Paulus Cunctator

Met zijn essay Het multiculturele drama ontketende Paul Scheffer in Nederland en België een debat over integratie van minderheden. De Tweede Kamer praat er deze week over. Portret van een dubbelzinnige intellectueel die zowel het publieke als politieke debat wil beïnvloeden.

Enkele dagen voor de jaarwisseling lezen enkele intellectuelen in een radioprogramma een column voor over hun ,,kater van de eeuw''. Paul Scheffer (1954) doet in de Hilversumse studio een soort vingeroefening voor het essay over de ,,multiculturele'' samenleving. Zijn partijgenoot Felix Rottenberg, oud-voorzitter van de PvdA en regelneef van deze partij, luistert mee vanuit een BBC-studio in Londen en roept plotseling uit: ,,Probleem nu oplossen, Paul!''

Maar oplossen is niet het eerste waaraan Paul Scheffer denkt bij een probleem. Liever houdt hij het nog eens tegen het licht, vraagt zich af of hij het goed genoeg heeft doordacht en zorgvuldig genoeg heeft geformuleerd en geniet er zelfs van. Dat is de denker Paul Scheffer, die zich verdiept in uiteenlopende helden, zoals de Nederlandse theoloog Schillebeeckx, de Duitse schrijver Walser, de Franse intellectueel Debray, de Ierse dichter Heaney en de Amerikaanse filosoof Fukuyama.

Als het essay Het multiculturele drama precies een maand na de radio-uitzending is verschenen, ontpopt Scheffer zich als de hoeder van het opgelaaide debat door dag- en weekbladen te bestoken met brieven en telefoontjes. Zo meldt Het Parool dat Scheffer ondanks een kleine precisering nog steeds vindt dat zijn gedachten niet goed zijn weergegeven. Dat is de journalist Paul Scheffer, die de regie in handen wil houden.

In forumdiscussies over zijn essay treedt Scheffer ook op als spreker. Scheffer meldt bij een debatavond in de Rode Hoed, dat PvdA-fractieleider Melkert hem heeft verteld over de overvloed aan minderhedenwoordvoerders in de fractie. Als Melkert zich later beklaagt over deze indiscretie, voegt Scheffer de ultieme realpolitiker toe: ,,Politiek is hard, Ad.'' Dat is de politicus Paul Scheffer, die in tal van adviesorganen en werkgroepen zit, al dan niet in de PvdA.

Zijn vele vrienden herkennen de verschillende gestalten van Paul Scheffer. ,,Paul is de zuivere negentiende-eeuwse studeerkamergeleerde en tegelijkertijd de man die verbazingwekkend precies weet hoe het werkt in de echte wereld en de politiek'', zegt Michael Zeeman, voormalig chef kunst bij de Volkskrant en sinds enige jaren een vriend. De socioloog Gabriel van den Brink, al heel lang met Scheffer bevriend, spreekt over een ,,dubbelzinnigheid'' bij Scheffer: ,,Paul wil niet alleen publiekelijk een opinie uitdrukken, maar ook invloed uitoefenen op de nationale elite, de politiek.''

Deze dubbelzinnigheid maakt Scheffer in Nederland tot een unieke intellectueel. ,,Een politicus zonder partij'', noemde Rottenberg hem onlangs in Het Parool, niet toevallig ook de benaming voor de politiek geëngageerde schrijver Menno ter Braak. Net als Ter Braak hoort Scheffer in zekere zin thuis in Frankrijk, waar intellectuelen traditioneel een publieke en vaak politieke rol spelen.

De wortels van de intellectueel Scheffer liggen in Nijmegen, waar hij in de jaren zeventig cultuurpsychologie en filosofie studeerde voordat hij uiteindelijk in Amsterdam als politicoloog afstudeerde. Scheffer, afkomstig uit een burgerlijk-liberaal milieu en school gegaan op de Werkplaats van Kees Boeke in Bilthoven, kwam in Nijmegen terecht doordat hij in Arnhem woonde. Nijmegen was in die dagen het bolwerk van de radicaal-linkse studentenbeweging.

Scheffer bekeerde zich al snel tot het marxisme, voor hem een wetenschappelijk programma, waarmee zaken zoals cultuur en politiek kunnen worden onderzocht. Voor een marxist was hij weinig geïnteresseerd in economie – toen al. In het eerder genoemd essay beschouwt Scheffer de uitsluiting van immigranten als een cultureel probleem, niet zozeer als een economisch probleem.

