Richtlijnen voor de opstanding

In de visie van Tintoretto was de opstanding van Christus een bijzonder tumultueuze gebeurtenis. De schilder confronteert ons met een gespierde halfnaakte god die met een enorme vaart uit het open graf de hemel in wordt geslingerd. Zijn interpretatie is een heel andere dan die van zijn voorgangers, die vaak een majesteitelijk opgestane Christusfiguur afbeeldden. Het geweld waarmee Christus het graf verlaat wordt benadrukt door zijn wervelende lijkwade en het wapperende vaandel. Zelfs de haren van de engelen lijken door een windvlaag in beweging gebracht en een paar hebben het gezicht afgewend. Tintoretto schilderde zijn `De verrijzenis van Christus' omstreeks 1580 voor de Scuola di S. Rocco in Venetië. Zijn afbeelding vormt een hoogtepunt in de ontwikkeling van de iconografie van de opstanding.

Volgens de evangelisten heeft geen mens het moment waarop Christus zijn graf verliet gezien. ,,Hij is niet hier, want Hij is opgewekt'' zegt de engel in het Mattheus-evangelie tegen de vrouwen die op paasmorgen het graf leeg aantreffen. De opstanding wordt als een voldongen feit medegedeeld: hoe en in welke gedaante Christus zijn graf verliet blijft een geheim.

De traditie is iets uitvoeriger. Zo beschrijft het apocriefe Petrus-evangelie (200) hoe de soldaten die bij het graf de wacht hielden, zagen dat twee mannen uit de hemel afdaalden en het graf ingingen. Een ogenblik later kwamen drie mannen uit het graf naar buiten: twee van hen ondersteunden de derde. Een kruis volgde hun. ,,Het hoofd van de twee reikte tot aan het hemelrijk, het hoofd van de door hen aan de hand gevoerde echter reikte boven de hemel uit''.

De kerkleraar Ephraïm de Syriër (306-377) beschrijft het wonder als had hij het met eigen ogen gezien. Eerst bewoog de voet van het lijk. Daarna begon de begravene zich te veranderen. Toen keerde hij tot het leven terug. Op het laatst richtte hij zich op en ging staan: ,,In het graf had hij zich uit het aardse lichaam een geestelijk gemaakt''.

De evangelisten zijn niet alleen summier in hun informatie, ze verschillen ook nog van elkaar. Zo is er in het Johannes-evangelie slechts één vrouw die het graf bezoekt, terwijl het er in het Mattheus-evangelie twee zijn en in het Marcus-evangelie drie. Lucas noemt naast de twee Maria's nog Johanna en de `de anderen, die met haar waren'. Ook het aantal engelen varieert: Lucas telt er twee, Mattheus en Marcus één en Johannes geen. En alleen Mattheus vertelt over de bewaking van het graf met een wacht van soldaten. Volgens Marcus, Lucas en Johannes treffen de vrouwen een open graf aan, waarvan de grafsteen is afgewenteld. Mattheus laat een engel neerdalen die in het bijzijn van de vrouwen, dus nadat Christus is opgestaan, de steen wegwentelt.

Het verschil in de tradities leverde problemen op voor theologen en kunstenaars. Hoe moest de gebeurtenis afgebeeld worden? Hoe zag de opgestane Christus eruit? Was hij nog mens of had hij zijn menselijke gedaante afgelegd? Droeg hij kleren of was hij nog in windsels gewikkeld? Er bestond eveneens onenigheid over de kwestie of hij zelf of met de hulp van de engelen de steen van zijn graf had gewenteld. Zo was Ephraïm de Syriër van mening dat Christus het graf op dezelfde wonderbaarlijke wijze had verlaten als hij destijds de schoot van zijn moeder had verlaten. Net zoals het maagdenvlies bij de geboorte niet werd geschonden, bleef de verzegeling van het graf bij zijn vertrek intact.

In de eerste eeuwen waagden de kunstenaars zich niet aan het afbeelden van het moment van de opstanding zelf, maar beperkten ze zich tot symbolische of typologische voorstellingen. Of alleen de vrouwen bij het lege graf werden afgebeeld.

Pas tegen het eind van de 12de eeuw verbreidt zich de voorstelling van de opstanding zelf. De behoefte aan het zien van het geloofsgeheim was zo gegroeid dat verwijzingen ernaar niet meer volstonden. Er ontstonden allerlei variaties in de iconografie om de gebeurtenis vorm te geven: zo werd Christus rechtopstaand in zijn sarcofaag afgebeeld, maar ook met één been erbuiten. Ook stelde men hem voor als triomfator met één voet op de rand van de sarcofaag of fier rechtopstaand bovenop het deksel. Het glorieuze beeld van de boven het graf zwevende Christus werd in de 14de eeuw door Giotto en zijn school geïntroduceerd.

De Christus van Tintoretto zweeft in een stralend licht. Zijn overwinning wordt niet alleen verzinnebeeld door zijn vaandel maar ook door de drie slapende wachters in het duister. De wachters, op verzoek van de joodse priesters door Pilatus bij het graf opgesteld, zijn vertegenwoordigers van het ongeloof. De neerwaartse blik van Christus en het zegeningsgebaar van zijn rechterhand met de kruisigingswond wijzen op de verlossing van de mensheid. Vier engelen zijn behulpzaam bij het wonder, zij houden de grafplaat vast. In de verte naderen twee vrouwen.

Het schilderij van Tintoretto zou twee eeuwen later door de katholieke kerk zijn afgekeurd. Het afbeelden van een zwevende Christus boven een open graf werd na de Contra-Reformatie door de theologen verworpen. Nieuwe richtlijnen voor het afbeelden van de opstanding geeft Jean d'Ayala in 1730 in zijn Pictor christus eruditus. Een correcte afbeelding van de opstanding ziet er volgens hem als volgt uit: Christus staat voor of bovenop zijn gesloten graf. Zijn lichaam straalt onstoffelijkheid uit en hij is gekleed in een rood gewaad. De wonden zijn zichtbaar. Getuigen waren er niet, dus worden ze ook niet afgebeeld. Het is, volgens d'Ayala, trouwens een affront voor het gedisciplineerde Romeinse leger de soldaten slapend af te beelden. Ook Maria mag er niet bij zijn, net zomin als een blaffende hond.