Plan Twentestad in de prullenbak 2

Als er sprake is van een `totale scheiding der geesten' dan heeft een poging tot overreding geen zin, zei minister De Vries (Binnenlandse Zaken) gisteren gelaten in de Eerste Kamer. Hij had er wegens een totaal gebrek aan steun voor de fusie van Hengelo, Enschede en Borne tot Twentestad geen behoefte aan om de beraadslagingen langer te laten duren dan strikt noodzakelijk.

De fractiewoordvoerders konden hun bezwaren tegen de vorming van Twentestad en de stroperige procedure die daarbij is gevolgd nog even breed uitmeten voor de geschiedschrijving. De minister op zijn beurt kon te kennen geven dat hij de hele gang van zaken diep betreurt. Maar hij bleek nog niet bereid uitvoerig van gedachten te wisselen over de vraag hoe de Nederlandse landkaart er dan naar zijn idee wél het fraaist uitziet. Dat debat komt nog, beloofde De Vries.

Daarmee was de vorming van Twentestad, volgens de senatoren een `grotesk stedelijk conglomeraat' en een `moloch', na maanden van speculatie definitief ten grave gedragen. Een poging tot `schaalvergroting' op stedelijk niveau was op de zoveelste deceptie uitgedraaid. Woordvoerster Schoondergang (GroenLinks): ,,Ik hoop het woord robuust hier nooit meer te horen.'' De fracties van PvdA en VVD in de Tweede Kamer stemden een jaar geleden in met de vorming van Twentestad, omdat in het regeerakkoord is afgesproken dat gemeentelijke herindelingen `in principe' worden uitgevormd conform de provinciale voorstellen. D66 stemde toen tegen, onder andere omdat bij een referendum negentig procent van de bevolking van Hengelo tegen bleek.

Ruim drie jaar geleden kwamen toenmalig staatssecretaris Van de Vondervoort en minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) met het plan stadsprovincies in te stellen in de stedelijke regio's Rotterdam, Den Haag, Eindhoven/Helmond en op de lange termijn ook in Amsterdam. Dat was op dat moment de voorlopig laatste zet in een spel dat in de jaren vijftig al begon. Sinds die tijd is geen enkel kabinet erin geslaagd om plannen voor districten, regio's, agglomeraties, stadsgewesten en, sinds de jaren negentig, stadsprovincies om te toveren tot een nieuwe landkaart. Een overvloed aan plannen is steeds gebleken gepaard te gaan met een schrijnend tekort aan politieke compromissen.

Het concept van de stadsprovincie ontstond in Rotterdam. Toenmalig burgemeester Peper presenteerde het in 1992 als dé oplossing voor Rotterdam en de omliggende gemeenten. Rotterdam botste voortdurend tegen andermans grenzen bij uitbreidingsplannen voor de zeehaven. Staatssecretaris De Graaff-Nauta bleek er wel voor te voelen. Wat in de Rotterdamse regio kon, moest ook elders kunnen. Amsterdam, Haaglanden, Utrecht, Arnhem/Nijmegen, Eindhoven/Helmond en ook Enschede/Hengelo, het waren allemaal gebieden waar het `robuuster' moest.

Maar in de zomer van 1995 ging het mis bij referenda in Amsterdam en Rotterdam. De bevolking bleek massaal tegen. Vooral omdat het voorstel ook plannen behelsde om de steden op te splitsen in een aantal nieuwe gemeenten. Deze `bestuurlijke wisseltruc' werd door de bevolking als een regelrechte bedreiging van hun stad gezien. Bestuurders daarentegen zagen de opdeling als de prijs die door Amsterdam en Rotterdam moest worden betaald voor de stadsprovincie. Zij zouden de kleine randgemeenten overspoelen. Maar de bestuurders gingen voorbij aan een fenomeen als chauvinisme, een taxatiefout die eerder was gemaakt bij het Openbaar Lichaam Rijnmond, in de jaren zestig gezien als dé oplossing voor de Rotterdamse problemen.

Door de uitslag van de referenda moest het wetsvoorstel voor de stadsprovincie Rotterdam ingetrokken worden, maar PvdA en D66 bleven voorstander van het fenomeen om bestuurlijke problemen rond grote steden op te kunnen lossen.

Over opdeling van grote steden durft niemand het tegenwoordig nog te hebben. En sinds gisteren rijst de vraag hoe lang het woord stadsprovincie het nog uitzingt. Twentestad is van tafel, maar de volgende kwestie dient zich al weer aan, zo kondigde De Vries gisteren in de senaat aan. ,,Wij moeten spoedig met elkaar komen te spreken over de toekomst van Haaglanden.''