Het einde van de grote medicijnen

De geneeskunde staat een revolutie te wachten. Door genetische screening zijn medicijnen beter af te stemmen op de patiënt. Bedrijven zullen minder gaan verdienen per geneesmiddel, daarom moeten ze meer produceren. Tom McKillop, topman van AstraZeneca, over de genetische revolutie en over de geruchten dat het bedrijf een diep dal staat te wachten.

Tom McKillop begrijpt de geruchten niet. Hoezo, AstraZeneca staat een diep dal te wachten? ,,Als ik iets mag rechtzetten'', zegt McKillop, sinds een jaar topman van het farmaceutisch bedrijf AstraZeneca dat vorig jaar ontstond door de fusie tussen het Zweedse Astra en het Britse Zeneca. AstraZeneca is inderdaad eigenaar van het best verkochte medicijn ter wereld. Het middel (handelsnaam Losec) wordt geslikt door patiënten met maagstoornissen die samenhangen met de maagzuurproductie. En ja, de wereldwijde verkoop van het middel steeg vorig jaar met 24 procent naar 5,97 miljard dollar. Daarmee vertegenwoordigt het zo'n 40 procent van AstraZeneca's omzet. Maar het is volgens McKillop niet juist dat het patent op Losec over twee jaar afloopt. En dat de omzet van AstraZeneca na 2002 zou gaan kelderen is al helemaal onzin. ,,Het patent loopt af in sommige Europese landen'', corrigeert McKillop. ,,Maar in andere loopt het nog door tot 2004 of, zoals in Italië, tot 2010.'' En dat geldt dan voor Losec-het-stofje, zo maakt McKillop duidelijk. AstraZeneca heeft daarnaast ook patenten op de toedieningsvorm. ,,Losec is een medicijn dat moet worden beschermd in de maag. Het wordt genomen als pil, of als capsule. De toedieningsvorm luistert nauw. In de Verenigde Staten loopt ons patent op de toedieningsvorm nog tot 2007. Generieke producten die nu bijvoorbeeld beschikbaar zijn in Spanje maken inbreuk op die patentpositie. We zullen dat uitvechten in rechtszaken.''

En ook al verdwijnt Losec op den duur. McKillop zegt dat er al een opvolger klaarligt: Nexium. Hij noemt het een verbeterde versie van Losec. ,,Bij mensen die ernstige last hebben van brandend maagzuur geeft het al na vijf dagen verlichting. Losec, en andere medicijnen, geven dat pas na negen dagen.'' Daarom zal AstraZeneca dit medicijn sterk promoten. ,,Onze rayonmanagers zullen het voordeel aan de artsen duidelijk maken'', zegt McKillop die over een marketing-blitz praat. ,,Ik zal je onze verkoopverwachtingen niet geven, maar we gaan veel moeite doen om dit medicijn in de markt te zetten.'' Drie weken geleden kreeg Nexium zijn eerste Europese goedkeuring voor toelating. In Zweden, de thuisbasis van Astra. ,,We verwachten aan het eind van het jaar goedkeuring in de Verenigde Staten'', aldus McKillop. ,,Begin volgend jaar hopen we daar met Nexium op de markt te kunnen.''

McKillop begrijpt niet waarom mensen altijd maar beginnen over Losec. ,,We hebben op het moment acht medicijnen met een jaarlijkse omzet van meer dan een half miljard dollar. En we hebben door onze fusie een goed gevulde pijplijn.'' AstraZeneca verwacht binnen nu en vijf jaar te komen met een tromboseremmer, een middel tegen herseninfarcten, een hormonaal middel tegen borstkanker, een medicijn tegen asthma, een zeer sterk werkende cholesterolverlager en een preparaat tegen incontinentie.

McKillop is chemicus van huis uit. Hij werkte jarenlang bij Imperial Chemical Industries (ICI). In 1994 werd hij hoofd van de farmaceutische tak van Zeneca, het bedrijf dat enkele jaren eerder was afgestoten door ICI. Twee jaar later werd hij algemeen directeur bij Zeneca. En toen Zeneca, weer twee jaar later, de fusie met Astra aankondigde, werd McKillop naar voren geschoven als topman van het nieuwe bedrijf.

