De geldkudde

Na een weekeinde van martelende onzekerheid en drie dagen herlevende hoop weten we het bijna zeker: de Apocalyps van de beurzen is weer afgeblazen. Het is met de apocalypsen van Wall Street ongeveer gesteld als met de echte. Niemand weet of het ervan zal komen, en als het gebeurt, kunnen we pas achteraf de oorzaken aanwijzen en verklaren, en dan is het te laat.

In een van de honderden onheilsreportages die in de kranten en op de televisie de koerstuimelingen van de vorige week begeleidden, was sprake van een makelaar die zich telkens weer had verdiept in John Kenneth Galbraith's boek over de crisis van 1929. Hij had beter een ander boek van dezelfde schrijver kunnen lezen: A Short History of Financial Euphoria. In dit meeslepend essay verklaart Galbraith, ook voor mensen die geen verstand van economie hebben, hoe en waarom een zeepbel ontstaat en dat die onherroepelijk zal barsten. Alweer achteraf bezien (en dan nog voorlopig) blijkt dit geen zeepbel te zijn geweest, maar een te hard opgepompte bal. Vorige week is met veel lawaai de lucht van de overdruk eruit ontsnapt. Dat is geen krach. Het omhulsel is niet bezweken. Zeggen achteraf de bel-deskundigen.

Als het zo goed gaat met de economie dat een boom ontstaat, leert Galbraith, trekt dat meer beleggers aan, en die gaan kuddegedrag vertonen. Het is niet een manier om slapend rijk te worden. Integendeel, de kudde gunt zich nog nauwelijks tijd om te slapen, wordt steeds fanatieker, leent geld om nog rijker te kunnen worden, enz. Dan komt het ogenblik van de waarheid: de zeepbel wordt herkend als zeepbel, en de kudde rent de andere kant op, de ondergang tegemoet. Dat is het tragische: door zo hard te rennnen, bevorderen de kuddedieren de catastrofe van het geheel. Die heeft zich deze keer niet voltrokken; want zeggen analisten en strategen, au fond, is de economie in orde. Zij groeit en moet zich nu zelfs deze aderlating laten welgevallen om gezond te blijven. Er zijn wel slachtoffers, die te ver vooraan hebben gedraafd, maar per slot van rekening draagt iedereen zijn eigen risico.

Had het grote economische systeem zich deze schok niet kunnen besparen? Daaraan gaat een vraag vooraf: wie is het economisch systeem, dat wil zeggen, is er een leidende instantie die probeert te sturen; een instelling die de laatste verantwoordelijkheid draagt? Misschien, nadat het werkelijk mis is gegaan, zoals na de grote crisis, in de depressie van de jaren dertig, toen het primaat van de politiek over dat van de beurs werd gesteld. Voor het overige kan het economisch handelen alleen worden begeleid, door de centrale bank, en met bijsturende maatregelen van de overheid. Dat gaat betrekkelijk geruisloos zolang er niets buitengewoons gebeurt. Maar vooral in tijden van snelle ups en downs is er maar één anonieme dirigerende kracht. Dat is de hype.

Hype is een zichzelf genererend verschijnsel; heeft voor zijn ontstaan niet meer dan een aanleiding nodig en verandert dan zelf in een kettingreactie van steeds dwingender wordende oorzaken. De curve van de Dow Jones en de Nasdaq, die de ontwikkeling van kwartier tot kwartier laat zien, is een weg met een helling van 45 graden naar de afgrond.

In de groeiende economieën van het Westen verschijnen op de beurzen meer beleggers dan ooit tevoren. Hiermee, verklaren de geestdriftigen, is de weg naar het volkskapitalisme eindelijk geopend. Het is mogelijk, zeggen de sceptici, maar op het ogenblik zien we voornamelijk een toeloop van naïeven, die met weinig verstand van de beurs zo snel mogelijk heel rijk willen worden. Zij worden het snelst door de hype aangetast. ,,Samengeklonterd door de chat boxes op Internet en de nonstop-nieuwsuitzendingen van de kabeltelevisie, zijn de legioenen van kleine beleggers uitgegroeid tot de kritische massa van de publieke opinie. Die heeft met de ervaring en het inzicht van oude rotten niets te maken,'' schrijft de econoom Ron Chernow een dag na de grote koersval. De hype stuwt de koersen omhoog, de hype versnelt de val. De hype ontfermt zich nooit over de slachtoffers.

Op relatief kleine schaal, in andere nuancen en de spelers in een andere rol, hebben we de hype aan het werk gezien bij de beursgang van World Online. Niettemin, alle verschillen daargelaten, werd de hype niets in de weg gelegd. De Amsterdamse Effectenbeurs heeft beterschap beloofd, rechtszaken zijn in voorbereiding. ,,Kan er iets tegen de hype worden ondernomen?'' vraagt Chernow zich af. ,,Moet Wall Street worden ontslagen van de verantwoordelijkheid voor de krankzinnige koersstijgingen van ict-aandelen in bedrijven die niet veel meer zijn dan als onderneming aangeklede ideeën? In geen geval.'' Gun de kritische deskundigen weer de plaats die ze verdienen, adviseert hij, en veel verder komt hij ook niet. Er zijn – dat wordt later ontdekt – wel kritici die bijtijds hebben gewaarschuwd, maar ze werden niet gehoord.

Het vraagstuk van de hype is, dat er nog geen tegenkracht voor is gevonden. De meeste media besluiten tot medeplichtigheid, uit vrees anders het spel te bederven en daardoor de belangstelling van de gehypten te verliezen. Na de tuimeling is nu de volgende fase aangebroken, die waarin een half herstel als de nieuwe dageraad wordt betrompetterd. Uiteindelijk is zo'n heftige beweging aan de beurs maar voor een deel een economische kwestie. Hoe heftig het zal worden hangt er ook van af, in hoeverre de media zullen collaboreren. Ook dit is uiteindelijk een economisch vraagstuk, maar dan in het bijzonder voor de media. In dit stadium van de markteconomie wordt de hype, nadat de aanleiding is gegeven, een macht op zichzelf. Er zou een hype-thermometer moeten worden uitgevonden, waarvan de bewegingen naast die van de koersen kon worden geprojecteerd. De vraag is, wie zo'n instrument zou willen hebben.

    • H.J.A. Hofland