Brandbrief van Europees Hof over uitbreiding

Het Europees Hof van Justitie in Luxemburg zal verworden tot een `dispuutgezelschap' als de Intergouvernementele Conferentie dit jaar geen maatregelen neemt om de uitbreiding van de Europese Unie op te vangen.

Dat schrijft de president van het Hof, Gil Carlos Rodríguez Iglesias, in een opmerkelijke brandbrief aan verschillende Europese dagbladen. Het aantal rechters van het Hof is gerelateerd aan het aantal lidstaten van de Unie. Bij uitbreiding van de EU zou dus het aantal rechters navenant toenemen, maar daartegen waarschuwt Iglesias. In zijn brief schrijft hij: ,,(..) een belangrijke uitbreiding van het aantal rechters zou ertoe kunnen leiden dat de onzichtbare grens die een collegiaal rechterlijk orgaan scheidt van een dispuutgenootschap wordt gepasseerd''. Hij waarschuwt verder dat door de uitbreiding ,,(...) de eenheid van de rechtspraak in gevaar (zou) komen'', omdat de meeste zaken in afzonderlijke kamers zouden worden berecht.

De uit de uitbreiding van de Unie voortvloeiende problemen komen volgens Iglesias bovenop het al langer bestaande probleem van overbelasting van de Luxemburgse rechters door een toename van het aantal zaken. Die toename is weer een gevolg van de ,,naar omvang en inhoud toenemende wetgevende activiteiten van de instellingen van de Europese Unie''. Volgens Iglesias moet er rekening mee worden gehouden dat de werkdruk zal blijven stijgen omdat in de Verdragen van Maastricht en Amsterdam het Hof nieuwe bevoegdheden zijn toegekend.

Door de stijging van het aantal zaken, van 605 in 1988 tot 1.628 per 1 januari van dit jaar, en door onvoldoende geld voor de vertaaldienst van het Hof is ook de procesduur in Luxemburg buitenproportioneel toegenomen. In zogeheten prejudiciële procedures, waarbij nationale rechters het Hof om een beslissing kunnen vragen bijvoorbeeld over de interpretatie van regels van het gemeenschapsrecht, is de gemiddelde duur opgelopen tot 21 maanden. Wordt de behandelingsduur te lang, schrijft Iglesias, ,,dan kan de geneigdheid van de nationale rechters tot het stellen van prejudiciële vragen afnemen.'' Daarmee kan de eenduidige toepassing van het Europees recht in de Unie in gevaar komen.

TEKST BRIEFwww.nrc.nl/Doc