Libanezen bij grens voor vrijlating

Dertien Libanese burgers die door Israel meer dan veertien jaar geleden uit Libanon zijn ontvoerd, wachtten vanmorgen geblinddoekt in een achter struiken verborgen bus bij de grens met Libanon op hun vrijlating.

Aan Libanese zijde van de grens stonden 1.500 verwanten en sympathisanten te wachten op het Israelische Hooggerechtshof, dat vanmiddag op het punt stond zich uit te spreken tegen het in detentie houden van de gegijzelde Libanese burgers. Familieleden van de vermiste navigator Ron Arad hadden op het laatste moment een nieuwe zitting van het hof uitgelokt om de Libanezen tot krijgsgevangenen te verklaren zodat zij onder dit nieuwe etiket toch nog als ruilobject konden worden vastgehouden. ,,Iedereen heeft mijn zoon verraden'', zei Batja Arad, moeder van de navigator Ron Arad die in 1986 in Libanon verdween. ,,Mijn zoon zou zich vernederd voelen als hij zou horen dat Israel dertien Libanezen heeft vrijgelaten.''

Het hof besliste vorige week dat het in administratieve hechtenis houden van de Libanese burgers, die niets met de verdwijning van Ron Arad te maken hebben en bovendien de staat Israel niet in gevaar brengen, een democratische staat niet past. Met deze uitspraak gingen de rechters direct in tegen het principe van het Israelische leger dat onder geen voorwaarde gewonde militairen op het slagveld worden achtergelaten of krijgsgevangen soldaten worden vergeten. Premier Ehud Barak, ex-stafchef, en andere politici met een militaire achtergrond in zijn regering konden nauwelijks hun woede over de uitspraak van het hof verhullen. Het duidelijkst in zijn verontwaardiging was Efraim Sneh, de onderminister van Defensie. Uit naam van de democratie betoogde hij dat de uitvoerende macht zich alles mag veroorloven om in handen van de vijand gevallen soldaten levend of dood thuis te brengen. Het Hooggerechtshof moet daar volgens hem buiten blijven. Premier Barak bleek een dieper inzicht te hebben in de rol van het Hooggerechtshof in de Israelische democratie. Hij bood weerstand aan de politieke emotie die een spoedwet door het parlement wilde jagen om een stokje te steken voor de vrijlating van de Libanezen. Daarentegen besloot de regering gisteren wel eenstemmig een wetsvoorstel in te dienen dat de vrijlating van twee andere Libanezen, Mustafa Durani en sjeik Abdel Karim Obeid, moet verhinderen. Ook zij werden uit Libanon ontvoerd en worden als troefkaarten beschouwd in het machtsspel om Arad en twee andere in 1982 in Libanon verdwenen soldaten.

Zwi Risch, de Israelische advocaat van de ontvoerde Libanezen inclusief Obeid en Dirani, hekelde gisteren de ,,schijnheilige argumentatie'' van diegenen in de militaire hiërarchie die ,,het rechtsgevoel vertrappen'' ten bate van Ron Arad. Volgens Risch stelde de shi'itische beweging Amal, die Ron Arad in 1986 gevangen nam, kort na zijn gevangenneming Israel voor hem uit te wisselen tegen Amal-strijders die in de gevangenis El-Khiam in de Zuid-Libanese `veiligheidszone' gevangen werden gehouden. In een radio-vraaggesprek zei Risch dat Israel weigerde daarop in te gaan.

Tegelijk neemt de spanning langs de Israelisch-Libanese grens verder toe. Gisteren vielen enkele door de shi'itische beweging Hezbollah afgevuurde raketten net over de grens met Libanon op Israelisch gebied. Volgens Israelische militaire commentatoren vormen de beschietingen het voorspel van aanhoudende aanvallen van Hezbollah op het gebied na de aangekondigde Israelische evacuatie van Zuid-Libanon.