Naast zijn fascinatie voor de chemie, heeft hij zijn leven lang al een zwak voor wiskunde. ,,Ik lees graag 's avonds, bij voorkeur boeken over wiskunde en logica. In mijn tienerjaren had ik een fantastische wiskundeleraar. Op mijn twaalfde gaf hij mij een boek over Euclidische geometrie. Ik vond het spannend om de geometrische puzzels in dat boek op te lossen.''

McKillop noemt zichzelf een aanhanger van de chaostheorie. Daarom gelooft hij ook niet in de voorspelling dat er over een aantal jaren nog maar acht farmaceutische giganten over zijn die de markt dicteren. ,,Ach, dat zijn slechts oordelen. Er kan zoveel gebeuren. Het hangt er maar net vanaf wie wat doet op een bepaald tijdstip. Misschien gaan de bedrijven zich over een tijdje weer opsplitsen.''

Vooralsnog lijkt de fusie tussen Astra en Zeneca goed uit pakken. En dat mag een verrassing heten, want meestal leiden fusies tot een daling van het marktaandeel. AstraZeneca is volgens McKillop het eerste farmaceutische bedrijf waarbij de fusie werd gevolgd door een stijging van het marktaandeel: van 4,1 procent in 1998 naar 4,3 procent in 1999. ,,Blijkbaar is men onder de indruk van de manier waarop we de fusie hebben voltooid'', zegt McKillop. Voordat Zeneca fuseerde met Astra, stootte het Britse bedrijf eerst zijn divisie Special Chemicals af. Daarna bracht het zijn divisie Agrochemicals samen met de gelijknamige divisie van Novartis onder in een nieuw bedrijf, Syngenta (zie kader). McKillop: ,,Daarna zijn Astra en Zeneca succesvol gefuseerd. Ons marktaandeel is gestegen, we hebben veel producten in onze pijplijn. We wekken vertrouwen voor de toekomst.''

Over die toekomst: AstraZeneca richt zich helemaal op farmaceutica. Door de explosie van genetische kennis ligt daar een enorm terrein aan mogelijkheden. Waar richt uw bedrijf zich op?

,,Op gebieden als kanker, trombose, pijnbestrijding. In de hoek van astma en cara doen we veel. Het is waar dat er voor een farmaceutisch bedrijf veel kansen liggen. We krijgen te maken met een sterk verouderende samenleving. Ik heb al horen zeggen dat tweederde van alle mensen die ooit op deze aarde geleefd hebben en ouder zijn dan 65, vandaag de dag leven. Ziekten als Alzheimer, reuma en osteoporose gaan een enorme last vormen voor de samenleving. Het vraagt intensieve verpleging en dure gezondheidszorg. We moeten een manier vinden om deze mensen te behandelen. Om ervoor te zorgen dat ze kunnen blijven functioneren zodat ze de samenleving van nut kunnen zijn.''

En daarvoor hebben we medicijnen nodig?

,,Het meeste geld wordt nu besteed aan de consultaties en ziekenhuisopnames, niet aan medicijnen. In de ontwikkelde landen gaat ongeveer tien procent van het bruto nationaal product naar de gezondheidszorg. Daarvan gaat weer tien procent naar medicijnen. Dus in totaal gaat één procent van het bruto nationaal product op aan medicijnen. Dat vind ik weinig. Mensen geven meer uit aan alcohol, en misschien ook nog wel aan kranten. Terwijl gezondheid zo belangrijk wordt gevonden. Overheden zouden daar meer aandacht aan moeten besteden. Ook al geef je dan twee keer zoveel uit aan medicijnen, we praten dan over 2 procent van het bruto nationaal product. Als je daarmee toch een remedie vindt voor Alzheimer, als je ervoor kunt zorgen dat iemand mobiel blijft tot zijn negentigste, als iemand tot op hoge leeftijd van muziek kan blijven genieten en kruiswoordpuzzels kan blijven doen, wat zou je dan zeggen?

