Musici vrezen nadeel nieuwe belastingwet

Door onvolkomenheden in de nieuwe belastingwetgeving dreigt voor artiesten, vooral pop- en jazzmuzikanten en klassieke musici zonder vast dienstverband, vanaf volgend jaar een inkomensverlies van elf procent of meer. Het kabinet wil vasthouden aan de voorgestelde artiestenregeling in het belastingplan, ondanks kritische vragen in de Eerste Kamer. De kunstenaarsbonden FNV-Kiem, NTB en KNTV hebben inmiddels de noodklok geluid over de plannen, evenals de Vereniging van Nederlandse Poppodia en concertorganisator Mojo Concerts.

De gevreesde inkomensvermindering wordt veroorzaakt door de voorgestelde loonbelasting voor artiesten in het nieuwe belastingplan. Verder zijn er bezwaren tegen het loonbelasting-regime voor buitenlandse artiesten en de opzet om allerlei zaken in natura, zoals hotelkamers, bij het inkomen van de artiest op te tellen. Dat zou in strijd met uitspraken van de Hoge Raad.

Volgens het huidige regime voor artiesten draagt de opdrachtgever – in het kader van een `fictieve dienstbetrekking' – over het afgesproken netto honorarium 37 procent loonbelasting af (onder toepassing van het kostenforfait effectief 31,5 procent). In het nieuwe belastingplan is dat 20 procent (zonder kostenforfait). De artiest krijgt achteraf nog een aanslag van de inkomstenbelasting.

Dat hoeft geen probleem te zijn als opdrachtgever en artiest deze toekomstige afdracht verdisconteren in hun financiële afspraken bij een optreden. ,,Maar dat is niet de praktijk'', meent D. Molenaar, belastingadviseur bij het gespecialiseerde bureau All Arts in Rotterdam, die de zaak eerder deze maand aankaartte in het Weekblad voor fiscaal recht. ,,In de praktijk worden bijna altijd netto-afspraken gemaakt. Door de lagere voorheffing in loonbelasting gaat het bijbehorende brutoloon omlaag. De artiest moet echter wel tegen de normale tarieven met de inkomstenbelasting afrekenen. Hij gaat er dus in inkomen en koopkracht op achteruit, de zaalhouders krijgen een onverwacht voordeeltje'', aldus Molenaar.

De omstreden artiestenregeling is in februari min of meer ongemerkt de Tweede kamer gepasseerd, omdat die slechts enkele dagen voor de stemming over het belastingplan bij Nota van wijziging door de regering werd voorgelegd, zonder advies van de Raad van State. De wetgever heeft nog geen plannen bekend gemaakt voor de toekomstige afdracht van sociale premies door artiesten zonder vast dienstverband.

Omdat de Eerste Kamer een wetsontwerp niet kan amenderen, hopen de critici dat de omstreden artiestenregeling in het belastingplan kan worden gewijzigd met een zgn. `veegwet', waarin onvolkomenheden in reeds aangenomen wetten kunnen worden verholpen. Het nieuwe belastingregime wordt in 2001 van kracht.