Fragiele asielwet

EEN ,,TECHNISCH OVERLEG'' was het nog slechts dat de Tweede Kamer dezer dagen met staatssecretaris Cohen (Justitie) had over de nieuwe Vreemdelingenwet. De politieke spanning was te snijden. Maar ook technisch blijkt de wet een breekbaar project. De centrale doelstelling staat niet werkelijk ter discussie. De asielprocedure moet worden versneld door het aantal bestaande schakels te verminderen en het aantal statussen te reduceren. Dat laatste is de spil van het nieuwe systeem: iedere nieuwkomer begint met dezelfde – tijdelijke – vergunning met hetzelfde voorzieningenpakket. Zo is er geen reden meer voor de vele procedures die het systeem verstoppen en een heldere eindbeslissing bemoeilijken.

Deze verandering is een begrijpelijke reactie op de ,,subsidiaire verblijfstitels'' die in de loop der jaren zijn geschapen in aanvulling op de A-status van echte (politieke) vluchteling. Het lijkt wel alsof elke nieuwe status zijn eigen nieuwe variant voortbrengt. Dat vraagt om sanering, maar de enkelvoudige vergunning roept haar eigen vragen op. Zij heeft al direct een achterdeurtje doordat de nieuwe wet voorziet in een moratorium op asielbeslissingen voor bepaalde (massale) categorieën. Sommige deskundigen zien nog meer mogelijke varianten.

FUNDAMENTELER IS de vraag of het opheffen van de plicht van de overheid om een motivering voor de eerste vergunning te geven ook werkelijk het gevreesde doorprocederen voorkomt. Op zichzelf is de rechtsfiguur van een enkele beslissing met meerdere rechtsgevolgen niets nieuws. Neem de ambtenaar die wordt geschorst: hij mag op grond van dit besluit niet meer op zijn werkplek komen en de salarisbetaling wordt opgeschort. Het grote voordeel van zo'n ,,geconcentreerde beschikking'' is dat verschillende deelvragen in één keer door de rechter kunnen worden afgedaan.

De enkelvoudige asielbeslissing is echter tijdelijk. Na drie jaar komt toch de vraag aan de orde wat nu eigenlijk de reden was voor toelating. Het is niet denkbeeldig dat asielzoekers eerder – met een beroep op internationale rechtsbeginselen – bij de rechter erkenning als verdragsvluchteling zullen eisen. Maar er blijven ook andere aanleidingen voor het aanspannen van procedures denkbaar, zoals gezinshereniging, een vluchtelingenpaspoort, verandering van omstandigheden in het land van herkomst of het gevaar dat in afwachting van de eindbeslissing oorspronkelijk bewijsmateriaal verloren gaat. De noodzaak van een precieze dossiervorming met het oog op later legt in elk geval een extra druk op het nieuwe systeem.

DE NIEUWE WET staat of valt met de kwaliteit van de eerste beslissing door de IND. Zo'n beslissing moet in beginsel in 48 uur rond zijn. Nu is het nog zo dat bij een onwelgevallige beslissing een heroverwegingsronde (bezwaarfase) is ingelast voordat de afgewezen asielzoeker naar de rechter kan. Deze fase vervalt in het kader van de stroomlijning. Het is ook een verleidelijk middel voor de zwaarbelaste IND-ambtenaren om moeilijke beslissingen door te schuiven.

Zullen zij echter de extra juridische druk van een direct door de rechter toetsbare beslissing aankunnen? Dat is een vraag die strikt genomen de ,,technische'' ronde te boven gaat. Daarin ruziën de VVD en staatssecretaris Cohen (PvdA) over een aantal open formuleringen, de zogeheten ,,kan''-bepalingen. De VVD betoogt dat deze te veel ruimte laten voor oneigenlijke (economische) asielzoekers. De bewindsman brengt daartegen in dat het asielbeleid te maken heeft met zoveel onvoorziene omstandigheden dat stellige bepalingen averechts werken en juist de onzekerheid scheppen waartegen de VVD zo'n bezwaar heeft. Dat belooft nog wat voor het grote wetgevingsdebat dat nog moet komen.