Hebben we daar medicijnen voor nodig? Je kan toch ook meer benadrukken dat mensen gezond moeten proberen te eten. Dat ze regelmatig gaan wandelen of fietsen.

,,Preventieve geneeskunde? Dat zou prachtig zijn, maar helaas doen mensen niet altijd het goede. Mensen zouden niet moeten roken, mensen zouden geen hamburgers moeten eten. En kijk eens wat ze in hun mond stoppen.

Wat kunnen we verwachten van de explosie in genetische kennis?

,,Dat medicijnen steeds meer op het individu gericht zullen zijn. Je kunt mensen genetisch screenen en daarop pas je de medicatie vervolgens aan. We hebben bijvoorbeeld een medicijn tegen astma, een zogeheten leukotrieen-remmer. Leukotriënen zijn stoffen die vrijkomen bij inspanning, kou of als gevolg van een allergie. Ze zorgen ervoor dat de longblaasjes vernauwen en verkrampen. Bij sommige astmapatiënten zorgen de leukotriënen voor ademhalingsproblemen. Bij andere patiënten ligt de oorzaak niet bij de leukotriënen. Daarom hebben ook niet alle patiënten iets aan die leukotrieen-remmer. Ongeveer een derde heeft veel baat bij dit medicijn. Een derde heeft een klein beetje voordeel, en bij dat andere derde lijkt het medicijn weinig te doen. Als we nu een genetisch profiel van de patiënten konden maken, en we zouden de mensen kunnen selecteren die gevoelig zijn voor het medicijn, dan kunnen we het medicijn veel preciezer toepassen.

Betekent deze ontwikkeling het einde van blockbusters zoals Losec, waarmee bedrijven vele miljarden verdienen?

,,We zullen minder gaan verdienen per medicijn. Maar door de snelle technologische ontwikkelingen kunnen we steeds meer medicijnen produceren.

Maar het produceren van één medicijn kost nu al 500 miljoen tot 1 miljard dollar. Het wordt almaar duurder. Hoe gaat de farmaceutische industrie dat bekostigen?

,,Het hoeft niet duurder te worden. Farmaceutische bedrijven proberen het ontwikkelingstraject van een medicijn opnieuw in te vullen. Daar waar mogelijk besparen ze. We vragen ons bijvoorbeeld af of dierproeven wel nodig zijn. Je bent er minimaal drie jaar mee kwijt en ze zijn duur. AstraZeneca geeft jaarlijks miljoenen uit aan de ontwikkeling van alternatieven.

Ook in de markt kun je straks besparen. Je verspilt namelijk veel minder pillen en minder injecties, omdat je ze aan een selectere groep geeft die er ook wat aan heeft. Daarnaast zouden de prijzen voor medicijnen omhoog moeten.''

Nu overlijden in de Verenigde Staten jaarlijks ruim 100.000 mensen aan de bijwerkingen van medicijnen. Ruim twee miljoen heeft ernstige last van bijwerkingen. Zullen deze aantallen dalen als medicijnen meer op het individu zijn toegespitst?

,,Je moet voorzichtig zijn met dat soort interpretaties. Bijwerkingen zijn vaak het gevolg van verkeerd medicijngebruik. Misschien heeft de dokter een foute diagnose gesteld en geeft hij niet het goede medicijn. Misschien wordt de verkeerde dosis gegeven. Vaak ligt de fout niet bij het medicijn zelf, maar bij de medische praktijk. Kijk naar hartchirurgie. Het ene centrum haalt fantastische succespercentages, het andere scoort veel lager. Ligt dat aan de apparatuur? Nee, de ene dokter is beter dan de andere.

Door de genetische revolutie wordt de farmacie meer en meer biologisch getint. Toch heeft AstraZeneca een chemicus aan het roer staan.

,,Het ontwerpen van een medicijn blijft het werk van een chemicus. Die moet alles in één molecuul zien te verenigen. Het medicijn moet op de juiste plaats in het lichaam terecht komen, het moet aan het juiste eiwit binden, het moet op de goede plek werkzaam zijn. De chemicus moet de goede balans vinden. Hij is uiteindelijk de persoon die het verschil maakt tussen het beste medicijn en het op één na beste medicijn.''