Een op drie overleden jonge Antillianen vermoord

Moord is de voornaamste doodsoorzaak van in Nederland verblijvende Antilliaanse mannen tussen 15 en 29 jaar. Achtentwintig procent van de overleden Antilliaanse mannen in die leeftijdsgroep verliest het leven door een misdrijf. Tot die conclusie komt het Instituut voor Sociologisch-Economisch Onderzoek (ISEO) van de Erasmus Universiteit van Rotterdam in een vanmiddag gepubliceerd rapport.

Het onderzoek van het ISEO betreft de jaren 1996, 1997 en 1998. In die periode stierven volgens het instituut in Nederland vijftig Antilliaanse jongemannen, van wie veertien (28 procent) door een misdrijf. Bij autochtone Nederlanders ligt dat percentage op twee. De onderzoekers wijzen erop dat met de cijfers enige voorzichtigheid is geboden, omdat het om ,,kleine aantallen'' gaat en de Antillianen behoren tot ,,een kwetsbare groep, die wellicht met problemen uit de Antillen naar Nederland is gekomen''.

De onderzoekers schrijven in de zogenoemde Minderhedenmonitor 1999, die zich vooral op Rotterdam toespitst, dat een op de drie overleden autochtone mannen tussen de 15 en 29 jaar slachtoffer is van een verkeersongeval; een op de vier heeft zelfmoord gepleegd.

Bij allochtonen is het aantal zelfdodingen hoog. In Nederland sterven meer buitenlandse jongeren door zelfmoord dan door ongevallen in het verkeer.

Het ISEO voert de Minderhedenmonitor jaarlijks uit in opdracht van de gemeente Rotterdam. Het thema gezondheid stond dit keer centraal.