In Epirus zijn Albanezen niet welkom

Vóór de Griekse verkiezingen is de Albanese minderheid afgedaan als crimineel. Met de over- winning van Pasok, vorige week, halen de Albanezen opgelucht adem. `Het had veel slechter gekund.'

Binnenkort arriveert een nieuwe machine uit de Verenigde Staten. Met bewondering spreken de Griekse grenswachten over de Amerikaanse toverdoos. ,,De radar heeft een bereik van zeven kilometer, de infrarood-camera ziet tot drie kilometer in het duister'', zegt majoor Dimitrios Kontogiannis, leider van een Griekse grensbewaking-eenheid.

Op een beeldscherm zullen de grenswachten iedere beweging in het gebied registreren. Steekt een Albanees stiekem de Albanees-Griekse grens over en wordt hij opgemerkt door het radarsysteem, dan is hij de pineut. Dan wordt hij opgepakt en in een Griekse politiebus teruggebracht naar Albanië. ,,Heel simpel'', zegt Kontogiannis.

Nog niet zo lang geleden waren de zaken omgedraaid. Toen konden de Albanezen Griekenland wel in, maar mochten ze Albanië niet uit. Om dat land stond een groot hek en daar patrouilleerden agenten en soldaten langs, met honden. Het land van de voormalige communistische leider Enver Hoxha was volkomen geïsoleerd.

De contacten tussen Albanië en Griekenland waren al langer grimmig. Ruim tien jaar geleden verkeerden beide landen nog officieel in staat van oorlog. ,,Geen wonder'', zeggen enkele Griekse grenswachten, ,,dat we de Albanese immigranten met argusogen bekijken. Een decennium geleden waren zij de vijand.''

Die vroegere vijand is massaal naar Griekenland getrokken. Circa 180.000 Albanezen bevinden zich momenteel in het land. En dan spreken de autoriteiten nog niet over de ongeveer 200.000 illegalen. Elke nacht steken immigranten de grens over. In het gebied van Dimitrios Kontogiannis (42 kilometer grens) zijn vorig jaar ruim vierduizend illegale grensoverschrijders gearresteerd

Gazmend Kapllani is een Albanese immigrant met, inmiddels, een verblijfsvergunning. Hij kwam in 1991 naar Griekenland; tweëentwintig jaar oud en ,,nieuwsgierig naar de wereld waarvan ik alleen via de verboden radiozender Voice of America had gehoord''. De communisten waren nog aan de macht, maar Albanië verkeerde al op de rand van de omwenteling.

Zijn verhaal is te mooi om waar te zijn, zegt hij zelf. De voormalige vluchteling is inmiddels afgestudeerd in filosofie, volgt een studie politicologie en heeft een eigen radioprogramma in Athene. In het Albanees. Veel Grieken geloven zo'n succesverhaal niet. Soms draagt hij, uit baldadigheid, zelf aan de vooroordelen bij. Laatst nog, in de trein. Zit hij een Albanees boek te lezen, vraagt een passagier afkeurend: ,,Wat doet een Albanees in Griekenland?'' Legt Kapllani zijn boek neer en zegt: ,,Ik ben hier om in wapens, drugs en vrouwen te handelen. Heeft u interesse?''

Want dat is waarvan Albanezen worden beschuldigd, zegt Kapllani. De politie houdt regelmatig razzia's in Athene. Dan is iedere Albanees op straat volgens Kapllani een `potentiële verdachte'. De politieke partijen hebben het probleem links laten liggen. ,,Maar door het gebrek aan maatregelen is een vicieuze cirkel ontstaan.''

Bepaalde politieke partijen zouden de discriminatie zelfs aanwakkeren. In de campagne-periode voor de parlementaire verkiezingen, die vorige week in een nipte overwinning voor regeringspartij Pasok eindigde en de rechtse Nieuwe Democratie in de oppositiebanken liet, zijn de Albanezen regelmatig gebruikt als zondebok. Met de overwinning van Pasok zijn de meeste Albanezen tevreden – niet omdat deze partij zo veel voor hun gemeenschap doet. ,,Maar het had veel slechter kunnen aflopen'', weet Kapllani. Als Nieuwe Democratie had gewonnen, bedoelt hij.

Ga eens naar Epirus, naar de grensstreek, had men in Athene gezegd. Daar hebben ze problemen met de Albanese immigranten. Maar na een reis van zeven uur, dwars door Griekenland, zegt Nikos Mandis, lid van de prefectuur in Epirus: ,,In Athene hebben ze juist problemen met de immigranten.'' Want in zijn district zijn de gevoelens over de komst van de Albanezen gemengd.

Epirus is een van de armste streken binnen de Europese Unie. ,,De armste'', verbetert Mandis met enige trots. In de Brusselse statistieken zijn de inkomens van Grieken uit het buitenland echter niet meegeteld. Veel inwoners van Epirus hebben werk gevonden in Amerika of Duitsland en maken iedere maand geld over naar de achtergebleven familie.

De vooruitgang heeft Epirus niet onberoerd gelaten. ,,De meeste ouders wilden hun kinderen een betere toekomst geven. Ze hebben hen naar de universiteiten in de stad of het buitenland gestuurd'', zegt Anna Joti. Zelf is ze de dochter van een Griekse emigrant die werkte in de Belgische mijnen zodat hij de lerarenopleiding voor zijn dochter kon betalen. Begin jaren negentig keerde Joti terug naar de geboortestreek van haar ouders.

Maar de vooruitgang heeft Epirus in de problemen gebracht. ,,Niemand wilde olijven plukken, schapen hoeden of huizen bouwen'', aldus Joti. Dat maakt de inwoners van Epirus zo dubbelhartig over de immigranten: aan de ene kant `pikken' de Albanezen hun banen in, aan de andere kant willen ze dat werk niet langer zelf doen.

In Ioannina, de hoofdstad van het district Epirus, zegt Mandis voorzichtig: ,,De Albanezen stelen geen banen. Ze zijn aanvullende, goedkope arbeidskrachten. Velen zijn illegaal en de werkgever betaalt dus geen sociale premies.'' Op hun beurt claimen de Albanezen medeverantwoordelijk te zijn voor het economische succes van Griekenland, dat in de zomer toegelaten wordt tot de Europese Monetaire Unie (EMU).

Met de economische immigranten hebben de grenswachten Dimitrios Kontogiannis en Jorgos Vassiliou soms medelijden. ,,Ze komen om te werken, niet om problemen te maken. Maar er zitten ook criminelen tussen.'' Laatst vonden ze een aantal tassen met honderd kilo marihuana, achtergelaten door op de vlucht geslagen Albanezen. En onlangs hebben ze, dwars over de vlakte, een greppel gegraven om Albanese autodieven het leven zuur te maken. Die reden de gestolen auto's met een rotgang over het gras Albanië in.

Sinds 1 januari is Griekenland tot de Schengen-landen toegetreden. De grenzen van de Schengen-landen, waartoe de meeste EU-lidstaten behoren, zijn de buitengrenzen van Europa. Eenmaal binnen kunnen burgers vrij reizen. Waterdicht is de Griekse `buitengrens' met Albanië niet. Maar waar moeten ze beginnen? Regelmatig zien Kontogiannis en Vassiliou dezelfde Albanezen terug. Die wagen opnieuw een kans. En opnieuw.