KAMPIOEN VAN DE TIEN GEBODEN

In de derby der palingdorpen won Urk zaterdag met 4-1 van IJsselmeervogels. Na afloop vierde de thuisclub op uitbundige wijze het kampioenschap. Het geheim van Urk: een gedegen jeugdopleiding en een gedragscode die op de tien geboden lijkt.

Bonkige mannen en blozende vrouwen fietsen in colonne door het Urkerbos – niet meer dan een rij struiken in de Noordoostpolder. Ze zwaaien naar de spelers van het eerste voetbalelftal die even later op het parkeerterrein van Sportpark De Vormt op blauw geverfde klompen uit hun auto stappen. Artikelen in de clubkleuren vinden gretig aftrek bij de achterban, die de titel van de pas opgenomen cd uit volle borst meezingt: Nor Vuuren is dialect voor Aanvallen.

De tekst is toepasselijk, de zaterdagamateurs van Urk beginnen vol overgave aan de kampioenswedstrijd in de Hoofdklasse C. Urk neemt al snel een 3-0 voorsprong tegen IJsselmeervogels, dat in de derby der palingdorpen op bijna alle fronten wordt afgetroefd. Urk wint met 4-1. De voorsprong op Be Quick (op Urk uitgesproken als Bie Kwiek) is onoverbrugbaar voor de Zwollenaren. Over een paar weken strijden wellicht drie vissersdorpen om het algemene zaterdagkampioenschap. Katwijk en Spakenburg zijn de vermoedelijke tegenstanders.

Na afloop van de wedstrijd tegen IJsselmeervogels begint in de kantine van Urk een ongekend drankfestijn. Enkele duizenden glazen bier worden in rap tempo opgedronken door enkele honderden dorpsbewoners. Ze staan bekend om hun hoge alcoholpromillages. Het gereformeerde dorp telt weliswaar meer kerken dan kroegen, toch is er aan drank geen gebrek. Op Urk wemelt het van de illegale barretjes die worden gedoogd door de politie. En de baromzet van de voetbalclub overstijgt de begroting voor de jeugdopleiding. Deze bedraagt anderhalve ton per jaar.

De meeste feestvierders in de kantine dragen deze middag oorbellen en tatoeages. De versieringen dateren van een grijs verleden, toen de verdronken vissers door hun collega's moesten worden geïdentificeerd. Daarom droegen ze hun trouwring aan hun klederdracht. De drenkelingen wisten zich meteen verzekerd van een begrafenis. ,,Want op Urk was geen tandarts, dus moesten ze het goud ergens vandaan toveren'', zegt de 57-jarige Loek Meun, de voormalige rechtsback van het eerste elftal.

Hij draagt geen oorbel en geen tatoeage, maar een grijze baard en een blauwe coltrui. Hij vertelt over de reizen naar Spakenburg en Enkhuizen, toen Urk nog een eiland was en de uitwedstrijden per boot werden bezocht. Hij vertelt over de drooglegging en de Tweede Wereldoorlog, over de joodse onderduikers uit Amsterdam die op Urk ,,bleekneusjes'' werden genoemd. Hij vertelt over zijn vroegere werk als visser en zijn latere werk als baggeraar bij Boskalis.

,,Ik was tien jaar geleden gijzelaar in Irak. Elke week lag er een fax van de spelers. Over clubliefde gesproken'', zegt Meun met een stoïcijns gezicht. Hij wordt in de kantine joviaal op de schouder geslagen door oude bekenden. Ze hadden hem niet verwacht bij de kampioenswedstrijd. ,,Ik had al lang en breed in de vlieger naar Mexico moeten zitten, maar mijn baas begreep dat de nood hoog was. Ik kreeg drie dagen uitstel om dit feestje te kunnen vieren. Morgenavond zit ik weer met mijn poten in de bagger'', zegt Meun.

Hij behoort volgens enkele luidruchtige omstanders tot het meubilair van de plaatselijke voetbalclub. Zoals alle Urkers doet hij aan vrijwilligerswerk. Toen hij nog op een kotter voer, bouwde hij op zaterdag aan een nieuwe kantine en een nieuwe hoofdtribune. ,,Werken is geen probleem voor een Urker en een taakstraf dus ook niet'', verwijst Meun naar de commotie over een plaatselijke pedofiel die vorig jaar werd weggepest door de Urker bevolking. De man kreeg een taakstraf opgelegd. Jongeren bekogelden zijn huis. De burgemeester vergoelijkte hun gedrag. Meun toont ook begrip voor de vandalen. ,,Wij komen voor elkaar op. Een kinderverkrachter hoort hier niet thuis.''

