We maken de balans op

Drie jaar geleden ging deze rubriek van start met een bevlogen programma: de technische toekomst van televisie zou alles anders maken en de kijker emanciperen van een betrekkelijk passieve zapper in iemand die zou kiezen, voor themakanalen of voor programma's op bestelling.

In 1997 was wel duidelijk dat die toekomst nog even op zich zou laten wachten. Maar dat er drie jaar later zó weinig beweging zou zijn aan het omroepfront — dat had ik niet gedacht. Er is tot nu toe voor Nederlandse kijkers nog maar één werkbaar digitaal platform tot stand gekomen dat aan de eisen des tijds beantwoordt: op de satelliet, van Canal Digitaal.

De digitalisering van kabelnetten is meer dan aarzelend: hier en daar zijn er nu digitale pluspakketten in proefopstelling. De algehele digitalisering van de kabelnetten laat overal nog op zich wachten — een stilte die mede lijkt te worden ingegeven door vrees van de kabelexploitanten voor negatieve reacties van hun klanten.

Ook met andere mogelijkheden voor de transmissie van digitale omroepsignalen wil het niet vlotten. Soms lijkt het erop dat overheden en omroepen wel graag filosoferen over de grootse toekomst van de media, maar er niet aan denken de nieuwe technologie ook te implementeren.

Neem Digitenne, het project voor aardse digitale zenders. Ruzie is er al wél over: hoe de frequenties verdeeld of geveild zullen worden. Maar er is nog geen datum voor introductie vastgesteld. Nog even en het hoeft niet meer. In Engeland, waar digitale satelliettelevisie en digitale transmissie tegelijkertijd werden geïntroduceerd, wint de satelliet glansrijk.

Met een andere, door beleidsmakers vaak genoemde mogelijkheid voor distributie van beeld en geluid is het nog bleker gesteld: Internet. De bestaande breedband-Internet via de kabel is er te traag voor, en hetzelfde geldt voor de ADSL-aansluitingen die KPN-Telecom dit jaar introduceert.

Ook met de programmatische invulling van eventuele nieuwe mogelijkheden is het treurig gesteld. Er kwam weliswaar BVN, een uitstekend kanaal voor Nederlandstaligen in het buitenland, maar dat was het enige substantiële nieuwe — verder werd het magere ANWB Weer en Verkeer gelanceerd. Mondjesmaat is er wat radio op Internet. Nederland loopt wat dit betreft achter bij de meeste grote landen in Europa, maar vóór ten opzichte van bijvoorbeeld België.

De meeste voorsprong komt van de satelliet en is een gevolg van het feit dat de exploitant van het Nederlandse digitale platform op de Astra-satellieten, Canal Digitaal, een dochteronderneming is van het innovatieve Franse bedrijf Canal+. Ook de exploitant van de satellieten, het Luxemburgse SES, doet voor de bredere Europese markt grote investeringen, waarvan Nederlanders kunnen profiteren.

Volgens SES komen er in Nederland per maand een paar duizend schotelkijkers bij, hun totale aantal bedraagt nu ongeveer 300.000. Wat dit bewijst is dat er onder de Nederlandse gebruikers van omroep wel degelijk grote belangstelling bestaat voor nieuwe media op dit gebied, en voor een alternatief voor de monopolistische kabel. Nederlandse kijkers en luisteraars zijn heel wat vooruitstrevender dan Nederlandse omroeppolitiek en Nederlandse omroepen. Maar dat wisten we eigenlijk al.

Omdat deze rubriek regelmatig vragen bereiken over schotelontvangst, is vanaf heden op de website van NRC Handelsblad (www.nrc.nl) een lijst met `meest gestelde vragen' en antwoorden over dit onderwerp beschikbaar. Deze korte handleiding is ook toegankelijk via de webversie van deze rubriek, te vinden onder `Medianieuws'. Wilt u reageren of mist u antwoorden in de lijst, dan kunt u mailen naar tvplus@nrc.nl