Superbelegger ING lijdt onder de Oude Economie

ING is een bank en een verzekeraar, maar vooral een superbelegger – in de Oude Economie. Dat was geen vetpot. Het rendement op de eigen beleggingen was vorig jaar het laagste sinds 1994.

Het lijkt het echte jaarverslag van ING, het is zelfs het echte verslag, maar bij nader inzien ontbreekt een deel van de toelichting op de cijfers. Verplichte gegevens weglaten in een jaarverslag? Dat kunnen de registeraccountants van ING, Ernst & Young, toch niet over hun kant laten gaan?

En inderdaad, uit de kleine lettertjes blijkt dat dit wel het jaarverslag is, maar niet de volledige jaarrekening, waarmee ING verantwoording aflegt over de financiële gang van zaken. Zou dat in de Verenigde Staten mogen?, denk je als lezer onwillekeurig, het rumoer om het wollige prospectus van World Online nog vers in het geheugen. Een jaarverslag produceren zonder dat er met grote letters op staat: `Dit is een samenvatting, een verwaterde versie, let u goed op, u bent gewaarschuwd'?

De volledige cijfers worden met ingang van het verslag over 1999 apart gebundeld. Je moet er, ook als aandeelhouder, wel om vragen, want automatisch meegestuurd met het jaarverslag wordt het niet. Maar je kunt de uitgebreide jaarrekening wel op de internetsite van ING vinden.

De steeds uitgebreider rapportageverplichtingen hebben ING aangezet tot de twee uitgaves, aldus een woordvoerster. Het jaarverslag is, net als dat over 1998, 112 pagina's dik, de volledige jaarrekening telt nog eens 92 pagina's.

De registeraccountants van Ernst & Young die hun zogeheten goedkeurende verklaring aan de cijfers hebben gehecht hadden met de tweedeling wat moeite. De verkorte jaarrekening die in het jaarverslag staat klopt wel, zeggen zij met zoveel woorden, maar ,,voor een beter inzicht in de financiële positie en de resultaten'' van ING moet je de verkorte jaarrekening lezen ,,in samenhang'' met de volledige jaarrekening.

Uit de cijfers wordt nog eens extra duidelijk dat een financieel concern als ING een beheerder is van een hele grote spaarpot en dat de verkoop van bijvoorbeeld verzekeringspolissen bijna een noodzakelijk kwaad is om dat spaar- en beleggingsgeld op te halen. Op schadeverzekeringen maakte het concern bijvoorbeeld de afgelopen drie jaar stelselmatig bijna overal ter wereld verlies. En dat verlies neemt toe. De schadeuitkeringen en de administratieve verwerking van de polissen kosten meer geld dan de klanten aan premie (3,5 miljard euro) betalen.

Toch rapporteert ING een beperkte, maar vorig jaar wel gestegen winst voor belastingen in het schadebedrijf van 182 miljoen euro, een groei van 16 procent. Hoe kan dat? De schadeverzekeraars hebben ook eigen vermogen, dat wordt belegd, en dankzij de beleggingsopbrengsten is het schadebedrijf winstgevend.

Zoals supermarkten soms stunten met krankzinnig lage prijzen voor populaire artikelen om klanten de winkel in te lokken en omzet te maken, zo heeft ING zijn schadeverzekeringen. Anders ben je geen complete verzekeraar, en dat kan de verkoop schaden van profijtelijke levensverzekeringen, die een nog veel grotere spaarpot met beleggingen vertegenwoordigen.

Naast belegger voor rekening van zijn polishouders is ING ook belegger met het vermogen dat het de afgelopen decennia heeft opgebouwd door een deel van de winst in het bedrijf te houden. ING heeft meer vermogen dan volgens de financiële toezichthouders nodig is en dat geld is geïnvesteerd in grote pakketten aandelen in Nederlandse bedrijven. Aandelen uit de Oude Economie, dat wel: ABN Amro, Aegon, HBG, Océ, Elsevier, Wolters Kluwer, Unilever. Vorig jaar geen vetpot op de effectenbeurs.

En een uitstapje richting Nieuwe Economie, een belegging in Baan, is nog verkeerd uitgevallen ook. Dat is te zien in de rendementen die ING boekt op aandelen en op leningen die in aandelen kunnen worden omgezet, een beleggingsportefeuille van meer dan 60 miljard gulden. Het rendement hierop was vorig jaar het laagste sinds 1994: 12,9 procent. En dat terwijl de mondiale beurzengraadmeter vorig jaar met zo'n 45 procent steeg.