`Rhodesië' terug als Brits dilemma

Wie dezer dagen de Britse voorpagina's bekijkt, zou even kunnen denken dat Rhodesië weer binnenlands nieuws is. Londen heeft weinig prettige herinneringen aan de kolonie die vandaag twintig jaar geleden Zimbabwe werd, maar het lot dat de belegerde boeren in Zimbabwe ondergaan is in veel Britse ogen unfair. En omdat het blanken zijn die hun taal spreken, ooit mede-onderdanen waren van de Britse kroon en die niet zelden familie hebben op de Britse eilanden, valt dat meer op dan sommige andere Afrikaanse stammentwisten.

De regering, deels politiek volwassen geworden tijdens de internationale boycot van het blanke bewind in Rhodesië, staat intussen voor een dilemma. Sancties zouden het beeld van de neokoloniale boeman kunnen bevestigen, de vijand die Mugabe nodig heeft om de verkiezingen te winnen. Eerdere incidenten, zoals een Brits protest over geopende diplomatieke post, waren koren op zijn molen. Maar Londen voelt zich toch verantwoordelijk. Als voormalige machthebber die de infrastructuur hielp opzetten, als handelspartner en als medisch hulpverlener is het Verenigd Koninkrijk ook beter geplaatst om het conflict bij te sturen dan andere landen.

Maar ze lijkt het dilemma nog niet te hebben opgelost. De regering veroordeelde zondag scherp de moord op een blanke boer en ontbood de High Commissioner van Zimbabwe, zoals de ambassadeur heet in ongewijzigd Empire-jargon. Maar die hoefde zijn uitbrander weer niet bij Robin Cook, de minister van Buitenlandse Zaken, te komen incasseren, maar bij staatssecretaris Hain.

De regering lijkt evenmin hard te lobbyen bij het Gemenebest om Zimbabwe als lid te schorsen, zoals het met Nigeria deed na de moord op Ken Saro-Wiwa in 1995. De dialoog die Londen zegt te willen is – in Hains taxatie – nog steeds een ,,dialoog der doven''.