Criminele winst vaak naar luxe

Nederlandse criminelen met veel zwart vermogen investeren niet in bedrijven. De meesten doen evenmin moeite om de criminele herkomst van het geld te verdoezelen. Waar dat wel gebeurt dient een buitenlandse bankrekening als schuilplaats en geen ,,ingenieuze witwasconstructie''.

Tot die conclusie komt de doctoraalstudent J. van Eekelen in zijn studie `De neerslag van misdaadgeld: motregen, onweersbui of zondvloed?'. Het onderzoek is uitgevoerd aan de katholieke universiteit in Tilburg en stond onder supervisie van de hoogleraar P. van Duyne.

Van Eekelen analyseerde 21 grote zaken waarin de rechter een zogenoemde ontnemingsmaatregel wegens ,,wederrechtelijk verkregen voordeel'' had opgelegd. Daarbij ging het om bedragen van meer dan 100.000 gulden. Overigens stelde Van Eekelen ook vast dat de vordering die de rechtbank bepaalt meestal (veel) lager uitvalt dan de berekening van de officier van justitie.

In zijn onderzoek komt hij tot de conclusie dat de criminele winsten meestal worden besteed aan luxe goederen, auto's en sieraden. Bij veel daders werden grote sommen contant geld aangetroffen. Overigens blijkt in bijna alle gevallen een substantieel deel van de (berekende) winst onvindbaar.

In drie van de onderzochte 21 zaken bleken de criminelen de winst voor een groot deel opnieuw te hebben geïnvesteerd in de eigen organisatie. Een hasjhandelaar kocht er nieuwe boten en een vliegtuig van. In zes zaken is het misdaadgeld gebruikt om onroerend goed te kopen. ,,In twee gevallen was het puur voor eigen luxe, een chalet in de Ardennen en een vakantiehuisje op Aruba'', aldus het onderzoek.

Daarnaast is de horeca een gewilde sector. Twee criminelen staken hun fortuin in een café. Een enkeling zette, zoals Van Eekelen beschrijft, ,,een eigen bedrijfje op''. Hierbij ging het om speelautomaten, deviezenhandel en een reclamebedrijf.

,,Het ging niet om strategische bedrijven waarmee economische macht kan worden afgedwongen'', aldus de scriptie van Van Eekelen. Hij trekt dan ook sterk in twijfel dat de samenleving, het financiële en economische verkeer in het bijzonder, wordt bedreigd door misdaadgeld. Deze veronderstelling lag wel ten grondslag aan het concept-wetsontwerp `strafbaarstelling witwassen'.