Spanningen onder dansers van Het Nationale Ballet

Artistiek leider van Het Nationale Ballet Wayne Eagling ligt onder vuur. Volgens een rapport van de OR van het gezelschap is hij te vaak weg en geeft hij geen leiding. Maar de kritiek zou zich ook op de positie van het gezelschap moeten richten.

Een gevierd sterdanser was hij, een vakbekwaam coach is hij en in het voorbijgaan een aardige man. Minder waardering krijgt Wayne Eagling als choreograaf en artistiek leider bij Het Nationale Ballet, nu alweer ruim tien jaar. Eagling ligt onder vuur. De ondernemingsraad stelde een soort zwartboek op, uitkomst van een mondeling onder dansers gehouden enquête, en bood dat op 4 april Eagling en zakelijk directeur Jaap Mulders aan. Punten van kritiek betreffen de slechte interne organisatie, de ondoelmatige planning en gebrek aan contact tussen leider en dansers. Dat laatste is cruciaal, beaamt eerste soliste Jane Lord, voorzitter van de OR. Wat eraan schort is niet eens zozeer dat Eagling regelmatig weg is, op wildjacht of als choreograaf te gast bij een schimmig project. Evenmin dat hij niet altijd even tactvol overkomt. Wat hem ontbreekt, zegt ze, is een krachtig sturende hand. Daardoor is anarchie ontstaan. Er is geen eenheid. De groep ziet Eagling niet als een gedreven leider die hart voor de zaak heeft. Dan telt een fout in de planning met alle gevolgen voor de dansers van dien dubbel.

De boot is aan bij Het Nationale Ballet (HNB), zeker na het uitlekken in de pers van het OR-rapport en nadat scheidend soliste Valerie Valentine in de Volkskrant een boekje opendeed. Intussen is de helft van de groep op tournee in Brazilië en is de rest met vakantie. Niemand is bereikbaar. Time out, waarna de OR en de leiding rond de tafel gaan zitten om te werken aan het door de directie voorgestelde actieplan. Ook zakelijk leider Jaap Mulders laat vanuit Sao Paulo weten nu geen behoefte te hebben op deze `interne zaak' in gaan. Behalve dan dat in goed overleg met OR, bestuur en leiding aan het plan de campagne wordt gewerkt.

Nu mag een enkele aantijging in de pers uit persoonlijke rancune voortkomen, dat Eagling niet goed functioneert was al langer duidelijk. Al kun je sommige klachten met een korrel zout nemen. Zo is de afstand tussen leiding en dansers uiteraard groot bij een groep van ruim tachtig dansers. Dat er geen sfeer is hoor je al sinds de verhuizing naar het Muziektheater, in 1986. Evenmin valt Eagling de vermeende leegloop van dansers niet aan te rekenen. Elke groep kent een zeker verloop en heeft soms de pech dat prominente dansers gelijktijdig veertig worden. En talentvolle dansers hebben de groep altijd al als springplank naar hogerop gezien.

Wat verbaast is dat de kritiek zich focust op de negatieve rol van de leider zonder de positie van het gezelschap daarbij te betrekken. Recent is de koers sterk verlegd naar het romantisch klassieke repertoire, een koers die in de toekomst wordt vervolgd. De overheid hanteert stringente subsidienormen en de zaal met 1500 stoelen moet vol. Er bestaat nu eenmaal grote behoefte aan romantisch klassiek ballet of aan grootschalige balletten in traditionele sfeer zoals Notenkraker en Muizenkoning (1996) en Toverfluit (1999). Dat Het Nationale Ballet zich als enige in dat genre profileert, sterker dan voorheen, kun je ook verstandig vinden. Pluspunt is eveneens dat de band met Van Manen werd aangetrokken. Die studeert regelmatig `oud' werk in, maakte in 1997 Three Pieces voor HET en presenteert in mei iets nieuws in Carré. Diens (hernieuwde) connectie lijkt beloond met de benoeming tot balletmeester van zijn voormalige muze Rachel Beaujean.

Kwakkelend is het daarentegen gesteld met nieuw modern werk. Dat talent in eigen gelederen niet werd gevonden, valt Eagling niet kwalijk te nemen. Maar in het buitenland zou hij toch beter kunnen vinden dan gastchoreografen als D'Amboise en Wang. Een kwestie van slechte smaak of van slecht zoeken? Jammer is dat hij dichter bij huis kansen laat liggen. Waarom niet Krisztina de Châtel eens gevraagd of Truus Bronkhorst. Eagling heeft duidelijk koudwatervrees als het gaat om experimenten. Bij de choreografie-workshop zie je hem niet. Over een initiatief zoals Het Dansverband – waaraan HNB meedoet – laat hij zich laatdunkend uit. Daarbij zit zijn achtergrond als danser bij het Royal Ballet hem nog steeds dwars.

Op de internationale markt ligt de positie van de groep ongunstig. Prestigieuze tournees zoals het Nederlands Dans Theater die met Kylián maakt, zitten er voor Het Nationale Ballet niet in. De groep is groot en duur. Bovendien leent het repertoire zich niet voor het buitenland. In Londen zitten ze niet te wachten op verouderde Royal-Balletproducties (Sleeping Beauty, Giselle), in New York niet op het modern historische werk van Martha Graham. Als enige kan HNB internationaal voor de dag komen met modern klassiek werk van Balanchine, van Van Manen en met een eigentijds pronkjuweel zoals Forsythes Artifact.

Door een versterking van de romantische klassieke poot zal Het Nationale Ballet, nog meer dan nu het geval is, aansluiting op de internationale podia verliezen. Dat is de prijs die de groep voor een noodzakelijke verenging van het repertoire betaalt. Met als adder onder het gras dat dit niet wervend is ten opzichte van goede dansers die het leuk vinden om op tournee te gaan en breed repertoire willen dansen. Op den duur zou dat de groep wel eens kunnen nekken. Vooralsnog zag Eagling wel kans het niveau over de hele linie te versterken waarbij hij ook jong talent van de balletacademies in Amsterdam en Den Haag betrok. Dat is weliswaar een verdienste, maar niet voldoende voor het adequaat leiden van een groep die vanuit een roemrijk verleden op zoek moet naar een nieuwe identiteit. Op de keper beschouwd is de wens van de dansers om een leider te hebben die pal voor hen staat, heel bescheiden.