De politiek over het multiculturele drama - D66

Mede naar aanleiding van het essay `Het multiculturele drama' dat de publicist Paul Scheffer eind januari op de opiniepagina schreef, debatteerden de fractievoorzitters uit de Tweede Kamer gisteren over het minderhedenbeleid. Hierbij een aantal, deels letterlijke, bijdragen uit dit debat dat morgen wordt voortgezet.

Paul Scheffer komt de eer toe het integratiedebat scherpte te geven en een gevoel van urgentie op te roepen. Hij schreef in het geruchtmakende artikel over een `multiculturele drama' dat veroorzaakt wordt door onverschilligheid, gebrek aan nationaal gevoel en open grenzen. Wij mogen hem dankbaar zijn, want het is de politiek niet gelukt om de schijnwerper zo goed te richten.

Maar dat wil niet zeggen dat zijn analyse op alle punten terecht is. De stelling dat ongelijkheid en segregatie hardnekkige verschijnselen van de multiculturele verandering zijn, behoeft niet te worden weersproken. Dat is zo. De stelling dat dit wordt gestimuleerd door een veronachtzaming van onze eigen nationale cultuur, taal en geschiedenis, is op zijn minst aanvechtbaar. Wie naar een land als Frankrijk kijkt, realiseert zich dat daar de nationale trots groter is, maar het integratieprobleem ook.

`Laisser faire' is in Nederland niet de leidraad geweest van het integratiebeleid van de afgelopen jaren, integendeel. Het is moeilijk, vaak een kwestie van vallen en opstaan, maar daarom nog geen reden voor een gevoel van verslagenheid omdat niet morgen klaar is wat wij vandaag willen.

Het uitgangspunt van het huidige integratiebeleid is niet behoud van eigen culturele identiteit. Ik geloof ook niet dat dit een overheidsopdracht zou moeten zijn. De eigen culturele identiteit is in de eerste plaats een keuze en verantwoordelijkheid van mensen zelf. Eigen identiteit is geen dragende pijler van het integratiebeleid en moet dat ook niet zijn. Die dragende pijler is wel het activistisch mogelijk maken van integratie, zonder verplichte assimilatie.

De Nederlandse rechtsorde biedt ruimte voor iedereen om eigen culturen te behouden, zolang het gezamenlijke belang en de fundamentele rechtsnormen niet worden aangetast. Dat geldt op religieus, op ethisch en op sociaal gebied. De ondergrens moet daarbij zeer duidelijk zijn en zonder restrictie worden gehandhaafd. Dat betekent dat in Nederland culturele uitingen als vrouwenbesnijdenis, eerwraak, achterstelling van vrouwen en discriminatie van homo's niet worden getolereerd.

Nieuwkomers krijgen te maken met een cultuur waaraan zij niet gewend zijn. Daarin volledig opgaan is niet nodig en doet onrecht aan de individuele vrijheid van mensen. Maar aanpassing is wel onvermijdelijk om hier te kunnen overleven. Er is sprake van een dominant heersende cultuur. Men noemt die de Nederlandse cultuur, maar die is niet enkel gestoeld op onze vaderlandse geschiedenis of de Hollandse keuken, als die er al is. Die dominante cultuur is een resultante van geschiedenis, van beïnvloeding door andere westerse landen en ook van de vele groepen mensen die uit andere werelddelen zich hier, om welke reden ook, hebben gevestigd. Die dominante cultuur is dus in zekere zin intercultureel, open en zeker geen afgesloten kast waarin het vaderlandse tafelzilver wordt bewaard. Maar de waarden die deze cultuur door de jaren heen heeft opgeleverd, zijn bepalend voor de manier waarop onze samenleving functioneert en de normen die wij daarvoor hebben vastgelegd. Wij mogen vragen van mensen om daarmee te leren omgaan.

[...]De integratienota van het kabinet "Kansen krijgen, kansen pakken" van eind 1998 heeft een aantal stevige ambities omschreven, die de grote meerderheid van deze Kamer heeft onderschreven. Die nota en de vervolgstukken laten zien dat er reden is voor gemengde gevoelens. Er zijn zichtbare verbeteringen, maar te weinig en te langzaam.