Werk en school

STAATSSECRETARIS ADELMUND is van haar geloof gevallen. De bewindsvrouw wil de leerplicht vanaf veertien jaar soepel benaderen. Nu moeten kinderen nog tot hun zeventiende dag in dag uit naar school. Als het aan Adelmund ligt, dient daarin voor de laatste twee jaar van de verplichte onderwijscarrière verandering te komen: les en arbeid mogen hand in hand gaan, zodat kinderen naast hun school ook kunnen werken of stage lopen. Dit voornemen is vloeken in de kerk, zeker in de sociaal-democratische. Jarenlang heeft ook de PvdA haar hoop gevestigd op een klassiek axioma dat sinds 1969 wettelijk is vastgelegd: hoe langer op school, hoe beter. Maar zo eenvoudig is het niet. Vooral op lager niveau is het moeilijk leerlingen vast te houden. Daar wordt nog massaler gespijbeld dan elders. De uitval is er navenant.

De reden daarvoor is pijnlijk simpel. Er zijn nu eenmaal kinderen die minder toegankelijk zijn voor de overdracht van abstracte kennis en beter gedijen in een omgeving waar praktische vaardigheden worden overgedragen. Het onderwijs is echter gefixeerd op algemene vorming, vanuit de gedachte dat je zo voortijdige selectie in neerwaartse richting kunt voorkomen.

In het onderwijs zou immers ook de wet van de `verdringing' gelden. Bij hoogconjunctuur en krapte op de arbeidsmarkt kunnen de lager gekwalificeerde werknemers een plaatsje krijgen omdat de hooggeschoolden overal welkom zijn. Tijdens een recessie zou echter het omgekeerde proces optreden. Door gebrek aan werk nemen academici de plek in van hbo'ers, hbo'ers die van mbo'ers, enzovoort. Met andere woorden: hoe hoger de beroepsbevolking gekwalificeerd is, des te meer ruimte ontstaat er aan de onderkant en des te minder werkloosheid.

Deze redenering klopte echter niet. Ze ging namelijk uit van de veronderstelling dat een lagere beroepsopleiding géén opleiding is. Deze gedachtegang is terug te voeren op de Mammoetwet. Vanaf de jaren zestig is het lager beroepsonderwijs steeds meer in het verdomhoekje komen te zitten. Timmeren, lassen en sleutelen raakten passé. Liever mavo dan lts was het parool op het departement in Zoetermeer. Ouders en kinderen hebben het fatale idee dat je maar beter geen loodgieter kunt worden vervolgens overgenomen.

De gevolgen van deze jarenlange minachting voor het eerlijke ambacht worden in deze tijd van economische voorspoed zichtbaar. Er is een schrijnend gebrek aan vaklieden én een schrikbarende werkloosheid onder jongeren die een vak hadden kunnen leren maar voortijdig hebben afgehaakt. Met andere woorden: een verlies-verliessituatie. Om de drop-outs weer te stimuleren, zou de leerplicht dus wat flexibeler moeten zijn.

HET PLAN VAN Adelmund getuigt van realiteitszin, al is het pijnlijk dat dit idee de kop opsteekt nu de nieuwste loot aan de stam van Zoetermeer (de fusie van algemeen vormend en beroepsonderwijs tot vmbo) door algehele verwarring over doel en middelen op voorhand geknakt dreigt te worden. Maar Adelmund neemt wel grote risico's.

Ten eerste mag het voornemen van de staatssecretaris absoluut niet uitmonden in een generieke maatregel voor alle vijftienjarigen en ouder. Daarmee zou de kat op het spek worden gebonden. Versoepeling van de leerplicht mag alleen gelden voor leerlingen die een vmbo-opleiding volgen en daarnaast controleerbare werkervaring opdoen. Als iedereen er gebruik van kan maken, kan dat een alibi worden voor weerspannige pubers om thuis te blijven, verliezen de scholen nog meer greep en kunnen verscholen talenten onbenut blijven.

Ten tweede moet het voornemen van de staatssecretaris gepaard gaan met extra aandacht voor het beroepsonderwijs vanwege overheid én bedrijfsleven. Want daar schort ook het nodige aan. In de zogenoemde `onderwijsbrief' Sterke instellingen, verantwoordelijke overheid van vorig najaar maken de bewindslieden van Onderwijs amper woorden vuil aan het lagere beroepsonderwijs. Het midden- en kleinbedrijf klaagt intussen steen en been, maar zou ook wel eens wat meer op de werkvloer kunnen doen om het leerlingwezen nieuw leven in te blazen. Het convenant voor banen voor allochtonen, dat de werkgeversorganisatie MKB gisteren heeft getekend, biedt daarvoor een basis. Het MKB zou een stap verder moeten zetten. Want als dit convenant geen praktisch vervolg krijgt, zullen de afspraken ten onder gaan aan louter goede bedoelingen. De klassieke ambachtsschool kan alleen in nauwe samenspraak tussen school en bedrijfsleven gerevitaliseerd worden.

ADELMUNDS IDEE vergt dus lange adem en scherpe inspectie. Het lager beroepsonderwijs is de laatste decennia dermate in de verdrukking geraakt dat het vertrouwen in de waarde van een beroepsdiploma zich niet in een handomdraai laat herstellen.