Erfelijk koningschap 1

Het erfelijk koningschap berust in Nederland op de mythe van de verbondenheid van het Nederlandse volk met Oranje. Zonder Oranje is het koningschap ondenkbaar. Een geloofskwestie dus en discussies rond geloof zijn de meest venijnige en gevaarlijke. Weegt het voortbestaan van een op mythe gebaseerde monarchie op tegen een mogelijk democratisch tekort? Dat is de vraag waar het om gaat. Vanuit democratisch perspectief is het erfelijk koningschap ongerijmd. Maar deze ongerijmdheid valt in het niet bij de mogelijke ongerijmdheid van deelname door het staatshoofd aan de regering of het zijn van voorzitter van de Raad van State. Als je het meerdere accepteert, dan moet je niet zeuren over het mindere. Met de mythe valt overigens heel goed te leven, gezien de wijze waarop nu het koningschap vervuld wordt.

Getuigt het aanzwengelen door De Graaf van het debat van grote moed? Ik zou menen van niet. Het past geheel in de sfeer van politici en pers, die elkaar rond allerlei kwesties de bal toespelen: goedkope publiciteit dus.

Het werkelijke democratisch tekort in dit land is van een heel andere orde: politici, die uit de hand van de media eten en zich in allerlei kwesties door deze op sleeptouw laten nemen. Daar heb ik De Graaf c.s. nog niet over gehoord.

Het huichelachtige in de discussie komt tot uiting door het opnieuw aankaarten van allerlei vermeende kwesties (`irritaties' volgens deze krant). Formeel lijkt het standpunt te zijn dat deze in de discussie rond de toekomst van de monarchie geen rol spelen, maar dat doen ze wel degelijk. Neem `de leugenachtigheid' van de pers waarover ons staatshoofd de euvele moed had een lans te breken. Misschien had ze het niet zo openlijk mogen zeggen, maar niet weinigen in dit land zijn het met haar eens. De wijze waarop overigens deze kwestie buiten elke proportie door de media werd opgeblazen illustreert op frappante wijze de juistheid van haar mening.

Enfin, je moet tegenwoordig ongekozen staatshoofd zijn om de media te durven trotseren.