Kroonprins herdenkt barre tocht Liefde

Op bezoek in Japan bezocht prins Willem-Alexander vanmorgen de plaats waar een Nederlands schip, Liefde, in 1600 voor het eerst de kust van Japan bereikte.

Het lot van de opvarenden van het schip Liefde dat in 1600 aankwam in Japan, ligt nu in de betrouwbare handen van Kenichin Watanabe. De eenogige Watanabe werd 79 jaar geleden geboren op het kleine eilandje Kuroshima, dat op een steenworp van de kust ligt. ,,Op de lagere school hoorde ik al het verhaal dat het Hollandse schip destijds hier in de baai zou zijn gearriveerd'', zegt Watanabe en wijst naar de zee. ,,Men zegt dat het daar ergens moet zijn verschenen.''

Het verhaal dat Watanabe als kind al had gehoord, bepaalt nu grotendeels zijn leven. Gekromd leidt de beleefde oude man zijn bezoek van de steiger naar een pleintje aan het einde van het strand, waar bronzen borstbeelden staan van de bekendste opvarenden van het schip Liefde: koopman Jan Joosten en de Britse navigator William Adams, die beiden in Japan zijn blijven wonen. ,,Vroeger stonden ze dichter aan het strand, maar voor de ceremonie hebben ze speciaal dit pleintje gemaakt en de beelden op nieuwe sokkels gezet. De oude plek was te krap'', zegt Watanabe een dag voordat de Nederlandse kroonprins een krans komt leggen bij het monument.

Watanabe en zijn vrouw zijn de enige bewoners van het eilandje, zoals zijn ouders begin deze eeuw de enige bewoners waren toen hij werd geboren. Destijds was visserij de enige bron van inkomsten, maar na de oorlog kwam daar verandering in. ,,Het begon met mensen van de plaatselijke sociëteit voor de studie van de geschiedenis die naar dit eiland kwamen'', zegt Watanabe in zijn miniatuurmuseum. Het is niet meer dan een klein houten gebouwtje met één kamer aan het strand. Aan de wand hangen foto's van de eerste herdenkingen die ooit zijn gehouden, de onthulling van de eerste gedenkplaat. In het midden staat in een glazen vitrine een houten model van de Liefde. ,,Iemand uit het naburige Usuki is in de jaren tachtig speciaal naar Nederland gegaan om tekeningen te verzamelen en heeft daarna dit model gemaakt'', vertelt hij.

Gehavend door de storm dreef de Liefde in 1600 na een barre tocht de baai binnen, de bemanning meer dood dan levend. De Japanse schrijver Ichiro Shiraishi heeft in een historische roman de eerste ontmoeting tussen Nederlanders en de Japanse vissers ter plaatse beschreven.

,,Terwijl ze met zijn allen aan het schreeuwen waren, verscheen boven de reling eventjes het gezicht van een man. Nadat de dorpelingen een snelle blik op hem hadden geworpen, zwegen ze en bekeken ze zijn gezicht. Het was een barbaar.'' De vissers overwonnen hun angst en klommen met voedsel en emmers water aan boord. ,,Al pratend kwam de man met de bruine haren op de dorpsbewoners aflopen. Onbewust deinsden ze achteruit, hun aandacht op de man gevestigd. Zij begrepen totaal niet waar hij het over had en verstonden alleen dat hij, op een manier die pijn deed aan hun oren, iets zei als `Japon? Japon?'''

Veel is er veranderd sinds de dagen van de Liefde. Hoffelijk leidt de sjofele Watanabe zijn buitenlandse gasten nu rond over Kuroshima. Het eiland is nu een subtropisch paradijs voor zonzoekers. De beelden van Joosten en Adams staren over de zee.

Volledige zekerheid over de plaats en datum van de aankomst van de Liefde is er niet, ook al zijn Kuroshima en 19 april nu als zodanig aangeduid. Met zekerheid valt niet meer te zeggen dan dat het deze regio geweest moet zijn en de tweede helft van de maand april 1600, meent Willem Remmelink, directeur van het Japans-Nederlands Instituut in Tokio.

Zeker is wel dat de bemanningsleden vervolgens naar de havenstad Usuki zijn gebracht waar de feodale heerser zetelde. Usuki is nu een slapend provinciestadje met 35.000 inwoners. Het echtpaar Ikuta, dat in de centrale winkelstraat een koffiehuis drijft, heeft wegens de herdenking van vierhonderd jaar betrekkingen sinds kort een eigenaardige band met Nederland: de groep van tien musici die zij als hobby leiden, heeft tegenwoordig liedjes op het repertoire als `Aan de Amsterdamse grachten' en `Ritme van de regen'. Dit is te danken aan de Nederlandse Christianne Mutsaers die sinds twee jaar in dienst is bij de gemeente Usuki. De gemeente wilde de viering namelijk groots opzetten, want men krijgt niet dagelijks een kroonprins over de vloer. En in de recessie kan de lokale economie wel een stimulans gebruiken. Via Christianne nam de band de Nederlandse liedjes op het repertoire. Een groot probleem blijft de uitspraak van de g en de r. Gevraagd om het voor te doen, schieten ze continu in de lach. Het is niet zo vreemd dat de schrijver Shiraishi met terugwerkende kracht zijn zestiende eeuwse Japanners laat zeggen dat de taal die zij hoorden `pijn deed aan de oren'.

Op weg van het koffiehuis naar de oefenruimte had mevrouw Ikota gewezen op rolluiken die elke dag dicht blijven, winkels die wegens de recessie inmiddels failliet zijn gegaan. De jongeren die van school komen, trekken allemaal naar de grote steden op zoek naar een beter bestaan. Daarom is de herdenking een welkome afleiding. Er is een reeks evenementen georganiseerd en het stadsbestuur hoopt nu dat er publiek komt naar de stad die een mooi, oud centrum heeft te bieden. Het stadje hangt nu vol met Nederlandse vlaggen en overal staan bakken met tulpen langs de weg.

Ergens in een huis in deze stad genoten vierhonderd jaar geleden de eerste Nederlanders die ooit dit land bezochten, voor het eerst de Japanse gastvrijheid.