Tumult

Uit de deuropening van een café-restaurant op de Dam klonk het gekrijs van een vrouw. Een man stond voor haar en omklemde haar linkerpols. De vrouw probeerde hem weg te duwen, maar hij stond pal. Achter hen, op het terras, keken de klanten verstijfd toe.

De man slaagde erin de vrouw achteruit te drijven terug het café in. Ik volgde hen en kwam terecht in een hels tumult. Midden in de volle zaak stond een groepje mensen hevig te ruziën. Het ging om drie jonge, modern geklede Marokkaanse vrouwen onder wie de vrouw uit de deuropening en enkele personeelsleden van het café. De man die de vrouw had teruggeduwd, bleek de gerant te zijn. Het was een man van middelbare leeftijd met het uiterlijk van een strenge boekhouder.

Hij was, evenals de vrouwen, volledig over zijn toeren. Nu pas viel op dat zijn blauwe overhemd op de schouders doordrenkt was. De vrouwen bleven tegen hem gillen, vooral als hij iets te dicht in hun buurt kwam. ,,Klootzak! Schoft! Blijf met je poten van ons af!'' De gerant raakte niemand meer aan, maar hij bleef om het groepje heencirkelen.

Alle klanten bezagen het tafereel met grote fascinatie. Een man stak genoeglijk een sigaartje op en schoof zijn stoel wat dichterbij. Ik nam aan het raam plaats, waar een tafel voor vier personen op een merkwaardige wijze onbeheerd was achtergelaten. Er stonden een volle, nog warme kop tomatensoep en twee limonadeglazen waarvan nauwelijks gedronken was.

Hier moest het allemaal begonnen zijn.

Intussen ging het gescheld en gekijf onverminderd door. Het personeel probeerde wat gedempter te praten, maar de vrouwen gilden woorden als `schande', `mishandeling' en vooral: `discriminatie'.

Uit de verwarde kreten kwam geleidelijk de oorsprong van de herrie bovendrijven. De vrouwen hadden zich slecht behandeld gevoeld door een serveerster. Zij had hen traag bediend en uiteindelijk een bord soep in de handen van een van hen geduwd. De vrouwen waren toen opgestaan, zonder te betalen, waarop de gerant het tasje van een van hen in beslag had genomen. In de daaropvolgende schermutseling had een vrouw een glas bier van een tafel gegrist en over hem uitgestort.

Vijf politieagenten meldden zich. Ze namen de vrouwen apart en hoorden hen uit. Daarna namen ze hen mee naar het bureau. Enkele agenten onfermden zich over de gerant. ,,Ze willen aangifte doen wegens mishandeling'', zei een agent. ,,Als zij aangifte doen, doe ik het ook'', hijgde de gerant. Hij zag lijkbleek en beefde over zijn hele lichaam. ,,Als het met Nederland deze kant opgaat, dan zullen er nog gekke dingen gebeuren'', zei hij. ,,Ja meneer'', zei een jonge agent, ,,wij weten er alles van.''

Ik keek naar de lege stoel naast me en zag toen pas een blad liggen dat de vrouwen in de commotie hadden vergeten. Het bleek een catalogus te zijn van de Islam-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk, even verderop.