Naar school

Een school wil het nu zijn, het Stedelijk Museum (want gewoon een museum mag kennelijk nog steeds niet). De intellectueel Rudi Fuchs, wiens bomen noodgedwongen wat minder hoog de hemel in groeien sinds hij een zakelijk beheerder naast zich heeft, ziet zijn ideale museum nu als een school. De School van Athene, de Werkplaats van Kees Boeke, zulke associaties spelen waarschijnlijk door zijn hoofd.

Het was pijnlijk om te zien hoe Fuchs en zijn maat werden belaagd in een praatprogramma op de Amsterdamse tv-zender AT5. Van de drie (!) ondervragers hadden er twee, hoe onhebbelijk ook, misschien nog een notie van kunst, en van wat iemand als Fuchs zou kunnen bezielen. Maar het hoogste woord had de derde, de aangeklede aap Jort Kelder, iemand die zegt dat hij in Nederland nog geen fatsoenlijke sokken kan vinden. Die had het alleen maar over geld. Peanuts! riep hij steeds. Ter voorbereiding op het gesprek had hij een krantenartikel gelezen waarin het budget van het Stedelijk werd afgezet tegen dat van het sprookjesachtig rijke Getty-museum in Californië, het Museum of Modern Art in New York en dergelijke instellingen. ,,Wat jullie hebben is dus niks'', smaalde hij. ,,Jullie moeten soebatten om één miljoen!''

Het tweetal had geen verweer. Ze misten de kracht of de moed om tegen te werpen dat de ordinaire miljoenen van Kelder en consorten ook niet zaligmakend zouden zijn, dat kunst nog wel iets anders is. Alleen toen Fuchs na vele omslachtige zinnen wist te formuleren dat het MoMa mocht willen dat het de collectie van het Stedelijk had, viel Kelder even stil. Goh competitie, dat begrijpt het plutocratendom, ook als ze niet weten waarover het gaat.

Maar het navrantste was dat op dezelfde dag een klein eindje verderop, in het jubilerende Rijksmuseum, een weelderige tentoonstelling werd geopend die heel goed valt te omschrijven als – een school. De glorie van de Gouden Eeuw, een deels uit eigen bezit samengestelde, deels uit de hele wereld bij elkaar geleende staalkaart van wat Hollands Gouden Eeuw op kunstgebied heeft voortgebracht, heeft een duidelijk educatief karakter. Niet voor niets is de catalogus geschreven door de educatieve dienst van het museum.

Nieuwe inzichten worden op deze tentoonstelling niet geboden, kunsthistorische finesses blijven het publiek bespaard. In de handzame tekstboekjes zijn dingen te lezen die de bezoeker zelf ook heel goed kan zien – dit is een opvallend groot schilderij, de kerktoren steekt af tegen een indrukwekkende wolkenmassa – maar de doorgewinterde educator weet: zulke dingen willen de mensen lezen.

Grappig genoeg hangen de schilderijen deels ook tegen schoolborden. Enorme panelen met zwarte randjes zorgen voor frisse kleuraccenten in de eregalerij: lindegroen, Afrikaans rood, zwembadblauw. Ook in de overige zalen zijn ze te vinden, en dat de kleuren hier en daar moordend zijn voor de schilderijen is jammer-maar-helaas, moet men gedacht hebben. (Het ergste voorbeeld is het Melkmeisje van Vermeer, dat tegen een zwembadblauw schoolbord ineens vreselijk op een foto in de Panorama lijkt).

Gezegd moet worden dat op andere plaatsen mooie effecten met kleur zijn bereikt. De Nachtwacht bijvoorbeeld flonkert en danst als nieuw, sterk uitgelicht tegen een donkere muur. De zalen zijn voor de niet-zo-grote schilderijen soms wat ruim, maar er worden dan ook heel veel leerlingen verwacht.

Wat die te zien krijgen is indrukwekkend. Schools mag de tentoonstelling zijn, kinderachtig is hij niet. Van Moskou tot Baltimore, van Lund tot Nikko in Japan hebben musea schatten afgestaan. Particuliere verzamelaars stuurden hun lievelingen. Zilverwerk, wonderschone tekeningen, exquise stillevens. En met meesterhand is het allemaal zó gekozen en gerangschikt, dat je telkens weer voor een eigen stuk van het Rijksmuseum komt te staan en zucht: wat móói. Directeur De Leeuw spreekt zonder valse bescheidenheid van een hommage aan de tweehonderdjarige instelling.

Dat is internationale topkunst, een tentoonstelling waarvan de Jort Kelders van deze wereld nog heel wat van kunnen opsteken. Maar of zo'n museale school nou het ideaal van Rudi Fuchs is, valt toch te betwijfelen.

    • Ileen Montijn