Melkkoe hoort in de wei thuis en niet in de stal

Half april gaan de koeien de wei in. Maar hoe lang nog? De melkkoe dreigt langzaam maar zeker uit het Nederlandse landschap te verdwijnen. Volgens Frits van der Schans en Wouter van der Weijden is dat nadelig voor het landschap, de natuur en de koeien zelf. Het is tijd om de ontwikkeling te keren. En dan mag de melk best iets duurder worden.

Een weide met grazende koeien is misschien wel het meest karakteristieke Nederlandse landschap. De rundveehouderij is veruit de grootste grondgebruiker van ons land. Op 1 miljoen hectare grasland grazen zo'n anderhalf miljoen melkkoeien en 0,2 miljoen vleeskoeien. De melkveehouderij is de enige agrarische bedrijfstak die zich nog in de warme sympathie van het publiek mag verheugen.

Maar als de tekenen niet bedriegen heeft dit fraaie en vredige tafereel zijn langste tijd gehad. Het aantal koeien neemt geleidelijk af. Terwijl de melkproductie door Brussel sinds 1984 aan een quotum is gebonden, stijgt de melkproductie per koe ieder jaar. Daardoor zijn er steeds minder koeien nodig om het nationale melkquotum vol te melken. Als de quotering blijft en de productiviteitsstijging doorzet, zal het aantal melkkoeien in 2015 vergeleken met 1984 zijn gehalveerd.

Daar komt bij dat veehouders hun koeien steeds minder vaak laten weiden. Tot in de jaren zeventig liepen de meeste koeien dag en nacht in de wei en werden ze daar zelfs gemolken. Vandaag houden steeds meer boeren de koeien 's nachts op stal. Meer dan vijf procent van de koeien komt zelfs helemaal niet meer buiten. En de verwachting is dat steeds meer veehouders daarvoor zullen gaan kiezen.

Waarom doen zij dat? De belangrijkste reden is dat de melkprijs langzaam maar zeker daalt. Dat dwingt de veehouder om de kostprijs te verlagen. Bijvoorbeeld door verhoging van de melkproductie per koe. Koeien kunnen meer produceren als zij op stal staan dan wanneer zij zijn blootgesteld aan de grillen van het weer. Ook schaalvergroting kan de kostprijs drukken. Maar als de bedrijven zeer groot worden hebben zij niet meer voldoende grond rond de stal om alle koeien te laten weiden.

De tweede reden waarom steeds meer veehouders hun koeien binnen gaan houden is de gestage opmars van de melkrobot. Dat apparaat spaart de veehouder veel arbeid, maar is duur. De kosten zijn sneller terug te verdienen als de koeien meer gaan produceren. Maar dat kan alleen als de dieren op stal blijven.

De derde reden is het milieubeleid van de overheid. Veehouders moeten een heffing betalen naar rato van de hoeveelheid stikstof die op hun bedrijf verloren gaat en in het milieu komt. Zij kunnen dat verlies – en daarmee de heffing – terugdringen door de koeien heel nauwkeurig te voeren en het grasland heel nauwkeurig te bemesten. Dat kan makkelijker als de koeien op stal staan.

Tenslotte lopen koeien in de wei (iets) meer risico in aanraking te komen met zieke dieren van de buren of met verontreinigd slootwater. Op stal zetten is veiliger voor hun gezondheid.

Nu zijn deze problemen ook op andere manieren oplosbaar. Zo zijn er veehouders die een melkrobot hebben, maar hun koeien toch laten weiden. Anderen houden hun koeien met schrikdraad weg bij de sloot en geven ze leidingwater. Ook zijn kunstmeststrooiers in ontwikkeling die heel precies werken en in staat zijn om in het gras urineplekken van koeien te herkennen en er omheen te strooien, zodat geen dubbele bemesting optreedt. Maar dit soort maatregelen kost de veehouder geld.

Is het wel zo erg als de koeien uit de wei verdwijnen? Ja, want er zal drieërlei schade optreden.

Ten eerste wordt het landschap een stuk saaier. Weliswaar zullen er nog kalveren, vleeskoeien en schapen rondlopen, maar hun aantal zal om economische redenen en wegens het milieubeleid eerder dalen dan stijgen. Ook zullen boeren een deel van het grasland omzetten in maïsland. Dat maakt het landschap er niet fraaier op.

Het tweede slachtoffer is de natuur. Weidende koeien laten mestflatten achter die grote aantallen mestvliegen en -kevers aantrekken. Deze in onze ogen weinig smakelijke insecten zijn een lekkernij voor weidevogels en hun jongen. Blijven de koeien op stal, dan zullen eerst de insecten en vervolgens kievit, grutto en tureluur achteruitgaan.

Het derde slachtoffer is de koe zelf. Niet dat koeien op stal een slecht leven hebben. Maar in de wei hebben ze meer ruimte voor natuurlijk gedrag, zoals spelen of in kudden grazen en rusten. Ook vertonen ze minder onderlinge agressie. Op stal houden is dus ongunstig voor het dierenwelzijn.

Zo bezien is het vreemd dat de organisaties die zich inzetten voor natuur-, landschaps- en dierenbescherming zich stil houden. Waarom komt de Dierenbescherming, die het probleem onderkent, niet in het geweer? Waarom springt de Vogelbescherming niet op de bres voor de weidende koe met haar zegeningen voor de weidevogels? En waar blijven Natuurmonumenten en de ANWB met een campagne voor het behoud van de koe in het landschap?

De enige organisatie die alarm heeft geslagen is opmerkelijk genoeg LTO-Nederland, de organisatie van boeren en tuinders. Zij vreest voor schade aan het nu nog ijzersterke imago van de melkveehouderij. Als de koeien niet meer buiten komen, dreigt de sector over één kam te worden geschoren met de varkenshouderij, die alle krediet bij het publiek heeft verspeeld. Vorig najaar organiseerde LTO-Nederland een Koeloze Zondag, maar de actie sloeg nauwelijks aan. Misschien juist omdat zij door boeren zelf was georganiseerd.

Het lijkt dus tijd voor een brede coalitie van boeren, zuivelindustrie, natuurbeschermers, ANWB en dierenbeschermers voor het behoud van de koe in het landschap. Aan dat streven hangt een prijskaartje van hooguit een cent per liter melk. Voor de boer is dat veel, voor de consument vrijwel niets.

Grote maatschappelijke organisaties moeten, misschien met hulp van Peer Mascini, in staat zijn de consument over te halen iets meer te betalen voor zuivelproducten die blijkens een keurmerk afkomstig zijn van weidende koeien.

De Stichting Natuur en Milieu gaf recent het goede voorbeeld met een appèl aan de supermarkten om te stoppen met hun melkprijsoorlog. Argument: een lage melkprijs maakt het voor de veehouder moeilijker om milieu- en diervriendelijk te produceren. Ook de overheid kan de weidende koe een handje helpen, bijvoorbeeld met fiscale maatregelen.

De campagne moet niet lang meer wachten. Want zijn de melkveebedrijven er eenmaal op ingericht de koeien het hele jaar op stal te houden, dan zal het zeer moeilijk en duur worden ze weer naar buiten te krijgen.

Maatschappelijke organisaties die dan pas wakker worden zijn te laat.

Ir. F.C. van der Schans en drs. W.J. van der Weijden zijn werkzaam bij het Centrum voor Landbouw en Milieu te Utrecht.