Echte mensen

Verkwikt door de uitstekende lunch die hem was aangeboden liep hij door de New-Yorkse wijk Greenwich Village, samen met zijn Amerikaanse uitgever, die zijn kwieke pas niet vertraagde terwijl hij met zijn zaktelefoon een afspraak maakte met de beroemde schrijver Bruce Pandolfini.

Die zin klinkt wel goed, vind ik. Amerikaanse uitgever, lunch, afspraak met beroemde schrijver. Al was het maar op schaakformaat, het klinkt alsof hier een echt mens door de straten liep.

Een echt mens heeft een auto, een eigen huis en een aandelenpakket, en als hij na een reisje terug in het vaderland is, is het eerste wat hij doet beslist niet wat ik doe, het bijeenrapen van de drie afleveringen van het weekblad Donald Duck op de poststapel om te kijken of weer die ergerlijke Nederlandse tekenaar heeft toegeslagen die de snavels van de eenden niet goed kan tekenen, of het uit eigenwijsheid opzettelijk anders doet dan het moet, wat nog erger zou zijn.

Thuis ben ik misschien geen echt mens, maar nu kon ik het mij even wanen en de uitgever leek ook wel door het echte-mensen-virus besmet, want hij vertelde dat hij zijn bloeiende advocatenpraktijk wilde opgeven om op het Internet rijk te worden met zijn schaakhandeltje. Eerder op de dag waren we langs een groot elektronisch bord gelopen waarop de beurskoersen voorbijvlogen, en daar hadden we lang stilgestaan.

We hadden met de beroemde Pandolfini afgesproken bij een van de grote schaakclubs. Hij had gezegd dat hij niet naar binnen zou gaan. ,,Al die kinderen die om handtekeningen vragen, ik vertoon me niet meer op de Marshallclub en ook niet meer op de Manhattan.'' Wij twee gingen nog wel even naar binnen. Er waren drie mensen op de club.

De beroemde Pandolfini is schaakleraar en schrijft leerboeken voor beginners. Minstens dertig heeft hij er al geschreven en het moet een hele toer zijn om dezelfde leerstof steeds weer op een andere manier op te dienen. Al die verschillende titels verzinnen lijkt me al heel moeilijk.

Hij werd nog beroemder dan hij al was door de film Searching for Bobby Fischer, waarin een door Ben Kingsley gespeelde schaakleraar voorkomt die op hem gebaseerd is.

In de buurt van de schaakhoek van het Washington Square Park blijkt hij inderdaad beroemd te zijn, hij wordt voortdurend aangesproken, ook door mensen die hij zelf niet kent. Hij is een redelijk sterk schaker, maar niets bijzonders, zoals hij zijn er duizend in Nederland.

Als echt mens ben ik erg nieuwsgierig naar het tarief dat hij als schaakleraar berekent. Misschien is het onbeleefd om dat te vragen aan iemand die je nog pas een half uur kent, maar aan de andere kant, je hoort altijd dat Amerikanen het heel gewoon vinden en in mijn eigen schaakwereld doet ook niemand er geheimzinnig over.

,,Mag ik een onbescheiden vraag stellen? What are your

rates?''

Hij blijft even stil. Misschien was het toch onbeleefd. Dan zegt hij aarzelend: ,,Actually I'am

Jewish-Italian.''

Raar antwoord. Wat heeft dat nou met zijn tarieven te maken? Voor een bordeelhouder misschien (,,You like Jewish-Italian? Special rates!''), maar toch niet voor een schaakleraar.

De uitgever grijpt in. ,,Nee Bruce, Hans vroeg niet naar je ras, maar naar je rates.'' De lucht klaart op. Nu geeft hij willig antwoord.

,,Ik vraag 250 dollar per uur. Soms zak ik naar 200, maar echt nodig is dat niet, want ik krijg meer leerlingen aangeboden dan ik wil hebben. Ik doe er maar vijftien per week, steeds een uur. Het is erg vermoeiend werk.''

Ik maak een rekensom en bedenk hoe jaloers die duizend Nederlandse schakers op hem zouden zijn, om van mezelf nog maar niet te spreken. Ik slik iets weg en zeg: ,,Bravo! Het doet me altijd plezier als ik hoor dat er geld omgaat in de schaakwereld. Dat geeft de rest van ons goede moed.''

Nu vertelt hij de echte reden dat hij niet meer op de schaakclubs komt. Ze zijn daar zo stinkend jaloers op hem, dat er geen aardigheid meer aan is.

,,Hoe lukt je dat, die hoge tarieven?'' vraag ik. ,,Ik denk dat er iets in mijn karakter is dat maakt dat mensen graag `ja' zeggen.''

Hij heeft waarschijnlijk gelijk, want hij is een vrolijke en vriendelijke man, die net bewezen heeft dat hij bereid is om op de raarste vragen antwoord te geven. ,,Ik denk dat er in mijn karakter iets is dat maakt dat mensen graag `nee' zeggen'', zeg ik.

Eigenlijk meen ik dat niet. Ik ben een beetje aan het W.F. Hermansen, besef ik. Bij hem was het echt, maar bij mij is het geschmier. ,,De aantrekkelijkheid van de grote pessimisten ligt er voor een groot deel in dat we in ons hart weten dat het niet echt zo erg is'', schreef iemand eens. We genieten van hun somber wereldbeeld zoals de tevreden genieter van het kerstdiner in oude verhalen genoot van de verkleumde voorbijganger die met zijn neus tegen het raam stond.

We nemen afscheid van de grote Pandolfini, die thuis gaat eten. Eigenlijk is hij erg on-Amerikaans, met zijn werkweek van vijftien uur en zijn bereidheid om een hele middag door het park en de straten in de buurt te slenteren als hij opgebeld wordt door een schaakvriend.

Mijn uitgever lijkt ook weinig te doen te hebben sinds hij alvast een deel van zijn advocatenpraktijk heeft afgestoten, in afwachting van zijn cyberkoninkrijk. Ik wilde me een echt mens voelen, maar ben ik wel in het juiste gezelschap terechtgekomen?

In het rijk van de echte mensen die ik hier trof hebben twaalfjarige kinderen die op een goede school zitten een werkweek van zestig uur en vriendjes zijn niet welkom als het huiswerk nog niet af is.

In het energieke New York speelt de gemakzuchtige Europeaan graag cultuurcriticus, in ieder geval ik. ,,Het kapitalisme, waarin alle menselijke verhoudingen ondergeschikt zijn aan de eisen van een op redeloze expansie gericht productieproces, is nu zo dolgedraaid dat het zelfs twaalfjarige kinderen op zijn procrustesbed legt.''

De mond van de gastvrouw viel open en ze zei: ,,Dat was een lange zin.''