Het kabinet D'Alema was in zonde geboren

De Italiaanse premier D'Alema zou vandaag aftreden. Hij betaalt de prijs voor zijn machiavellistische spelletjes met kleine partijen. Zijn beleid was goed, maar zijn toon verkeerd.

De Italiaanse premier Massimo d'Alema is gestruikeld over zijn eigen hoogmoed. Hij heeft onvoldoende aandacht gehad voor geluiden uit de samenleving, zijn tegenstanders onderschat, en gedacht dat hij met een verdeel-en-heers politiek soeverein de centrum-linkse coalitie kon blijven leiden.

Na de val van een politicus komt altijd wat natrappen, maar de storm van kritiek die nu over D'Alema is losgebarsten laat zien hoeveel weerzin hij heeft opgeroepen. Het beleid was misschien op veel punten wel goed, maar de toon was verkeerd, zei Antonio Bassolino, de linkse burgemeester van Napels die een grote overwinning heeft behaald bij de regionale verkiezingen in Campanië. Hij verwijt D'Alema links elitair gedrag, snobisme, arrogantie en zelfgenoegzaamheid.

Regionale verkiezingen laten vaak een terugslag zien voor regeringen, al heeft in Italië links er meestal goede resultaten geboekt. De regionale overwinningen van rechts hebben geen enkele invloed op de zetelverdeling in het nationale parlement. Maar toch voelt D'Alema zich nu gedwongen af te treden. Dat komt niet alleen door de fragiliteit van het Italiaanse politieke bestel.

Het kabinet D'Alema is in zonde geboren, en daar betaalt hij nu de prijs voor. Via een soort paleiscoup, samen met een kleine centrumpartij, heeft D'Alema in het najaar van 1998 Romano Prodi beentje gelicht als premier. Prodi had als lijsttrekker voor de centrum-linkse Olijfcoalitie in 1996 een historische verkiezingsoverwinning behaald. D'Alema durfde toen geen lijsttrekker te zijn, wetend dat hij als iemand die carrière heeft gemaakt binnen de Italiaanse Communistische Partij ondanks de naamsverandering voor veel centrum-kiezers niet aanvaardbaar is. Maar hij voelde zich als leider van de grootste coalitiepartij gerechtigd na twee jaar de macht over te nemen.

Prodi en D'Alema zijn in veel opzichten tegenpolen. Prodi wilde de Olijfcoalitie uitbouwen en de eenheid van centrum-links versterken, terwijl D'Alema juist een verzameling van partijen en partijtjes wilde, ervan uitgaande dat hij sluw genoeg was om die te kunnen domineren.

Prodi wilde wetgeving tegen de belangenverstrengeling van oppositieleider en mediamagnaat Silvio Berlusconi, maar D'Alema trok de fluwelen handschoen aan omdat hij hoopte met Berlusconi een akkoord te bereiken over staatkundige veranderingen.

Prodi reisde het land door met een bus om de lokale problemen beter te leren kennen, D'Alema nam de professorale houding aan van de enige die weet wat echt goed is voor het land.

Bewust heeft D'Alema de Olijfcoalitie afgebroken, hoewel hij vanmorgen in de Senaat pleitte voor meer linkse eenheid. Zo heeft hij ruimte geboden aan de machiavellistische spelletjes van kleine partijen als de socialisten en de persoonsgebonden groepen rondom Francesco Cossiga, Clemente Mastella en in mindere mate minister van Buitenlandse Zaken Lamberto Dini. Daarbij ging het soms om ideologische scherpslijperij, maar veel vaker om de brute macht.

Walter Veltroni, vice-premier onder Prodi maar door D'Alema verbannen naar het partijkantoor, wijst nu op ,,de breuk van 1998 die de kiezers niet hebben vergeven''. Veltroni constateert ook: ,,Wij hebben niet overtuigd over de thema's van de persoonlijke veiligheid, de immigratie, de belastingdruk.''

D'Alema trok vanmorgen het boetekleed aan. ,,De politiek loopt achter bij de samenleving,'' zei hij. En, in een verwijzing naar de monsteroverwinning van de rechtse oppositie in het rijke en economisch belangrijke noorden van het land: ,,We hebben het noorden niet begrepen.'' Het kabinet heeft onvoldoende aandacht gehad, zei D'Alema, voor de dagelijkse problemen waar veel mensen mee worstelen. Veel klachten zijn niet serieus genomen. Zaken als de toename van de kleine criminaliteit, de explosieve groei van het aantal allochtonen, de klachten van ondernemers over factoren als bureaucratische rompslomp en een slechte infrastructuur die hun internationale concurrentiepositie negatief beïnvloeden.

D'Alema heeft de afgelopen dagen moeten constateren dat hij geen toekomst meer heeft als premier. Tijdens de Kosovo-oorlog, toen hij erin slaagde ondanks interne weerstanden Italië binnen de anti-Servische coalitie te houden, leek hij even een staatsman. In de binnenlandse politiek heeft zijn kabinet een aantal belangrijke hervormingen in gang gezet, vooral op het gebied van onderwijs en herstructurering van bureaucratische procedures.

Maar het was te weinig, en zijn persoon wekte teveel weerstanden op. En zo verdwijnt een premier die nooit zelf een verkiezingscampagne heeft gewonnen, van het toneel na verkiezingen die eigenlijk alleen maar indirect over hem gingen.