Scheffer en Van den Brink speelden een leidende rol binnen de op de CPN georiënteerde grondraad USN, Unie van Studenten Nijmegen. ,,Wij wilden in gesprek blijven met het katholieke universiteitsbestuur'', zegt Van den Brink. ,,Paul kon bijvoorbeeld goed overweg met Duijnstee, een conservatieve katholiek die schreef in De Telegraaf.''

Dergelijke contacten typeren de bruggenbouwer Scheffer. ,,Paul is niet iemand die de telefoon erop legt'', zegt Zeeman. Van den Brink: ,,Paul wil altijd in gesprek blijven met mensen. Hij kan dat ook heel goed. Hij is een charmante jongen, met wie mensen graag praten.''

Deze fascinatie voor andersdenkenden bracht Scheffer herhaaldelijk in conflict met de leiding van de CPN, waarvan hij lid was geworden. Bij een communistische wereldjeugdbijeenkomst op Cuba veroorzaakt Scheffer een rel door te eisen dat er wordt gesproen over dissidenten. Scheffers belangstelling voor het eurocommunisme wordt ook met wantrouwen bezien door de partijtop.

Scheffers grote held was de Franse filosoof Louis Althusser, indertijd een van de meest invloedrijke theoretici van het marxisme. In 1978 haalt Scheffer Althusser naar de Nijmeegse universiteit voor een lezing. Van den Brink herinnert zich: ,,Althusser sprak toen publiekelijk, dus meer dan tien jaar voor de val van de Muur, de crisis van het marxisme uit. Voor mij was dat een schok, een crisis in mijn bestaan. Paul was er wat koeler onder.'' Scheffer zou geleidelijk afstand nemen van het marxisme, zonder daarmee publiekelijk te breken zoals intellectuelen als Gijs Schreuders deden.

Eind jaren zeventig ging Scheffer naar Parijs, ook dan nog het bedevaartsoord voor intellectuelen, om colleges te volgen bij Althusser. De Nederlandse bruggenbouwer Scheffer wordt niet herkend door de Franse communistische partij PCF, waarvan Scheffer ook lid was. Als Scheffer zich bij een vergadering meldt met onder de arm het links-liberale dagblad Le Monde, sommeert een zwaargebouwde portier hem deze krant weg te gooien.

Zeeman denkt dat Scheffer zich daar in Parijs als buitenlander ,,Nederlander is gaan voelen. Het zou me niet verbazen als hij door de colleges bij Althusser meer Huizinga is gaan lezen''. Zelf heeft Scheffer wel eens aangegeven dat hij door zijn verblijf in Frankrijk pas echt is gaan nadenken over nationale identiteit en staatsvorming, begrippen die zo'n belangrijke rol spelen in zijn essay over de multiculturele samenleving. Hetzelfde geldt voor zijn verblijf daarna in Polen, een land dat zoals alle andere midden-Europese landen pas in de negentiende eeuw een nationaal bewustzijn ontwikkelde.

Scheffer was begin jaren tachtig vaak in Polen, waar Solidariteit het communistische regime bestookte, en schreef daarover stukken in De Groene Amsterdammer. Toenmalig Groene-redacteur Anet Bleich zegt: ,,Hij was zeer geïnteresseerd in de rol van de katholieke kerk, die als inspiratiebron diende voor de beweging. En zag hoe de beweging extra kracht ontleende aan de geschiedenis van het land.''

Jan Minkiewicz, indertijd vertegenwoordiger van Solidariteit, zag vooral de politicus Scheffer. Eén die hard lobbyde voor de Nederlandse erkenning van Solidariteit als politieke beweging. ,,Verlichte linkse mensen zoals Paul Scheffer keken met argusogen naar Polen. Was het pleidooi van de vakbond voor democratie en vrijheid een vorm van burgerlijk revisionisme? Of was er sprake van een verdere verheffing van de arbeidersstaat? Polen was het eerste Oost-Europese land waar een soort Derde Weg leek te ontstaan. In die zin was Polen voor Scheffer inwisselbaar.''

Bij het wetenschappelijk bureau van de PvdA, de Wiardi Beckman Stichting, ontpopte Scheffer zich tot een figuur die in de media als `partij-ideoloog' werd omschreven.

