Gevallen gentleman

`Oh Hansie', kopte het Zuid-Afrikaanse dagblad The Citizen vorige week op de voorpagina. In het commentaar werd de vraag gesteld: `Als Hansie gekocht kan worden, wie kan er dan niet gekocht worden'? Of erger: `Met miljoenen andere mensen hebben we Hansie altijd geloofd, zelfs wanneer hij tegen ons loog'. Eigenlijk dachten alle Zuid-Afrikaanse commentatoren er zo over.

Wessel Johannes Cronje, beroemd geworden als Hansie, was een ikoon in Zuid-Afrika. En ook in andere cricketnaties gold hij als een bewonderenswaardige speler. Hij was al een jaar of acht 's lands beste cricketer, een rechtshandige batsman en een rechtshandige medium pace bowler. Al zes jaar was hij de aanvoerder van het Zuid-Afrikaanse cricketteam. Hij was een rolmodel. De 31-jarige speler uit Bloemfontein was een gentleman, hij zag er goed uit en was zelfs een overtuigd christen.

Hansie is zelden betrapt op onsportief gedrag. Hij had weleens uitdagend gewacht met het bowlen en was eens heel boos geworden. Eén keer schijnt hij na afloop van een verloren partij op de deur van de scheidsrechter gebonkt te hebben, omdat hij het oneens was met een cruciale beslissing. Maar verder was Hansie heilig. Hansie was gewoon onschendbaar.

Nu blijkt mooie Hansie zich te hebben ingelaten met één van de Aziatische goksyndicaten. Voor een leuk bedrag zouden hij en twee andere Zuid-Afrikaanse cricketspelers voorkennis hebben verstrekt. Match-fixing dus. Waarom ook niet? Wie gaat er in deze tijden nou niet door de knieën voor geld. De ene na de andere integere man of vrouw, staatsman, ikoon of overtuigd christen blijkt niet in staat de verleiding van het grote geld te weerstaan. De wereld is een grote beurs geworden. Niet sport maar commercie is nu de nieuwe religie.

Nog verontrustender dan de houding van Hansie is de morele verontwaardiging, niet alleen in Zuid-Afrika, maar ook in de andere cricketnaties. Is cricket nog wel cricket, a gentleman's game? Veel cricketliefhebbers hebben zich dat vooral in de Engelse pers afgevraagd. Verdrongen wordt dat recent meer cricketers (de Australiërs Warne en Waugh, de Pakistani Akram, Malik en Ahmed en de Engelsen Stewart, Mullaly en Lewis) in opspraak zijn geraakt wegens contacten met bookmakers. De uitdrukking It isn't cricket (het is niet eerlijk) raakte al jaren geleden in onbruik.

Cricket wordt al bijna drie eeuwen op professionele wijze beoefend, hetgeen betekent dat er geld in het topcricket omgaat. Match-fixing zou dus al driehonderd jaar kunnen bestaan. In 1744 werden bijvoorbeeld de Laws of Cricket ingesteld, een correctie van bestaande regels, mede bedoeld om onsportief gedrag van de heren te vermijden. Niets dan goeds over legendarische spelers als in de vorige eeuw de Engelsman Dr. W.G. Grace, en later de Australische batsman Sir Donald Bradman, de Zuid-Afrikaan A.D. Nourse en de West-Indiër George Hadley. Maar zouden ook zij niet één keertje de regels hebben overtreden? Net als Cronje.

De avond voor zijn bekentenis zocht Hansie contact met Ray McCauley, een voormalig televangelist die heel veel mensen dankzij de televisie heeft overtuigd van de goedertierenheid van God èn van de zinloosheid van apartheid. Dominee McCauley stond altijd aan de zijde van aartsbisschop Tutu, maar is sinds de afschaffing van apartheid een gewezen voorganger. In de duisternis van zijn bestaan, werd McCauley - eens derde op een `Mr. Universe-verkiezing', zoon van een bookmaker en alcoholist - door Hansie gebeld. Hansie begreep wat McCauley in zijn leven heeft doorstaan. Twee mannen die zich eens heilig waanden, vonden elkaars steun.