Crisis op de Kirchberg: Het Europese Hof klaagt aan

Deze week trad het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uit zijn relatieve anonimiteit om een publieke noodkreet te slaken. De rechters vrezen van een collegiaal college te verworden tot een ,,dispuutgezelschap''.

Ambtenarenzaken, Vogelwet of de verkoop van kaas zonder korst onder naam - de onderwerpen waarover de vijftien rechters op de Kirchberg in Luxemburg zich uitspreken klinken niet erg prangend. Maar met zijn bindende arresten op het gebied van het vrije verkeer van personen, goederen en kapitaal, op het gebied van vrije mededinging en de gelijkheid van man en vrouw, wordt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen vaak gekenschetst als ,,de motor van de Europese integratie''.

Die motor is aan een stevige onderhoudsbeurt toe en moet bovendien worden opgevoerd, zo blijkt uit de woorden van de president van het Hof, de Spanjaard Gil Carlos Rodríguez Iglesias. In een brandbrief aan verschillende Europese dagbladen betoogt Iglesias dat hervormingen dringend geboden zijn om het toezicht op de eerbiediging van het recht in de Europese Unie te waarborgen. De president wijst met name op de risico's die de aanstaande uitbreiding van de Unie met zich brengt voor de eenheid van rechtspraak.

Via een stilzwijgende afspraak is tot nu toe het principe gehanteerd dat elke lidstaat een rechter levert aan het Hof. De vijftien rechters (en negen advocaten generaal) van het Hof bewaken in laatste instantie de eenduidige uitleg van het gemeenschapsrecht in de Unie. Als de Unie wordt uitgebreid met zes of uiteindelijk zelfs twaalf landen, zoals de EU-leiders zich afgelopen december in Helsinki in beginsel hebben voorgenomen, dan zou volgens dat principe het rechtscollege navenant worden uitgebreid.

,,Een belangrijke uitbreiding van het aantal rechters zou ertoe kunnen leiden dat de onzichtbare grens die een collegiaal rechterlijk college scheidt van een dispuutgezelschap wordt gepasseerd'', waarschuwt Isglesias. Op dit moment werken alle rechters nog voortdurend intensief samen tijdens beraadslagingen van het voltallige Hof. Alle principiële uitspraken worden plenair afgedaan.

De dreiging dat het Hof verwordt tot een omvangrijke praatclub komt bovenop een bestaande klacht: de overbelasting van het Hof door toename van het aantal zaken. Die overbelasting wordt veroorzaakt door groei van Europese regelgeving en zal blijven stijgen omdat de Verdragen van Maastricht en Amsterdam het Hof nieuwe bevoegdheden hebben toegekend, bijvoorbeeld op de terreinen van de monetaire unie en van immigratie en asiel. Uitspraken laten vaak maanden op zich wachten.

Méér rechters en die dan verdelen over meer `kamers' die elk uitspraken doen, is volgens Isglesias nadrukkelijk niet het antwoord. Dan dreigt een ,,een onbestendige en onsamenhangende rechtspraak'' omdat verschillende kamers over gelijksoortige problemen verschillende uitspraken zouden kunnen gaan doen.

Iglesias pleit voor een aantal maatregelen die erop neerkomen dat het Hof, min of meer analoog aan het Amerikaanse Supreme Court, zich concentreert op zaken met een principieel karakter die van belang zijn voor de gehele rechtsgemeenschap. De rest zou moeten worden overgelaten aan nationale rechters. Invoering voor een `kort geding-achtige' procedures zou moeten worden overwogen voor de zogeheten prejudiciële procedures (waarbij een rechter in een lidstaat het Hof om uitleg van een bepaalde rechtsregel vraagt). Ook denkt Isglesias aan de instelling van specialistische rechtscolleges, bijvoorbeeld voor ambtenarenzaken.

Al vijf jaar geleden begon het Hof te waarschuwen voor de gevolgen van de uitbreiding van de Unie. Het feit dat de rechters nu via de publiciteit moeten trachten hun doel te bereiken, duidt erop dat de politieke organen van de Unie, te weten Parlement, Raad van Ministers en Commissie, tot nu toe onvoldoende zijn ingegaan op de verlangens van het Hof. In de Intergouvernementele Conferentie (de lopende beraadslagingen tussen de lidstaten over de interne hervorming van de EU die eind dit jaar tot besluiten moeten leiden) behoort versterking van het Hof vooralsnog ook niet tot de prioriteiten.

Het pr-offensief is opmerkelijk omdat de Luxemburgse rechters altijd zoveel mogelijk het werk trachten te doen buiten ,,de schijnwerpers'' zoals Iglesias dat noemt. De invloed die het Hof via zijn arresten kan uitoefenen staat of valt met de acceptatie van die uitspraken in de lidstaten door politiek en de verschillende nationale rechtsgemeenschappen. Die acceptatie loopt gevaar wanneer het Hof zich tezeer in politiek vaarwater zou begeven.

Vandaar dat Iglesias in zijn brief het verschil onderstreept tussen de positie van het Hof en die van de politieke organen van de Unie die volgens hem proberen ,,hun bevoegdheden en gewicht'' te vergroten. Van het Hof hoeven het Parlement, de Commissie en de Raad echter niets te vrezen, zo lijkt de president te willen zeggen: het Hof probeert zich alleen aan te passen de zich wijzigende omstandigheden om te kunnen blijven doen waar het voor was.

    • Frank Vermeulen