Van Vollenhoven: vragen over ramp

Voorzitter mr. Pieter van Vollenhoven van de Raad voor de Transportveiligheid vraagt zich af welke maatregelen met betrekking tot veiliger maaien van grasland op vliegveld Eindhoven golden ten tijde van de Hercules-ramp op zondag 15 juli 1996. Ook wil hij weten of eventueel doorgevoerde maatregelen in de praktijk niet werden gehandhaafd.

Het toestel van de Belgische luchtmacht, een Hercules C130, verongelukte door een combinatie van een aanvaring met vogels vlak boven de landingsbaan, waardoor direct twee motoren uitvielen en een daarop volgende mislukte doorstart. Bij het ongeluk kwamen 34 personen om. In het eindrapport over het ongeval, waarbij de Raad voor de Transportveiligheid niet betrokken was omdat het een Defensietoestel betrof, staat dat de vrijdag voorafgaand aan het ongeluk het gras naast de startbaan was gemaaid en dat men pas op de dag van het ongeluk bezig was met het verwijderen van het maaisel.

Omdat iedere vogelkenner volgens Van Vollenhoven weet dat het maaien van grasland vogels aantrekt, vindt Van Vollenhoven dat deskundigen op het gebied van vogelaanvaringen met vliegtuigen zich over de zaak moeten uitspreken, zo stelde hij vandaag bij de opening van een congres over aanvaringen tussen vliegtuigen en vogels in Amsterdam.

Drie jaar geleden viel uit een rapport van de Raad van advies inzake luchtvaartongevallen bij Defensie af te leiden dat het ongeval vooral te wijten was aan een misverstand tussen de verkeersleiding en de zogenoemde `vogelman' van de vliegbasis.

Deze vogelman wist niet dat het transportvliegtuig van de Belgische luchtmacht, dat het fanfarekorps van de Koninklijke Landmacht aan boord had, twintig minuten te vroeg uit het Italiaanse Villafranca zou aankomen. Het gevolg was dat de zwermen vogels langs de landingsbaan niet werden verjaagd, aldus dat rapport.