren waren in orde, maar ik ben langer gebleven dan de geldigheidsduur van mijn visum. Dat deed iedereen. Ik heb gewoon pech gehad.''

Het had erger gekund. De straffen die de Chinese autoriteiten in Fujian sinds begin van dit jaar opleggen zijn verzwaard. En teruggestuurde migranten die op onrechtmatige wijze het land hebben verlaten, kunnen nu twee tot drie jaar achter slot en grendel verdwijnen. Slangenkoppen krijgen onherroepelijk de kogel. Xu laat zich niet bang maken. Ze gaat het nog een keer proberen. ,,Ik heb schulden gemaakt die ik hier in geen jaren kan aflossen. In Japan verdien ik mijn vrijheid terug.''