Economische wind blaast Schröder in de rug

Bondskanselier Schröder staat voor de taak de Duitse verzorgingsstaat te saneren. De economische opleving van Duitsland, die gisteren werd gesignaleerd, is een steun in de rug. De problemen blijven echter groot.

In de bondskanselarij van Schröder heerst opperbeste stemming. De linkse oppositie in de SPD is de kop ingedrukt. De de CDU is nog herstellende van de Kohl-affaire. Het bedrijfsleven heeft zijn wantrouwen tegen rood-groen opzij gezet en is coöperatief. Nu kan de kanselier ook nog surfen op de golven van een aantrekkende economie.

Sinds de economische opleving na de val van de Berlijnse muur zijn de vooruitzichten voor de Duitse economie niet meer zo zonnig geweest. De zes economische instituten voorspellen een krachtige groei, een duidelijke vermindering van de werkloosheid en een stabiele prijsontwikkeling. De belastinghervorming van minister Hans Eichel (Financiën) wordt door de instituten als ,,een grote stap voorwaarts'' geprezen.

Hoewel de IFO-cijfers, die een lichte daling van het producentenvertrouwen in maart registeren, bij de beleggers enige twijfels wekten, kan het economische klimaat voor kanselier Schröder niet gunstiger zijn om zijn grote hervorming van het `model Duitsland' te realiseren. Minder staat, meer markt en meer eigen verantwoordelijkheid zijn de sleutelwoorden van Schröders `Derde Weg' tussen kapitalisme en socialisme. Eerder deze maand verrastte Schröder met een artikel over de Zivilgesellschaft in het politiek-theoretische blad Frankfurter Hefte, waarin hij een lans breekt staat en maatschappij in Duitsland te vernieuwen. Schröder rekent af met enkele grote illusies van de sociaal-democraten, dat uitsluitend `meer staat' meer sociale rechtvaardigheid schept. En voorzichtig wijst de SPD-voorzitter erop dat een moderne economie niet langer uitsluitend op een CAO-bouwwerk tussen `kapitaal' en `arbeid' kan zijn gebaseerd.

Met het artikel wil Schröder de onvermijdelijke sanering van de overheidsfinanciën en van het sociaal stelsel van enige theoretische glans voorzien. In de globaliserende New Economy, waarin ook de sociaal-democratie gedwongen is zich steeds meer tot de liberale markteconomie te bekeren, is het zoeken naar begrippen die een pragmatisch, maar ook een sociaal antwoord zijn op de `nieuwe tijd'.

Maar Schröders artikel is vooral een behoedzame poging om een politieke meerderheid te vinden voor sociaal-economische hervormingen, die het hart van het 'model Duitsland' raken. En deze hervormingen zijn onontkoombaar. Want behalve lof voor de rood-groene belastingverlaging, leggen de zes instituten ook de vinger op enkele zere plekken in het Duitse systeem.

De aantrekkende buitenlandse handel en de demografie, waarbij steeds meer werknemers met pensioen gaan, mogen de kanselier helpen bij zijn streven de hoge werkloosheid van ruim 4 miljoen te verminderen. De afgelopen anderhalf jaar is evenwel nauwelijks niets ondernomen om de arbeidsmarkt en de loonpolitiek flexibeler te maken. Sterker, de versoepeling van het ontslagrecht door de vorige regering-Kohl, is weer ongedaan gemaakt.

Zo zal door de aantrekkende conjunctuur de situatie op de arbeidsmarkt in West-Duitsland zichtbaar verbeteren. Zozeer zelfs dat de instituten voor heel Duitsland een daling van de werkloosheid verwachten van 4,1 miljoen naar 3,4 miljoen eind 2001.

Zorgwekkend is dat de werklozen in Oost-Duitsland nauwelijks van de gunstige economische situatie zullen profiteren. In de voormalige DDR blijft de werkloosheid met ruim 17 procent onveranderd hoog. Dat is niet alleen aan de problematische bouwbranche toe te schrijven, maar ook aan gebrekkige flexibiliteit in de loonpolitiek. Doordat in veel branches de produktiviteit achterloopt bij de loonontwikkeling prijst menig bedrijf zich uit de markt.

Wil Duitsland een langduriger krachtige groei zien te bereiken, waarbij de werkloosheid structureel daalt, is hervorming van de arbeidsmarkt volgens de instituten noodzakelijk. Zij kritiseren de politiek van bonden en werkgevers, die teveel is gericht op herverdeling van werk in plaats dat de omstandigheden worden verbeterd om nieuwe banen te scheppen.

Nog steeds worden in Duitsland op centraal niveau CAO-afspraken gemaakt, die als een harnas voor bedrijven werken. Schröder zou er in het kader van het Bündnis für Arbeit bij de sociale partners op aan kunnen dringen afspraken per branche te maken.

Ook op het gebied van de belastingpolitiek zal de rood-groene regering veel verder moeten gaan om groeicijfers als in Amerika te bereiken. Voorlopig gaan de prognoses voor economische groei in Duitsland niet verder dan 2,8 procent voor de komende jaren. Van 4 procent als in Amerika kunnen de Duitsers alleen maar dromen.

Hoewel de instituten de belastinghervorming een stap in de goede richting noemen om meer dynamiek in de economie te bereiken, gaat de lastenverlichting de economen lang niet ver genoeg. De modale inkomens worden te weinig ontlast, waardoor de binnenlandse consumptie volgend jaar al weer afneemt. Ook de lastenverlichting voor het bedrijfsleven gaat met veel te veel bureaucratie gepaard.

Nog harder valt het oordeel van de economen uit over de pensioenpolitiek. Zij kritiseren de onduidelijke houding van de regering op het gebied van de pensioenen. Maar één ding staat vast: het huidige niveau van de pensioenen is door de vergrijzing niet langer houdbaar. De instituten verkondigen bittere waarheden: de Duitsers zullen in de toekomst langer moeten werken, de pensioengerechtigde leeftijd moet omhoog en het pensioen zelf zal moeten dalen. Ingrijpende hervorming van het pensioenstelsel, waarbij de staat minder en werknemers plus bedrijven meer betalen, is volgens de instituten dringend gewenst.

Ook Schröder zal bittere waarheden moeten verkondigen wil hij ernst maken met zijn offensief om Duitsland te moderniseren. De zes gerenommeerde instituten geven hem daarbij een krachtige steun in de rug.