Directeur Paul Kalma van de Wiardi Beckman Stichting: ,,De PvdA moest buiten haar oevers treden, vond Paul, aansluiting zoeken bij allerlei geledingen in de samenleving.'' Met onder meer Kalma maakt bruggenbouwer Scheffer zich ook sterk voor een progressieve volkspartij, waarin de dan nog erg geïsoleerde PvdA, D66 en de kleine linkse partijen moeten opgaan.

De intellectueel Scheffer begint zich steeds meer in het publieke debat te mengen, vooral nadat hij in 1990 is binnengehaald als columnist en essayist bij NRC Handelsblad. Hij schrijft ook de boeken Het Nut van Nederland en Een tevreden natie, waarin de gedachten over de nationale identiteit worden uitgewerkt, en verdiept zich in Europa.

,,Scheffer heeft als een van de weinigen ingezien dat Duitsland niet klein kan worden gehouden met het beladen verleden en dat de ambities van dat grote land met realisme moeten worden aanvaard'', zegt Maarten Brands, hoogleraar geschiedenis in Amsterdam. ,,Scheffer heeft als een van de eersten begrepen dat met de val van de Muur ook de positie van Nederland in Europa zou veranderen. Zijn idee dat we meer met Frankrijk in bed moeten gaan liggen is onzin, maar het is wel een idee'', zegt Brands.

In een recensie over een autobiografisch boek van Debray constateert Scheffer een grote overeenkomst in hun levenswandel. Maar er is een verschil, dat Scheffer niet noemt: Debray heeft tientallen boeken geschreven en heeft als compaan van Che Guevara en als staatsraad onder Mitterrand de daad bij het woord gevoegd. Scheffer heeft nooit gekozen tussen de rollen van intellectueel, journalist en politicus, en heeft geen wetenschappelijke carrière gemaakt.

Twijfel ligt daaraan ten grondslag, intellectuele twijfel. Van krantenstukken maakt hij vaak vijf of zes versies, maar kranten hebben tenminste een deadline. Boeken hebben hooguit een inleverdatum, maar die kan worden verschoven. ,,Al die meesterwerken die hij zou gaan schrijven, maar die nooit zijn verschenen'', verzucht Mai Spijkers, zijn voormalige uitgever. ,,Een nieuwe versie van Een tevreden natie, een boek over Oost-Europa en nog zo wat projecten. Paulus Cunctator [twijfelaar, aarzelaar]. Altijd die vragen: is het goed genoeg doordacht, is het goed genoeg opgeschreven?''

De twijfel vreet niet alleen aan de woorden, maar ook aan de daden. De man die graag meedenkt, kan er net niet toekomen mee te doen. Hij is volgens ingewijden ,,in the picture geweest'' als opvolger van Joop van Tijn als hoofdredacteur van Vrij Nederland. Hij heeft wel eens nagedacht over een aanbieding om hoofd te worden bij een wetenschappelijke instelling.

En hij heeft in 1993 lang op de ontwerp-kandidatenlijst gestaan (plaats 21) van de PvdA voor de Tweede Kamer, op dringend verzoek van partijvoorzitter Rottenberg. In de media werd al hardop gedroomd over de wederkeer van de tijden van Jacques de Kadt, maar na lang dubben over het maken van vuile handen haakte Scheffer op het laatste moment af. Hij wilde zijn vrijheid behouden. Volgens Kalma heeft de samenstelling van de lijst ook een rol gespeeld: ,,Hij had het idee dat hij de gewenste vernieuwing alleen moest doen.''

Het essay Het multiculturele drama lijkt voor Scheffer een omslag te zijn geweest. ,,Ik heb de woorden gevonden voor wat anderen ervaren'', zo heeft Scheffer zijn vrienden verteld. Van den Brink ziet dat ook zo: ,,Paul verwoordt heel zorgvuldig een onderstroom in de samenleving, die ik `beschavingsoffensief' noem. Er is een hernieuwd normbesef voor de omgang met agressie, drugs en nieuwkomers. De vloeistof had nog geen vorm gevonden; het essay van Paul heeft het kristallatisatieproces op gang gebracht.''

De kristallisatie lijkt ook bij Scheffer zelf te hebben plaats gehad. Hij is nu niet zomaar een intellectueel, maar een met politieke invloed. Zijn grote idool Bob Dylan fantaseerde in 1963: ,,It's president Kennedy, calling me up. He said: my friend Bob what do we need to make this country grow. I said my friend John: Birgit Bardot, Anita Ekberg, Sophia Loren. Wat zou Scheffer zeggen tegen premier Kok? Huizinga, Heaney, Mann misschien.