SRI-LANKESE GARNALENKERRIE

Alle ingrediënten, behalve de garnalen, zijn bij een goed gesorteerde oosterse toko verkrijgbaar. Het duan pandan-blad zult u er waarschijnlijk in de diepvries-afdeling vinden.

Trek de koppen van de garnalen en pel ze. Doe de koppen en schalen in een zware, middelgrote pan. Snijd de bolle kant van de ruggen van de garnalen ondiep in de lengte in en verwijder het dan zichtbare donkere darmvlies met behulp van de punt van een scherp mes. Doe de gepelde garnalen in een kom en zet even weg.

Pel de ui en snipper hem. Pel de knoflook, snijd in de lengte doormidden en verwijder eventueel het groene kiempje. Hak de knoflook fijn. Schil de gember en hak fijn. Doe de ui, knoflook, gember, het kaneelpijpje, fenegriekpoeder en kerrieblad in de pan met de garnalenkoppen en -schalen. Snijd het citroengras doormidden en kneus met een stamper of vleeshamer. Doe ook het citroengras, de duan pandan, geelwortel, het chilipoeder, paprikapoeder, wat zout en de kokosmelk in de pan. Zet de pan op een matig vuur en breng, zonder deksel, langzaam aan de kook. Laat 10 tot 15 minuten zachtjes koken en schep er dan de schalen en koppen uit het kooknat door. U kunt ook eventueel het kaneelpijpje, kerrieblad, citroengras en de duan pandan verwijderen, maar dat is niet noodzakelijk.

Schep de gepelde garnalen en het limoensap door het kokosmelkmengsel en laat alles circa 5 minuten op een matig vuur sudderen, of tot de garnalen roze worden en gaar zijn. Kook ze vooral niet te lang.

Schep de garnalen met saus op voorverwarmde borden en geef er gekookte rijst bij. Garneer met gehakte verse koriander en dien op.