IJzervreter treedt uit de schaduw

De tanige, ascetische ijzervreter Paul Kagame heeft zijn machtspositie versterkt met zijn uitverkiezing tot vijfde president van Rwanda. Hij was al de sterke man van het land sinds het Rwandees Patriottisch Front (RPF) in 1994 de macht greep na de genocide. Maar zijn angst voor oppositie en dissidenten heeft hem verleid om zijn leidende plaats in de schaduw te verruilen voor een rol op de voorgrond.

Generaal-majoor Kagame (43) heeft van jongsaf aan geleerd niemand te vertrouwen. Met een ijzeren discipline heeft hij heel zijn jonge leven strijd gevoerd. In 1957 werd hij geboren in de regio Gitarama waar de Hutu-meerderheid zich enkele jaren later tegen de Tutsi's keerden. Zijn ouders vluchtten naar Oeganda waar hij opgroeide en studeerde. Eind jaren zeventig sloot hij zich aan bij het National Resistance Army (NRA) van Yoweri Museveni, destijds guerrillastrijder, tegenwoordig president van Oeganda.

Hij hielp Museveni om de gevreesde Oegandese president Milton Obote in 1986 te verdrijven. Hij bracht het binnen het NRA tot hoofd van de veiligheidsdienst.

Eeuwenlang was Rwanda een kastensysteem geweest waar Tutsi-veehouders over Tutsi-landbouwers heersten. Het land werd door een Mwami, een Tutsi-koning, geregeerd. Belgische kolonisten bevestigden de Tutsi's in hun idee dat ze superieur aan de Hutu's waren. Alleen Tutsi's mochten de Belgen helpen om het land te besturen. Maar toen de onafhankelijkheid van Rwanda eind jaren vijftig onafwendbaar was geworden, verschoven de Belgen hun gunst opeens naar de Hutu's. De Tutsi-koning werd terzijde geschoven. Nog voordat de Hutu's bij de onafhankelijkheid in 1962 aan de macht kwamen, hadden ze zich met geweld tegen Tutsi's gekeerd. Bij slachtingen in 1959, 1963, 1967 en 1973 werden honderdduizenden Tutsi's vermoord.

Door die bloedbaden groeide het aantal Rwandese vluchtelingen in Oeganda aan het eind van de jaren tachtig tot 700.000. Die vluchtelingen, van wie velen in het Oegandese verzet hadden gediend, vormden de basis voor het Rwandese bevrijdingsleger dat door Kagame en enkele anderen werd opgericht.

Op het moment dat dit leger voor de eerste keer Rwanda binnenviel, in 1990, kreeg Kagame een militaire training in de Verenigde Staten. Toen de militaire leider al op de tweede dag stierf, werd Kagame commandant. Hij was het die het Rwandese leger na de genocide in 1994 op de knieën dwong, ook al was hij numeriek sterk in de minderheid. Hij maakte grote indruk als strateeg.

De Rwandese regering die wordt gedomineerd door Kagame's RPF, heeft de afgelopen zes jaar steeds haar best gedaan om Hutu's en Tusi's te verzoenen. Kagame heeft zich nooit als Tutsi gepresenteerd, uitsluitend als Rwandees. Maar hij heeft nooit kunnen verbergen dat de feitelijke macht in handen was van een Tutsi-elite, ondanks een Hutu als nationaal boegbeeld: Pasteur Bizimungu als president.

De afgelopen maanden heeft zich in de Rwandese top een hevige machtsstrijd afgespeeld. Eerst vluchtte parlementsvoorzitter Joseph Sebarenzi naar Oeganda. Daarna stapte premier Pierre-Celestin Rwigema op omdat zijn positie door beschuldigingen van corruptie onhoudbaar was geworden. En eind maart legde president Bizimungu zijn functie neer nadat hij het parlement had verweten dat het een hetze voerde tegen Hutu-ministers. Tusendoor was ook nog een adviseur van de president, Aciel Kabera, vermoord.

Volgens waarnemers gaat het niet om een politieke confrontatie tussen Tutsi's en Hutu`s, maar om een machtsstrijd binnen de heersende elite die voornamelijk uit Tutsi's bestaat. Een deel van die elite zou de voormalige Rwandese koning Kigeli V steunen, die vanuit een hotelsuite in de Verenigde Staten campagne voert voor zijn terugkeer. Ook zouden er grote tegenstellingen bestaan tussen de voormalige Rwandese Tutsi-vluchtelingen, zoals Kagame en de zogeheten `rescapé's', de Tutsi's die de genocide in Rwanda hebben overleefd.

Volgens oppositiegroeperingen in ballingschap hoopt Kagame als president zijn tegenstanders beter te kunnen bedwingen. Kage zelf spreekt liever ,,over het bewaken van de eenheid in het land''. Zijn benoeming maakte in elk geval een einde aan de facade van een democratische eenheidsregering van Hutu's en Tutsi`s, die het land internationaal veel voordeel heeft gebracht.