Speculeren

,,Nee, ik leef nog'', zei de oude man die ik af en toe opzoek. ,,Ik ben niet in paniek geraakt. Waarom zou ik? Ik heb het allemaal goed gevolgd, hoor, al die verhalen over `Black Monday', de grote `Shake Out' en andere `bloedbaden'. Gek dat je dat woord steeds tegenkwam: `bloedbaden'. Daar heb ik altijd iets heel anders onder verstaan dan een of ander beurskrachje, maar misschien is dat ook een kwestie van leeftijd.

,,Ik heb de laatste veertig jaar van mijn leven altijd in aandelen gedaan. Vanaf het moment dat ik een beetje aardig ging verdienen in het zakenleven. De fiscus begon me te irriteren toen ik meer dan de helft van mijn inkomen moest afdragen. Ik was zo'n kleine belegger die op eigen houtje hier en daar wat koopt en verkoopt. Ik deed er weinig voor, hield alleen de financiële pagina's beter in de gaten.

In die tijd was ik nog veel te zenuwachtig. Als de dood dat ik een paar mille zou verspelen. Kwam ook door mijn vrouw. Ze werd er af en toe bijna hysterisch van, ze vergeleek me met een beroepsgokker. Het gevolg was dat ik er in die jaren nauwelijks iets aan verdiend heb. Ik had mijn geld net zo goed op depositorekeningen kunnen zetten.

Er kwam pas schot in nadat ik gepensioneerd was. Ik liet mijn aandelen toen gewoon wat langer met rust. Ik verkocht ze pas als ze zo'n kwart of nog meer boven de waarde stonden waarvoor ik ze gekocht had. Als ze daalden, bleef ik er zo lang mogelijk met mijn poten vanaf. Het kwam wel weer een keertje goed. Ik vroeg ook hier en daar jaarverslagen op. Kan nooit kwaad. En, verdomd, toen begon het opeens aardig aan te tikken. Ik had mijn vakantiereisjes vrij, kon eens wat meer naar de kleinkinderen afschuiven.

Speculeren moet je als sport beschouwen. Er mag vooral niet te veel vanaf hangen, want dan is het niet leuk meer. Ja, het is je reinste kapitalisme, hè? Dat zei mijn zoon ook, althans, in de jaren zeventig. Tegenwoordig hoor ik hem daar niet meer over. Hij belde me een week geleden zelfs bezorgd op, want hij wist dat ik veel in een IT-fonds had gestopt. ,,Verkopen, pa, nú'', riep hij. Ze waren toen al aan het kelderen. Een maand geleden waren ze driemaal de aankoopwaarde. Goud geld, noemen ze dat tegenwoordig toch?

Maar ik heb ze fijn laten staan. Laat ze maar lekker rotten. Het komt wel weer goed. Vergeet niet, het zijn mijn laatste aandelen. Het is het enige dat me nog aan mijn zakenleven doet denken. Ik vind het leuk om nog elke morgen even in de krant te kijken hoe ze ervoor staan. Als het goed gaat, voel je altijd weer zo'n golfje plezier in je buik. Dalen ze, dan denk je alleen: morgen beter. Het is goed als je dat op mijn leeftijd nog kunt denken.

Ik had ze op tijd tegen andere aandelen kunnen inruilen, maar daar heb ik geen zin meer in. Te veel gedoe. Mijn zoon is er niet over te spreken. Het kost hém geld, als ik morgen het loodje leg. Misschien is het wel bijgeloof. Zolang die aandelen er nog zijn...''