Akkoord vergoeding joden, Sinti en Roma

De Tweede Kamer kan zich vinden in het voornemen van het kabinet om nabestaanden van de Tweede Wereldoorlog een bedrag van bijna zevenhonderd miljoen gulden toe te kennen. Voor de compensatie van Indische Nederlanders wordt mogelijk extra geld vrijgemaakt.

De Kamer bleek gisteren tevreden over het akkoord dat het kabinet heeft gesloten met de joodse gemeenschap en de Sinti en Roma. Beide gemeenschappen krijgen respectievelijk vierhonderd miljoen en dertig miljoen gulden. Aan de Indische Nederlanders is 250 miljoen toegezegd.

Vorige maand erkende de regering, na gesprekken met het Centraal Joods Overleg, vertegenwoordigers van de zigeneurgemeenschap en het Indisch Platform, dat de ontvangst van overlevenden van de Tweede Wereldoorlog ,,te bureaucratisch, te formalistisch en te kil'' was geweest. Als genoegdoening werd toen een bedrag afgesproken waarmee het ,,gat in het rechtsherstel'' zou worden gecompenseerd.

Met de 250 miljoen gulden die de Indische Nederlanders is toegezegd had de Tweede Kamer problemen. Alle fracties vonden het bedrag te laag en pleitten voor een `individuele uitkering' aan Indische Nederlanders. Minister Borst (Volksgezondheid) legde uit dat het Indisch Platform, dat als vertegenwoordiger van de gemeenschap optreedt, geld had gevraagd voor de opvang van ouderen, verpleging en culturele en educatieve doelen.

Het platform had berekend dat dit vijfhonderd miljoen gulden zou kosten, maar volgens het ministerie was de helft genoeg. Onder druk van de Kamer zegde Borst toe de kosten nog eens na te rekenen. Zij sloot niet uit dat het bedrag hoger uit zal vallen. Omdat het voor de Indische Nederlanders moeilijk vast te stellen is of en zo ja hoeveel zij individueel geleden hebben van de oorlog, besloot het Kabinet in eerste instantie geen individuele uitkering te doen. Borst zegde gisteren toe ook deze beslissing nog eens te bekijken.