Saamhorigheid en eensgezindheid zijn de kenmerken van de voetbalclub. In het eerste elftal spelen bijna allemaal geboren en getogen Urkers. De voetbalfamilies Tol, Ras, Gnodde en Wakker staan sinds jaar en dag op het wedstrijdformulier. In de huidige selectie oogt doelman Job van Velthuijzen als een verdwaalde vreemdeling. Hij is geen rechtlijnige rouwdouwer, maar een showkeeper met een modieus kapsel. Hij is geen schilder, metselaar of palingkweker – zoals het merendeel van zijn ploeggenoten – maar een student fysiotherapie. De buitenstaander Van Velthuijzen, afkomstig uit Doorn, wordt na de kampioenswedstijd letterlijk en figuurlijk op handen gedragen.

,,Job pakt punten en hij heeft geen kapsones'', verklaart linksbuiten Cees Wakker, die als gemeenteambtenaar vermeld staat in het programmaboekje. ,,In het verleden hebben we hier kennis mogen maken met Pieter Bijl. Hij kwam van Heerenveen en FC Utrecht en hij kwam ons wel even vertellen hoe we moesten spelen. Daar moesten we dus niks van hebben. Dat hebben we hem op de training wel even laten merken'', zegt Wakker.

De uitwassen in het Nederlandse amateurvoetbal, met malafide transfers en onderhandse betalingen, zijn op Urk niet van toepassing. De spelers van het eerste elftal betalen 250 gulden contributie. Ze krijgen elk seizoen twee paar gratis voetbalschoenen, maar ze krijgen geen onkostenvergoeding. De spelers klagen niet, ze beseffen dat hun ouders als vrijwilligers werkzaam zijn. Het eerste elftal traint slechts twee keer in de week. Uitzondering is Henri Romkes, die als visser genoeg lichaamsbeweging krijgt. Hij is dit jaar niet inzetbaar, omdat hij vorig jaar op zee zijn been heeft gebroken.

De jeugdopleiding van Urk is een voorbeeld voor alle amateurverenigingen in Nederland. Het dorp telt vijftienduizend inwoners. De club telt achthonderd leden, zeven seniorenelftallen en meer dan vijftig jeugdelftallen. Bijna elke juniorenploeg heeft een gediplomeerde trainer, die meestal door de eigen club is opgeleid. De doorstroming van de jeugd naar de senioren verloopt uitstekend. De meeste Urkers spelen om religieuze redenen niet op zondag en voelen daarom weinig voor een profavontuur. ,,Ik ben voor geen miljoen te koop'', zei middenvelder en financieel adviseur Jacob Wakker vorig jaar tegen Vrij Nederland. ,,Wij worden nooit gevraagd, omdat elke club weet dat we honkvast zijn'', zegt zijn broer Cees Wakker.

De voetballogica van oud-speler Loek Meun is simpel. ,,Als je goed genoeg bent voor het eerste, ben je ook oud genoeg. Met 27 jaar ben je tegenwoordig al een veteraan. Er lopen hier ook een paar geadopteerde Braziliaantjes in de jeugd. Je ziet hier tegenwoordig alle kleuren van de regenboog. Alleen met de keepers is het behelpen. Een echte Urker staat niet graag onder de lat. Die wil namelijk zelf scoren.''

Scoren doen de Urkers inderdaad met gemak. In 24 competitiewedstrijden maakte het elftal van trainer Jan ten Hage dit seizoen 79 doelpunten. De Friese coach heeft in een jaar tijd van los zand een hecht collectief gemaakt. Tijdens het duel tegen IJsselmeervogels springt voorzitter Dirk Bakker na elke treffer een gat in de lucht. De voormalige wethouder is de bescheidenheid zelve. Hij dooft het vuurwerk en verzorgt na afloop de borrelhapjes. ,,We hebben allemaal ons steentje bijgedragen'', zegt Bakker.

De voorzitter is tevens de opsteller van een gedragscode, die in de Urker volksmond bekend werd als `de tien geboden'. Bakker zoekt tevergeefs naar een briefje in zijn binnenzak en noemt een aantal huisregels vervolgens uit zijn hoofd. ,,Niet vloeken, niet schelden, niet te veel roken en drinken, geen drugs.'' Onder het mom: ,,Christelijk voetbal bestaat niet, maar je kunt je op het veld wel als een christen gedragen.''